Object

Paarden op de Dam te Amsterdam

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

George Hendrik Breitner heeft als geen andere schilder het Amsterdamse straatleven vastgelegd in schilderijen, aquarellen en tekeningen. Pas na zijn dood bleek dat hij ook talloze foto's had gemaakt, die samen met zijn schetsen en olieverfstudies een essentieel uitgangspunt vormden voor zijn schilderijen. De voor negentiende-eeuwse begrippen willekeurige afsnijdingen van compositieonderdelen bleken mede geïnspireerd te zijn op foto's die vanwege de lange sluitertijd van de camera verrassende composities toonden. Ook 'Trampaarden op de Dam' is beïnvloed door de fotografie. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de abrupte afsnijding van het paardenhoofd rechts.
Breitner had een fascinatie voor paarden. Aanvankelijk richtte hij zich op de weergave van cavalerie. Na zijn verhuizing naar Amsterdam in 1886 schilderde hij vooral karren- en trampaarden, die bepalend waren in het dagelijkse straatbeeld. Zowel de compositie met vier paardenhoofden als het thema komen vaker voor in Breitners oeuvre. Zijn tijdgenoot Philippe Zilcken (1857-1930) schreef dat Breitner zijn paarden niet om hun karakter en standen schilderde, maar 'bijna uitsluitend om de opposities van hun vaal wit of donkerbruin tegen de oranje-gele lichten in de schemering. Breitner,' zo schreef hij, 'een schijnbaar illustratief talent, is in de eerste plaats schilder'.