Object

Buurpraatje

Instelling/bron: Stedelijk Museum Breda

August Allebé bezocht kunstenaarsdorp Dongen vanaf 1864 bijna dertig jaar met grote regelmaat voor inspiratie. Hij vond in het dorp de motieven voor zijn schilderijen letterlijk ‘op straat’. De voorstellingen op zijn schilderijen zijn later, aan de hand van schetsen in scène gezet in zijn atelier, zoals dit buurpraatje. Allebé tekende in de warme zomermaanden ter plaatse mappen vol schetsen. Die nam hij mee naar zijn atelier in Amsterdam, waar hij ze in herfst en winter gebruikte als uitgangspunt voor zijn schilderijen. Mogelijk zijn de vrouwen uit verschillende generaties bedoeld als een symbolische verbeelding van de ouderdom. In de oude vrouw is mevrouw Muskens te herkennen, de eigenaresse van Hotel Muskens in Dongen. De jongere vrouw rijdt een kruiwagen waar een kind in zit. Een ander kind kijkt toe. De oude vrouw draagt een typisch Dongense muts. Op de boerderij is een wit teken geschilderd om het huis te vrijwaren van boze geesten. Een ekster zit op een aardewerken kom met water. Kunsthistoricus Bremmer schrijft in het blad Beeldende Kunst in 1915 over dit schilderij. Hij is kritisch over het werk en komt met een lang betoog over zijn bevindingen. De manier waarop Allebé de boerin heeft neergezet vind hij niet heel realistisch: ‘men moet bij deze menschen eens denken aan de boerinnen, die Vincent uit dezelfde streek schilderde, dan is de sfeer van hard werkende boerenleven hier geheel afwezig [...]. Maar Bremmer was zich er ook van bewust dat Allebe niet op zoek was naar dat wat Vincent zocht. Hij was hem bovendien dankbaar dat hij de kunst weer een kant opbracht waarbij er oog was voor de eigen omgeving en zijn leerlingen daar ook attent op maakten. Het studieuze werk van Allebé doet hem denken aan schilderijen van Adriaen van Ostade en werk van Decamps, een vergelijking waarin Allebé zich waarschijnlijk goed kon vinden. Creditline: Bruikleen Vereniging Vrienden Stedelijk Museum Breda