Wegen aan de wandel in de Loonse en Drunense Duinen

Oude handelsroutes en de oorsprong van het landschap

De hedendaagse Loonse en Drunense Duinen (Bron: Migl, Alexander, “Loonse en Drunense Duinen” 2021, Wikimedia.org, Wikimedia Commons, geraadpleegd 23 mei 2021.)

De hedendaagse Loonse en Drunense Duinen. (Foto: Migl, Alexander, Wikimedia Commons, 2021)

Alle rechten voorbehouden

Als je vandaag door de Loonse en Drunense Duinen loopt, zou je verwachten dat handelaren met karren vol koopwaar dit gebied vanwege het losse zand juist zouden vermijden. In het gebied liepen echter al in de vroege middeleeuwen bovenregionale handelsroutes. Later lag hier ook een deel van de belangrijke route tussen Breda en ’s-Hertogenbosch.

De Loonse en Drunense Duinen liggen niet alleen precies op de directe lijn tussen Breda en ’s-Hertogenbosch, maar hadden in de middeleeuwen ook nog eens een voordelig landschap om doorheen te reizen. Dat is vooral omdat het gebied er in het begin van de middeleeuwen anders uitzag dan vandaag. Het stuk land is vlak en ligt net een paar meter hoger dan de omliggende stukken. Door het hoogteverschil stroomt hemelwater snel door naar de aangrenzende, lagergelegen regio’s. Dit zorgt ervoor dat het relatief droog blijft omdat er weinig water in de grond achterblijft. Dit is weer een voordelige eigenschap voor de reizigers door het gebied, omdat ze zo minder afhankelijk zijn van de weersomstandigheden. Ondanks deze positieve eigenschappen begon het gebied door de jaren heen langzaam te transformeren in het gebied dat we vandaag kennen.

 

Het ontstaan van het landschap

Om te begrijpen hoe en waarom de handelsroutes beïnvloed werden door het landschap moeten we eerst kijken naar de oorsprong van de zandverstuiving. Tot het jaar 1000 werd zo goed als het hele gebied tussen de hogere zandgronden en de Maas bedekt door een dikke laag veen. Vanaf die periode begonnen mensen met het ontginnen van dit het veen langs de rivier om meer goede landbouwgrond te creëren. Kort voor 1400 nam de ontginning van het veengebied toe en binnen twee eeuwen was alle veen in de heerlijkheid Loon op Zand afgevoerd. Hierdoor zakte het grondwaterpeil en hogergelegen stukken bos en heide kregen het moeilijker. Dit in combinatie met kuddes schapen die op de heidegrond graasden en daarbij heide vertrapten, zorgden ervoor dat verschillende stukken zand bloot kwamen te liggen. De stukken zand werden steeds groter en in 1423 wordt er in de bronnen voor het eerst gesproken over stuifzand. Hoewel de combinatie van veenontginning en de schapenkuddes waarschijnlijk de oorzaak van de eerste stukken stuifzand zijn, is er nog een andere factor die invloed heeft gehad op het ontstaan van het grote stuifzandgebied.

 

De transformatie van het gebied en de wegen

Naast de bovengenoemde oorzaken heeft het reizen door het gebied zelf ook invloed gehad op het ontstaan van de zandverstuiving. De meeste belangrijke routes gingen over zandpaden en de ondergrond werd door veelvuldig gebruik blootgelegd, net als door de vertrappende schapenkuddes. Het gevolg hiervan was dat de zandpaden steeds ruller werden en steeds minder geschikt waren om overheen te lopen. Om dit op te lossen gingen reizigers naast het pad lopen omdat hier de ondergrond nog niet te los was. Na verloop van tijd gebeurde met de stukken langs de weg hetzelfde als met het midden van de weg en het losse onbruikbare wegdeel werd alsmaar breder. Hiermee droeg het reizen bij aan de groei van het stuifzandgebied en veranderde tegelijkertijd langzaam het traject van de wegen die hier lagen omdat ze zo steeds een stukje opschoven.

Vanaf het moment dat de zandgrond los begon te raken veranderden de wegen op een organische manier, maar na verloop van tijd begon het stuifzand zich steeds meer te verplaatsen en er werd een beslissing gemaakt om de doorgaande weg te verplaatsen. Het verplaatsende stuifzand zorgde voor dusdanige overlast dat het dorp Venloon, de oude naam van Loon op Zand, langzaam verhuisde naar de plek waar het nu ligt. Daarnaast werden er op verschillende plekken in het gebied zandwallen opgeworpen om het stuifzand tegen te houden. De weg die van west naar oost door het gebied liep werd vanwege de overlast van het stuifzand naar een zuidelijker traject verlegd. Hierbij is sprake van een bestuurlijke beslissing die rond 1765 gemaakt werd. 

De verplaatsing van de oost-westroute door de Loonse en Drunense Duinen in 1765. Vanaf dat jaar werd de weg gebruikt op de groene lijn, daarvoor het traject van de rode lijn.

De verplaatsing van de oost-westroute door de Loonse en Drunense Duinen in 1765. Vanaf dat jaar werd de weg gebruikt op de groene lijn, daarvoor het traject van de rode lijn.

Alle rechten voorbehouden

De situatie in de Loonse en Drunense Duinen is in de afgelopen 600 tot 1000 jaar flink veranderd, niet het minst voor mensen die door het gebied heen reizen. Voordat de grote transformatie van het landschap had plaatsgevonden was het een efficiënt gebied om doorheen te reizen omdat het een droog en vlak gebied was. Men kon zo goed als rechtstreeks door het gebied richting hun bestemming gaan. Na verloop van tijd begon de zanderige ondergrond door de verdroging steeds losser te raken en werden de zandpaden moeilijker om te gebruiken. Mensen moesten vaak naast het pad gaan lopen en zelf kijken welke stukken nog goed waren en welke niet. Zeker vanaf de achttiende eeuw was het gebied door het stuifzand eigenlijk niet meer geschikt om doorheen te reizen en daarom werd de belangrijkste weg die hier lag ook een stuk naar het zuiden verplaatst. 

 


Bronnen

Lesuis, J., “Venloon en het oprukkende stuifzand” (2020) op Brabantserfgoed.nl, geraadpleegd 23 mei 2022.

Van Opzeeland, B., Zandpaden in Heusden - karrensporen. Uitgave voorzien 2022. Heemkundekring Onsenoort, Nieuwkuijk.

Van Putten, R., e.a., Historische atlas van Tilburg, Bussum, 2019, 6-11.

Toorians, L., Zandloper, Tilburg 2008.