Object

Fiets type ‘Knapen safety’

Instelling/bron: Stadsmuseum Tilburg

Fiets type ‘Knapen safety’ uit ca. 1889-1891, bestaande uit twee even grote wielen van ijzer met hardrubberen banden (fragmentarisch nog aanwezig). Het aandrijfmechanisme bestaat uit een vóór- en een achtertandwiel waartussen een zogenaamde blokketting (met zeer brede schakels) loopt. Aan het voortandwiel zijn twee pedalen bevestigd. Op het voorwiel is een rem aangebracht: een handrem, met stangverbinding naar een handle aan het stuur, een remblok in verticale richting neerwaarts op de bovenkant van de voorband drukkend. Op het frame bevindt zich een leren zadel met ijzeren veren. [RP] Het is een vrij kleine fiets, een ‘knapen safety’, zoals dat destijds heette. De fiets is geheel van staal, met centraal tussen de wielen geplaatste pedalen die met een ketting het achterwiel aandrijven. Daarmee lijkt het al behoorlijk op een moderne fiets, al is deze grover en zwaarder uitgevoerd en heeft het model nog massief rubberen banden. Het zou nog een paar jaar duren, rond 1893, voor de fietsfabrikanten massaal overstapten op de door John Dunlop uitgevonden luchtband. Een jongensfiets van rond 1890 is bijzonder zeldzaam. Fietsen waren in die jaren nog zo kostbaar dat enkel de bovenklasse zich er een kon permitteren. Wie dan ook nog een fiets voor zijn zoon kon kopen was écht rijk. De fiets in het Stadsmuseum is in een buitengewoon originele staat: er is geen onderdeel vervangen. Wel valt op dat het frame is beschadigd. Naar de oorzaak van de beschadiging kunnen we slechts gissen. Het is ook niet meer bekend wie de fiets aan het museum heeft geschonken. Rijwielhandel Kees van Asten aan de Stationsstraat, waar het fietsje jarenlang werd tentoongesteld, gaf aan dat de fiets volgens de overlevering een aanrijding heeft gehad met een tram. In principe is dat mogelijk, want de stoomtrams naar Hilvarenbeek en Waalwijk reden tot halverwege jaren ‘30 door de straten van de stad. Aan de andere kant: in oude exemplaren van de Tilburgsche Courant is niets terug te vinden over een dergelijk ongeval, terwijl die krant toch de gewoonte had elke lokale gebeurtenis te vermelden. Laten we in ieder geval hopen dat de jongeman op de fiets met de schrik vrijkwam. Op de stuurbuis van deze safety (veiligheidsfiets) zit een messing schildje met de tekst ‘A. Damen, Tilburg’. Heel bijzonder, want dat geeft wat extra Tilburgse historie aan dit rijwiel. Auguste Damen (geb. 1847) adverteerde al op 26 oktober 1884 in de Tilburgsche Courant met ‘Reparatiën Naaimachinen’, gevestigd aan de Van Gilsstraat A.29. Hij kwam dat jaar uit het Belgische Schaarbeek en schreef zich in Tilburg in als werktuigbouwkundige. Samen met de Tilburgse smid J.C. Smeekens (geb. 1849) adverteerde hij tussen april en september 1888 diverse malen in de Tilburgsche Courant. Een plaatje van een ‘hoge bi’ ging vergezeld van de tekst ‘Fabriceeren en leveren alle soorten vélocipèdes’. Beiden staan dat jaar ook in de ledenlijst van de ANWB vermeld als ‘Velocipèdefabrikant’. De samenwerking blijkt echter geen succes en begin 1889 gaan Damen en Smeekens ieder hun eigen weg. Smeekens op het Goirke ‘maakt en levert alle soorten Velocipèdes’, zo adverteert hij 12 mei 1889. Precies twee weken later adverteert Auguste Damen met de ‘snelloopendste Engelsche Velocipèdes, alsook eigen fabrikaat’. Vanuit Poststraat 1099 (in 1910 omgenummerd tot Poststraat 8; het pand bestaat nog) adverteert hij op 24 mei 1891 nog met velocipèdes, met een special accent op kinder-safety’s. Het is zeer aannemelijk dat de fiets uit het Stadsmuseum in de jaren 1889-1891 door Auguste Damen is geleverd, want na 1 januari 1892 plaatst hij geen advertenties meer. J.C. Smeekens vestigde zich in de Mariastraat en maakte daar naam als de eerste (ANWB-) Bonds Rijwielhersteller van Tilburg. Ondanks dat Damen en Smeekens spreken van eigen productie, had Tilburg destijds beslist geen eigen fietsenfabriek. De Engelse industrie was in die jaren overheersend, en aan de afwerking van de jongensfiets is duidelijk te zien dat dit een in serie vervaardigde fiets is. Fietsenmakers kochten graag losse onderdelen en frames in Engeland, om die zelf samen te bouwen tot een fiets. Zo zal de fiets in het Stadsmuseum ook zijn ontstaan. De gekneusde safety zit onder het vuil, van ongeveer een eeuw stilstand. Een goede schoonmaakbeurt zou nog wel eens wat geheimen prijs kunnen geven, bijvoorbeeld waar het gaat om ingeslagen merknamen of serienummers. Het grote raadsel, hoe de fiets beschadigd geraakt is, zal wel altijd onopgelost blijven. [tekst: Maarten Bokslag]