Object

Blindgolded

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

Aanvankelijk wilde Pieter Engels sportleraar worden, maar in navolging van zijn vader koos hij voor het kunstenaarschap. Hij werd opgeleid aan de Koninklijke School voor Kunst en Kunstnijverheid in Den Bosch. Na het eerste rapport werd hem aangeraden te stoppen; vooral het feit dat hij geen kleuren wilde mengen viel niet in de smaak. Engels wist de directeur van de academie echter te overtuigen en boekte vervolgens grote vooruitgang op schildergebied. Daarna studeerde hij aan de Rijksakademie in Amsterdam, waar hij de Koninklijke subsidie voor de Vrije Schilderkunst won.

Pieter Engels nam in de jaren '60 een voortrekkersrol in met zijn kunstpraktijk. In 1964 richtte hij EPO (Engels Product Organisation) op, waarmee hij zichzelf niet als kunstenaar maar als directeur manifesteerde. Hij vervaardigde geen kunst maar prototypes, die hij in een showroom boven een galerie tentoonstelde. Hiermee stelde Engels waarden als uniciteit en authenticiteit aan de kaak. Ook destructie en ontkenning spelen een grote rol in zijn oeuvre. Zo bood hij in 1971 Het Koninkrijk der Nederlanden zijn levenslange staking als beeldend kunstenaar aan voor ƒ 25.000.000,-. Voor 'Blindgolded selfportrait' blinddoekte Engels zichzelf met een gouden blinddoek om vervolgens te gaan schilderen. Hierbij functioneerde het goud als een 'introspectieve spiegel'.