Object

Zonder titel

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

Samen met Guido Geelen, Marc Mulders, Reinoud van Vught en Ronald Zuurmond behoort Van Dongen tot de 'Tilburgse School': kunstenaars die altijd op traditionele, ambachtelijke wijze werken: met olie- en aquarelverf, brons, glas-in-lood of etsnaald. Ze laten zich in hun werken inspireren door christelijke symboliek in de kunstgeschiedenis.

Dit werk is gemaakt in een periode, grofweg de jaren negentig, waarin Paul van Dongen veel levensgrote, naakte manfiguren tekende. Hij gebruikte daarvoor acrylverf en enorme vellen wit papier. Waarschijnlijk stond hij voor deze tekening zelf model. De figuren zijn in dramatische composities getekend en heel naturalistisch weergegeven. vergelijkbaar met het werk van renaissancisitische meesters is er veel oog voor anatomie. Spieren, aderen en beenderen zijn met grote nauwkeurigheid getekend.

Eind jaren negentig breidde Van Dongen zijn onderwerpgebied uit met landschappen, bloemen, schedels en een aantal christelijke motieven, waaronder de Piëta en de kruisiging van Jezus Christus. Hij gebruikte daarvoor geen acrylverf meer, maar begon met het maken van etsen, potloodtekeningen en aquarellen.