Object

Landschap 'De Steeg'

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

Théophile de Bock schilderde voornamelijk bos-, duin-, zee- en rivierlandschappen. Hij kan als kunstenaar uit de derde generatie nog tot de Haagse School worden gerekend, maar wordt niet gezien als een van de toonaangevende figuren. Toch was hij erg betrokken bij het culturele leven van zijn woonplaats Den Haag, waar hij zijn carrière begon. Zo behoorde hij tot de oprichters van de Haagse Kunstkring en onderhield hij contact met kunstenaars van verschillende generaties. Ook na zijn verhuizing naar het Gelderse Renkum in 1895 bleef hij actief; hij was betrokken bij de organisatie van de Tentoonstellingen van Levende Meesters in Arnhem en erelid van de kunstenaarsvereniging Pictura Veluvensis.

Tijdens de zomers voorafgaand aan zijn verhuizing, bezocht De Bock al regelmatig het Veluwse landschap. Hij verbleef in de oranjerie van kasteel Doorwerth. Vermoedelijk trok hij van daaruit de omgeving in en reisde hij onder andere af naar de De Steeg (gemeente Rheden, Gelderland). Het paneel 'Landschap 'De Steeg'' ontstond in 1893 en toont de voor hem zo kenmerkende vlotte manier van schilderen. Hoewel De Bock te boek stond als schilder van sombere, grijze landschappen, gaf hij hier een vrij zonnig tafereel weer.