Object

Eerste en tweede steen lakenfabriek Martinus van Bommel, 1766

Instelling/bron: Stadsmuseum Tilburg

In 1766 bouwde Martinus Theodorus van Bommel (1735 -1783) een groot  fabriekshuis met twee verdiepingen aan de Nieuwendijk (de huidige Bisschop Zwijsenstraat). Hierin werden handweefgetouwen opgesteld. Hij was een zoon van de Leidse lakenkoopman en drapenier Michiel van Bommel (1669-1763) en Maria Anna Sprongh (1692-1744). Zijn ouderlijk huis stond aan de overzijde van de fabriek en werd ook wel het Kasteeltje genoemd. Het was omstreeks 1730 gebouwd door Michiel van Bommel. In 1786 werd het huis verkocht aan Cornelis Verbunt, die het op 19 mei 1800 weer verkocht aan Martinus van Dooren. In 1782 kochten de Leidse lakenfabrikanten Pieter Vreede en Chr. G.R. van Marle de fabriek van Martinus van Bommel en lieten daar wollen garens spinnen en lakens weven. Er bestaat nog een foto van deze fabriek uit omstreeks 1900. In 1912 werd het grootste gedeelte van de fabriek gesloopt. Waarschijnlijk is toen reeds de eerste steen ‘vrijgekomen’. In juni 1928 werd deze via bemiddeling van Lambert de Wijs door J.L. Donders-Castelijns (Heuvelstraat 25) geschonken aan de gemeente Tilburg ter plaatsing ‘in het archief in afwachting van het museum’. Helaas is deze steen al decennia lang onvindbaar, maar is in 1964 is deze nog wel afgebeeld en beschreven door P.J. van Gorp in het Nieuwsblad van het Zuiden. Het opschrift van de steen, die blijkbaar in zeer goede staat verkeerde, is: ‘MICHIEL JOSEPH EN JOHAN JACOBUS / SOONEN VAN DE / HEER MARTINUS VAN BOMMEL / HEBBEN DE EERSTE EN TWEEDE / STEEN GELEGT VAN DIT GEBOUW / DEN 11 JNUI 1766’. [RP]