Object

Boerderij te Nieuwkoop

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

Jan Hendrik Weissenbruch, neef van de schilder Jan Weissenbruch, kreeg pas na 1880 publieke erkenning voor zijn werk. Daarvóór werd het vooral door zijn collega's van de Haagse School gewaardeerd, die zijn compositietalent naar waarde konden schatten. Aanvankelijk schilderde Weissenbruch gedetailleerde panorama's. Gaandeweg koos hij steeds meer voor een atmosferische weergave van de natuur in losse toets en met terughoudend kleurgebruik. De wijze waarop hij zijn olieverf aanbracht, herinnert sterk aan de effecten van een aquarel.

Voor Weissenbruch was de lucht een zeer belangrijk onderdeel van een schilderij. Hij zei zelf in zijn element te zijn als het stormde, regende, donderde en bliksemde. Slecht weer weerhield hem er zeker niet van om buiten te gaan werken. Binnen zijn oeuvre komt een breed scala aan wolkenluchten voor, van stralend blauw tot donker en dreigend. Ook 'Boerderij te Nieuwkoop' toont een donkere wolkenlucht, waarachter de zon probeert door te breken. Dit contrast van licht en donker wordt prachtig weerspiegeld in het water.

Hoewel Weissenbruch Den Haag zelden verliet, vormde de waterrijke omgeving van Nieuwkoop en Noorden een grote inspiratiebron in zijn latere periode. Het afgebeelde landschap en de boerderij schilderde Weissenbruch vaker, al dan niet samen. In het Rijksmuseum bevindt zich een iets kleiner paneel met een vergelijkbare voorstelling.