Crossdressing – het dragen van kleren die doorgaans door een ander gender gedragen geworden – is door de geschiedenis heen vaak bestraft, maar kent een lange traditie tijdens carnaval. Vroeger werd hiervoor ook wel de term 'travestie' gebruikt, maar tegenwoordig is die term veelal vervangen door het neutralere crossdressing. In vroegmodern Europa waren er enkele uitzonderlijke gelegenheden waarbij crossdressing tot op zekere hoogte geaccepteerd werd. Carnaval was daar een van. Crossdressing sluit goed aan bij het voor carnaval karakteristieke verkleden en omkeren van sociale normen.
Religieuze Conservatieven
Aan het einde van de negentiende en begin twintigste eeuw ontstonden er zorgen bij religieuze conservatieven over carnaval en crossdressing. Het katholieke dagblad De Tijd had veel kritiek op de excessen van carnaval, en dan met name crossdressing. In 1893 schrijft de krant kritisch over een carnavalsclub in Breda, die als doel heeft carnaval te "veredelen". Volgens De Tijd kan carnaval alleen veredeld worden door krachtig optreden van de politie tegen dronkenschap, liederlijkheid en vooral het vermommen van mannen in vrouwenkleding. In 1901 wordt er weer kritisch over carnaval geschreven, ditmaal in een ingezonden brief uit Den Bosch. De schrijver beweert een liefhebber van pret en van gepast vermaak te zijn, maar de losbandigheden van carnaval gaan de schrijver veel te ver. Carnaval is volgens de schrijver "noodlottig uit zedelijk zoowel als uit lichamelijk oogpunt" en schandalig, vooral voor katholieken. Ook in dit artikel wordt gepleit voor streng politieoptreden, niet alleen tegen crossdressing, maar tegen gemaskerd lopen op straat in het algemeen. In een derde artikel uit 1910 wordt herhaald: "Wat ons de meeste reden tot aanstoot gaf, is de verkleeding van mannen in vrouwenkleeren en omgekeerd. Dat walgt. Daar moet de overheid ingrijpen! Dat mag niet getolereerd worden."
Deze artikelen in De Tijd zijn een voorbeeld van de strijd om kledingnormen die rond het begin van de twintigste eeuw plaatsvond. Dit debat wordt verder toegelicht in het artikel "Conservatieve religieuzen en Brabantse vrouwen in 'mannenkleren'." Mede door het feminisme wat eind negentiende eeuw in opkomst was, begonnen kledingnormen voor vrouwen te veranderen. Vrouwen streden voor politieke en maatschappelijke gelijkheid, waaronder ook het recht om de vaak belemmerende traditionele vrouwenkleding te verwisselen voor praktischere kleding , zoals de broek. Katholieke conservatieven reageerden fel op deze ontwikkeling. De kerk had een bepaalde visie op mannen- en vrouwenkleding, en de schending van deze visie was een aantasting van de zedelijkheid. Het dragen van kleding van de andere sekse – en dan met name vrouwen in broeken – was dus compleet uit den boze.
Arrestaties
Het bleef niet bij krantenartikelen. In het begin van de twintigste eeuw kon crossdressing ook nog wel eens leiden tot arrestaties. Zo schrijft de Tilburgsche Courant in 1921 bijvoorbeeld over een carnavalsviering in Den Bosch, waarbij het verbod op crossdressing door veel mensen overtreden werd. Door de grote hoeveelheid mensen was moeilijk om iedereen te arresteren, dus bleven er veel mensen ongestraft. Wel lukte de politie het om achttien meisjes in mannenkleding te arresteren. Wat voor straf de meisjes hiervoor ontvingen, wordt uit het artikel niet duidelijk.
