Object

4 Poezen

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

Willem de Zwart wordt gezien als een schakel tussen de Haagse School en de Amsterdamse Impressionisten. Hij leerde de schilderspraktijk in het atelier van Jacob Maris. Hoewel deze schilder soms jonge kunstenaars bijstond met adviezen, nam hij niet graag leerlingen aan. Theophile de Bock noemde in zijn monografie over de Haagse Schoolkunstenaar de reden: 'omdat hij de moeilijkheid besefte om wezenlijk te kunnen beoordelen of er iets in een jongen zit, tenzij deze reeds heel wat gestudeerd heeft en tot een zekere vastheid gekomen is.' Kennelijk zag hij in Willem de Zwart talent, want hij leidde hem zo'n drie jaar lang op.

Willem de Zwart sloot zich in 1885 aan bij de pas opgerichte Nederlandsche Etsclub. Een prominente etser binnen de vereniging was Philip Zilcken, een kunstenaar die veel schilderijen van collega's grafisch omzette ter reproductie ervan in tijdschriften. Daarmee droeg hij bij aan de bekendheid van tijdgenoten. Mogelijk heeft hij De Zwart van adviezen voorzien, aangezien deze in 1886 enige tijd bij hem inwoonde. Landschappen vormen het belangrijkste onderwerp van De Zwarts etsen. Afbeeldingen van dieren komen slechts een enkele keer voor, voornamelijk in zijn vroegere periode. Zo etste De Zwart ook rond 1885 enkele taferelen met melkdrinkende katten.