Object

Retabel van het Sacrament van Niervaert

Instelling/bron: Stedelijk Museum Breda

Het retabel vertelt het verhaal van het Sacrament van Niervaert: een wonderhostie die in 1421 van Niervaert (nu Klundert) naar Breda is overgebracht. Deze panelen zijn gemaakt voor het altaar van de Sacramentsbroederschap in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De wonderhostie werd tot de Beeldenstorm in 1566 door veel pelgrims bezocht. Traditiegetrouw was het Sacrament van Niervaert op de zaterdagavond voor de geboortedag van Johannes de Doper (24 juni) te zien op het hoogkoor. Op andere dagen kon men de hostie aanbidden voor het retabel. Ten tijde van de Beeldenstorm werd het retabel in stukken gezaagd en zijn enkele scènes verloren gegaan. Het verhaal dat hoort bij de voorstellingen is onderaan in Oudnederlands beschreven. Eerste paneel (verloren): Op het eerste paneel was te zien hoe de turfsteker Jan Bautoen rond 1300 de wonderhostie vindt in de buurt van Niervaert. Een mirakelspel uit de middeleeuwen beschrijft dat Bautoen in gezelschap van twee vrouwen aan het werk is, als hij tot zijn verbazing een hostie vindt. Wanneer hij de hostie aanraakt, begint die te bloeden. Een van de vrouwen snelt weg om de pastoor te halen. Tweede paneel: De pastoor is omringd door dorpsbewoners. Hij onderzoekt de hostie en wijst de gelovigen op de bijzondere betekenis ervan. Daarna plaatst hij de hostie in een ciborie, een speciale kelk, om die in een processie naar de kerk van Niervaert te dragen. In de periode daarna zorgt de hostie voor onverklaarbare gebeurtenissen. Tussen 1309 en 1437 zijn in de omgeving van Niervaert twintig wonderen beschreven, waaronder het verhaal van vijf kinderen die uit de dood zouden zijn opgestaan. Middenpaneel (3): In het midden is een grote monstrans afgebeeld met daarin de wonderhostie in een glazen cilinder. Het is niet bekend of dit een ‘portret’ is van de monstrans waarin de hostie werd gepresenteerd. Het geschilderde exemplaar wijkt af van de monstransen die in die periode in Breda werden vervaardigd. Kenmerkend zijn de opengewerkte flanken en op de bekroning is meestal een crucifix of heilige te zien. Verderop in deze zaal staat een vitrine met twee mooie voorbeelden. Onder de afbeelding staat in het Latijn Ziet het brood der engelen. Vierde paneel (verloren): Om de echtheid van het wonder te testen komt advocaat Macharius als afgevaardigde van het bisdom Luik naar Niervaert. Hij verhoort eerst de twee vrouwen die bij de vondst aanwezig waren en dan de pastoor. Vervolgens probeert Macharius de hostie met een priem te doorboren. Dat lukt hem pas bij de vijfde steek. De hostie begint op alle beschadigde plekken te bloeden, net als de vijf wonden van Christus aan het kruis. Daardoor beseft Macharius dat het een wonderhostie is. Vijfde paneel: Het dorpje Niervaert lag in een waterrijk gebied dat werd geteisterd door overstromingen. De bekendste zijn de St. Elisabethsvloeden in 1404, 1421 en 1424, die leidde tot het ontstaan van de Biesbosch. De stormramp in de nacht van 18 op 19 november 1421 treft ook Niervaert. Vanwege het risico dat de wonderhostie bij een volgende overstroming verloren gaat, besluit de bisschop van Luik om die over te brengen naar Breda. Zesde paneel (verloren): Niervaert en Breda behoorden allebei tot het bisdom Luik. Op dit paneel was te zien hoe graaf Jan IV van Nassau, Heer van Breda, aan de bisschop van Luik vraagt om de wonderhostie naar Breda over te brengen. Jan IV was getrouwd met de zuster van de bisschop, Maria van Loon-Heinsberg. Maria en Jan IV krijgen toestemming om het sacrament een nieuwe plaats te geven in Breda. De stad groeit daarna uit tot een belangrijk bedevaartsoord. Zevende paneel: Na de geslaagde onderhandelingen met de bisschop van Luik, komt de wonderhostie op 13 maart 1449 per boot aan in Breda. Op het paneel is de haven van de stad met de Waterpoort, de stadskraan en de Vismarkt te zien. Op de voorgrond trekt een processie van geestelijken en burgers via de Vismarktstraat naar de haven om de hostie te ontvangen. Middenpaneel onder (8): Op dit paneel staan portretten van veertien leden van het Niervaert-broederschap. Zij zijn de opdrachtgevers van dit retabel. De vrouw helemaal rechts is waarschijnlijk Barbara van Nassau. Barbara had een belangrijke rol in het Augustinessen-klooster dat was gesticht door haar grootmoeder Maria van Loon-Heinsberg. De mannen op de voorgrond dragen een koormantel met insigne van het gilde. De man in het witte onderkleed met een stola is de priester. Negende paneel (deels verloren): In 1860 is dit deel van een verloren paneel teruggevonden, zie ook S00306. Het laat zien hoe de wonderhostie aankomt in de haven en aan wal wordt gebracht. Zijn nieuwe onderkomen, de Onze-Lieve-Vrouwekerk, torent hoog boven de huizen uit. Op het missende deel stonden waarschijnlijk afbeeldingen van Jan IV van Nassau en zijn vrouw Maria van Loon-Heinsberg. Tiende paneel: De figuur in het midden is waarschijnlijk Willem van Galen, pastoor van Breda. Zijn koperen grafplaat is nog altijd te vinden in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Hij draagt de wonderhostie in een ciborie en toont die aan het volk. Tussen de omstanders staan leden van de familie Nassau, de voorouders van ons koningshuis. De persoon linksvoor is mogelijk Hendrik III. Rechtsvoor knielt zijn zoon René van Chalon, van wie Willem van Oranje zijn prinsentitel erfde. De vrouw rechtsachter is waarschijnlijk Barbara van Nassau. Creditline: Bruikleen Gemeente Breda