Object

Kwatta soldaatjes

Instelling/bron: Stedelijk Museum Breda

Twee kunststof Kwatta soldaatjes met op de sjerp aan de voor- en achterzijde ‘Kwatta’. Buigzaam soldaatje in wit en blauw uniform en rood hoofddeksel. Na de afschaffing van de slavernij keerde de plantersfamilie Van Emden in 1873 uit Suriname terug. Ze bezat daar de cacaoplantages Maasstroom en Kwatta. De naam Kwatta was ontleend aan een Zuid-Amerikaanse aapsoort. De Nederlanders noemden het dier bosduivel, de inlanders quatto. In Breda begon Van Emden de chocoladefabriek Kwatta. In 1907 ontwikkelde het bedrijf de chocoladereep. Het leger was lange tijd de voornaamste afnemer. Op de wikkels stond sinds 1920 een soldaatje afgebeeld. Het Kwatta soldaatje werd het handelsmerk van de fabriek. In de jaren ’50 werd de cartoonversie van het kwatta soldaatje als poppetje geïntroduceerd. De officieren van het leger namen aanstoot aan deze ‘bespotting’ van de militair, maar de soldaten aten er geen Kwatta minder om. Je kon voor de soldaatjes sparen, door de soldaatjes van de verpakking te knippen. Dit was een vroege spaaractie van Kwatta.