Object

Beeldje voorstellende burgemeester C. Becht (1910-1982) in carnavalskleding (boerenkiel)

Instelling/bron: Stadsmuseum Tilburg

Bij de openingsceremonie van carnaval 1969 trok burgemeester Cees Becht voor het eerst een boerenkiel aan. Hij ontving daarom van prins Joep den Irste een fles drank waaromheen een precies gelijkende mini-burgemeester met kruik om zijn nek was gemodelleeerd. Op het aardewerken kruikje staat de tekst: ‘De Kruike 1969’ (aan twee zijden). In zijn rechterhand houdt hij een spade vast met daarop het stadswapen; in zijn linkerhand een voorhamer. Beide staat symbool voor Becht als ‘Cees de sloper’. Op de achterzijde van zijn kiel staat de tekst: ‘Hij begint al / op ne’n echten boer / te lèke’. Mr. Cornelis Johannes Gerardus (Cees) Becht werd op 20 januari 1910 te Bergen op Zoom geboren. Hij studeerde voor Indisch bestuursambtenaar, behaalde in 1933 zijn doctoraalstudie Indologie te Utrecht en in 1934 ook het doctoraal Indisch recht. Op 27 februari 1935 trad hij in het huwelijk met Anna Cornelia van Eekelen (geboren op 27 juli 1909 te Bergen op Zoom). In maart 1935 vertrok hij met zijn vrouw naar Nederlands-Indië, waar hij als aspirant-controleur binnenlands bestuur in Jogjakarta begon. In 1941 werd hij controleur 1ste klasse in Wates dicht bij Jogjakarta. Op 22 april 1942 werd hij door de Japanners geïnterneerd. Hij bracht 3,5 jaar in verschillende kampen en gevangenissen door. Na de bevrijding in september 1945 sloot hij zich als vrijwilliger aan bij het Rode Kruis, waardoor hij wederom in oktober 1945, nu door de Indonesische nationalisten, werd geïnterneerd. In november 1945 hervatte hij zijn werk als ambtenaar binnenlands bestuur te Soerabaja. Van 27 augustus 1948 tot 1 maart 1949 was hij fungerend burgemeester van Soerabaja. Daarna vertrok hij met periodiek verlof naar Nederland, maar toen kort daarna Indonesië zijn onafhankelijkheid kreeg, was terugkeer niet meer mogelijk. Hij werd in mei 1950 benoemd tot burgemeester van Vaals, vervolgens in augustus 1951 tot burgemeester van Kerkrade. Op 20 juli 1957 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Tilburg. Al voor zijn installatie waren er verschillende plannen voor stadsverbetering ontworpen en al gedeeltelijk uitgevoerd. Becht maakte in 1959 het bekende 'Achtjarenplan' of '72-miljoen-plan', dat voorzag in goede wegen naar het centrum, stadsuitbreiding in het westen en het ontwikkelen van Tilburg tot een regionaal centrum met een belangrijke onderwijs- en dienstverleningsfunctie. Onder hem ontstond ook het Stadsgewest Tilburg en werden o.a. de schouwburg en het nieuwe stadhuis gebouwd. Vele oude gebouwen, onder ander het negentiende-eeuwse stadhuis, werden gesloopt, wat hem de bijnaam 'Cees de Sloper' opleverde. Door de ontwikkeling tot diensten- en onderwijscentrum en het aantrekken van andere industrieën, werd de werkloosheid door het ineenstorten van de textielindustrie in de jaren zeventig, niet dramatisch. Becht was Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en drager van het Erekruis in de Huisorde van Oranje. Bij zijn afscheid als burgemeester op 30 januari 1975 werd hij ereburger van Tilburg en ontving hij de gouden legpenning van de stad. Hij werd opgevolgd door H. Letschert. Cees Becht overleed op 31 maart 1982 te Tilburg. [RP]