Over de zaak van de jonge vrouw "C. W." uit Bergen op Zoom is meer bekend. Tijdens de carnavalsviering van 1930 in Bergen op Zoom deed zij met een groep dames mee aan een kostuumwedstrijd, verkleed als "De Eerste Amerikaansche Vrouwelijke Studenten Signaal Afdeeling", waarvoor zij de eerste prijs wonnen. De dames droegen echter lange broeken en dat was in overtreding van artikel 28 van de politieverordening rondom kledingvoorschriften. Een rechtszaak werd aangespannen tegen C. W., die volgens de krant een "principieel tintje" aannam. Wellicht dat een uitspraak in deze zaak symbolisch ook uitspraak zou doen over de bredere maatschappelijke discussie over kledingnormen. Dat de zaak zich afspeelde tijdens carnaval maakte uiteindelijk het verschil voor de jonge vrouw: ze werd vrijgesproken, omdat haar kostuum niet tot de normale mannenkleding behoorde. Dagblad De Grondwet schreef hierover: "Er zijn ook wel damescostuums waarbij een broek behoort, vooral als men zooals met carnaval vaak gebeurt vreemde kleederdrachten wil voorstellen." In de maatschappelijke strijd over kledingnormen behield carnaval hier dus zijn eeuwenoude functie als zeldzame gelegenheid waarop crossdressing werd getolereerd.
“In Manskleeren bij het Carnaval”, een artikel over mejuffrouw C. W. (Bron: Het Nieuws van den Dag, 29 maart 1930, Delpher)
Carnavalstradities
Crossdressing kan door iedereen gedaan worden, door queer-, hetero-, trans- en cisgender personen. Wie het ook doet, de gebruikelijke normen rondom gender en seksualiteit worden door de crossdresser uitgedaagd. Dit sluit goed aan bij de tradities van carnaval. Carnaval is van oudsher het laatste moment voor de vastentijd. Men kon dus nog een laatste keer uitbundig feestvieren voordat een periode van bezinning en soberheid begon. Sinds de middeleeuwen wordt carnaval daarnaast gekenmerkt door het principe van de 'omgekeerde wereld', waarbij tijdens het feest de normale rangen en standen niet gelden. Ook vermommingen en verkleedpartijen zijn al sinds de middeleeuwen een vast onderdeel van het feest. Carnaval was daarom bij uitstek een goede gelegenheid voor doorbreken van gendernormen door crossdressing. Deze traditie is ook vandaag nog terug te zien. Neem bijvoorbeeld Hendrien, een karakter in het Oeteldonkse carnaval. In 1927 werd Hendrien geïntroduceerd als de huishoudster van 'burgervoajer' Peer vaan de Muggenheuvel. Hendrien wordt gebruikelijk gespeeld door een man in vrouwenkleding.
Toch leidden de excessen van carnaval op meerdere momenten in de geschiedenis tot spanning. Vanaf 1581 nam het Bredase bestuur bijvoorbeeld maatregelen tegen 'mommerijen', oftewel verkleedpartijen. In 1920 werd crossdressing in Bergen op Zoom expliciet verboden: men mocht zich niet verkleden in de "kunne waartoe men niet behoort". In de jaren ’50 en ’60 werd er nog gestreden tegen plaatselijke verordeningen die het zich in het openbaar verkleden verboden. Door de geschiedenis heen heeft carnaval dus ruimte geboden om met gendernormen te spelen, maar is het ook doelwit geweest van conservatieven die de excessen van carnaval wilden tegenhouden.
Foto van Hendrien, gespeeld door Wim Kerstens, tijdens carnaval in 1976. (Foto: Fotopersbureau Het Zuiden, Stadsarchief ’s-Hertogenbosch 1976)
Verantwoording woordgebruik
Bij het schrijven van dit artikel hebben we de publicatie Woorden doen ertoe door het Museum van Wereldculturen. Woorden die beledigend of discriminerend kunnen zijn, zijn tussen aanhalingstekens geplaatst. Echter is deze lijst voortdurend in beweging, en kunnen termen die op het moment dat het artikel werd gepubliceerd gangbaar en geaccepteerd waren later niet meer gepast zijn. Vragen over Words Matter? Laat het ons weten via het contactformulier.
Bronnen
"Carnaval", in: De Tijd, (9 februari 1910).
"Carnavalsfeest", in: De Tijd, (2 maart 1901).
"Een Carnaval met een Staartje", in: Nieuwe Tilburgsche Courant, (26 februari 1921).
"In Manskleeren Bij Het Carnaval", in: Het nieuws van den dag, (29 maart 1930).
"Na de Carnaval", in: Dagblad van Noord-Brabant (4 april 1930).
"In Manskleeren?", in: De Grondwet (28 maart 1930).
De Leeuw, K. P. C., Kleding in Nederland 1813-1920, DBNL, 1991.
Oudheusden, J.,"Het Oeteldonks Vaandel", Brabants Erfgoed, 27 oktober 2017.