Object

Trap

Instelling/bron: Museum De Wieger

Het beeld bestaat uit een stapeling van negen identieke massieve platen staal die elk zo'n 900 kilo wegen. Uit elke plaat sneed Coenen een zelfde blok, dat bij het plaatsen van het beeld net even naast de oorspronkelijke plaats geplaatst werd. Zo onstaat een trap aan de buitenzijde die op zijn beurt een trap aan de binnenzijde van het beeld achterlaat: het volume blijft hetzelfde, maar het oppervlak is aanzienlijk toegenomen. Wezenlijk daarbij is dat de trap, ondanks de zware staalblokken, lijkt te zweven. Dit tarten van de zwaartekracht naast het spel van ruimte, vormen en tegenvormen is kenmerkend voor het werk van Coenen. Het object is heel bewust vooraan de oprijlaan geplaatst. Daar namelijk kan men in één oogopslag de trap van Coenen en de trapgevel van De Wieger waarnemen en aldus het wezenlijke verschil tussen het formele, constructivistische denken van Coenen en de neo-stijl van het gebouw ervaren.