Object

De wijze en de dwaze maagd

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

Jan Adam Kruseman schilderde voornamelijk historiestukken en portretten van gegoede burgers, adellijken en zelfs het koninklijk huis. Hij was zeer actief in de Amsterdamse kunstwereld. Zo werd hij in 1830 directeur van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en was hij medeoprichter van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae in 1839.

Volgens het evangelie van Mattheus werd het verhaal van 'De wijze en de dwaze maagden' door Jezus kort voor zijn dood verteld aan zijn discipelen op de Olijfberg. Hij deed dat ter illustratie van de boodschap 'Waakt […] want gij weet niet, op welke dag uw Here komt'. Kruseman gaf de parabel vrij letterlijk weer: de dwaze maagd, die extra olie was vergeten, ligt met haar uitgedoofde lamp te slapen. De wijze wacht intussen met een brandende lamp en een kruik met olie alert de komst van de bruidegom af. De prachtige stof van haar jurk wordt verlicht in het schijnsel van de maan. Het schilderen van kaarslichteffecten was de specialiteit van Rembrandts leerling Gerard Dou. Ook Krusemans tijdgenoot Petrus van Schendel maakte naam met dit specialisme, in navolging van zeventiende-eeuwse voorbeelden. In het oeuvre van Kruseman komt het echter verder niet voor.