Bij het dorp Sterksel ligt een voormalig instellingsterrein met de naam Providentia. Hier ontwikkelden de Broeders van de Heilige Joseph in Heerlen vanaf 1919 een beschermde woonomgeving voor epilepsiepatiënten. Door de omvang van het complex en de aanwezigheid van voorzieningen als een boerderij, kapel en een winkel leek Providentia op een klein dorp. Providentia begon als een verpleeghuis voor mensen met epilepsie. Door fusie werd het een onderdeel van de instelling Kempenhaeghe. In de jaren zeventig kwam de nadruk te liggen op wonen, terwijl Kempenhaeghe uitgroeide tot een behandel- en onderzoekscentrum. Het terrein van Providentia werd in de afgelopen twintig jaar ontwikkeld tot een woonwijk waar mensen met en zonder epilepsie wonen. In 2015 gaf de gemeente Heeze-Leende de nieuwe woonwijk de naam Kloostervelden. Tijdens de oorlog was er op het terrein een zogenoemd KLV-Lager voor jongens en soms meisjes. Wat weten we hiervan? Aan de hand van herinneringen van ooggetuigen, opmerkingen in de literatuur, fragmentarische bronnen, de vergelijking met een ander KLV-Lager, een foto en twee wasserijbonnen kunnen we toch het een en ander reconstrueren.
Losse herinneringen
In 2017 gaf de heemkundekring ‘De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten’ een boekje uit waarin enkele aspecten van de geschiedenis van Providentia worden beschreven. In het hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog besteedt de paragraaf ‘De Duitsers op Providentia’ kort aandacht aan de aanwezigheid van het KLV-Lager. Al eerder is er geschreven over het kamp op Providentia. Zo is in het boek over Sterksel uit 1983 sprake van een ‘verblijf voor de Hitlerjugend, die hier onder SS-leiding werd opgeleid.’ De Duitsers zouden hier een gebouwtje en een betonnen schuilplaats hebben opgericht. In hetzelfde boek wordt vermeld dat het Wegschap Sterksel, de plaatselijke instelling die verantwoordelijk was voor aanleg en onderhoud van water- en verkeerswegen, in de oorlogsjaren correspondeerde met de N.S.D.A.P. Hitler-Jugend Reichsjugendführung Befehlstelle Niederlande in Den Haag over een bijdrage van deze instantie aan de verbetering van de toegangsweg naar Providentia. In opgetekende herinneringen van inwoners van Sterksel gaat het onder meer over het voetballen van de dorpsjeugd met jongens uit het kamp. David Schilleman (1919-1998) vertelt over kampbewoners die door de straten van Sterksel marcheerden. Ten slotte is er het verhaal over een mogelijk verblijf in het kamp van de dochter van Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart (1892-1946): hij zou haar zelfs in Sterksel bezocht hebben.
Kinderlandverschickung
Voor de achtergrond van het KLV-Lager in Sterksel moeten we eerst kijken naar het verschijnsel Kinderlandverschickung (KLV) zoals dat in Duitsland vorm kreeg. Al aan het einde van de negentiende eeuw werden stadskinderen uit behoeftige gezinnen met een slechte gezondheid op het platteland ondergebracht om te herstellen. Dit vond plaats onder de noemer Kinderlandverschickung. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, ging de nieuw opgerichte Nationalsozialistische Volkswohlfahrt (NSV) zich als orgaan van de staat bezighouden met (jeugd) welzijnszorg en volksgezondheid.
Toen op 24 september 1940 bleek dat zelfs Berlijn niet veilig was voor Britse bommen, greep Hitler in. Uit een brief van Martin Bormann (1900-1945), privésecretaris van Hitler, van 27 september 1940 blijkt wat de bedoeling was. Kinderen uit gebieden waar ’s nachts geregeld het luchtalarm afging, werden met toestemming van de ouders naar veilige oorden gestuurd. De uitvoering stond onder leiding van Baldur von Schirach (1907-1974), leider van de Hitlerjugend (HJ). De NSV was verantwoordelijk voor niet-schoolplichtige kinderen en kinderen uit de eerste vier jaargangen (jonger dan 10 jaar), de HJ voor kinderen die ouder waren. Zo startte op 3 oktober 1940 de evacuatie van scholieren van 10 tot 14 jaar onder de noemer Erweiterte Kinderlandverschickung.
Voor zowel de organisatie als de personele invulling zorgde de HJ. Scholieren verbleven, vaak samen met hun klasgenoten, enkele maanden in een KLV-Lager, gescheiden van hun familie en tijdens een belangrijke fase van hun ontwikkeling. Uiteraard ging de politieke leiding van het Reich in deze fase nog uit van een Duitse overwinning op Groot-Brittannië en een spoedig einde van de oorlog, waardoor de evacuatie hooguit enkele weken zou duren. In werkelijkheid duurde het zes maanden voordat de eerste kinderen terugkeerden. In de laatste oorlogsjaren verbleven sommige kinderen meer dan achttien maanden onafgebroken in een kamp.
In de kampen werden jongens en meisjes gescheiden ondergebracht. Het verblijf en de opvoeding daar sloten aan op de ideologie van de nationaalsocialisten, waarin de individuele opvoeding door ouders en op school gepaard moest gaan met de opvoeding in de groep. Kinderen en jongeren werd bijgebracht dat hun leven in dienst moest staan van de Volksgemeinschaft, het ‘raszuivere’, klasseloze en tot een sociale en politieke eenheid gesmede Duitse volk. Belangrijke elementen in deze nationaalsocialistische groepsopvoeding waren een strikt gereglementeerde dagelijkse routine, het gebruik van uniformen en streven naar gelijkvormigheid. De middelen waren: een duidelijke commandostructuur en onderwerpingsrituelen; lichamelijke opvoeding en sportieve training; en het marcheren in groepen. Zelfs de vrije tijd werd ingevuld met bezigheden met een hoge symbolische betekenis. Zoals het in 1943 in het Amtliches Organ des Jugendführers des deutschen Reiches stond: “De inrichting van KLV-Lager biedt de mogelijkheid om jonge mensen op grote schaal en gedurende langere tijd in alle aspecten te onderwijzen. Schoolwerk, HJ-dienst en vrije tijd laten zich hier opvoedkundig gelijkmatig beïnvloeden.” De opvoeding in het kamp moest daarom gebaseerd worden op orde en discipline, bevel en gehoorzaamheid.
Deze omschrijving en de langdurige scheiding van ouders en familie doen vermoeden dat het verblijf niet zo prettig was. Getuigenissen van kinderen die in een kamp verbleven, spreken echter van een vrolijk en onbezorgd verblijf samen met leeftijdgenoten, waarover hoogstens heimwee een schaduw wierp. Van politieke en ideologische beïnvloeding hadden ze niets gemerkt. Ook kampleiders uit die tijd ontkennen dat hiervan sprake was. Latere onderzoekers hebben erop gewezen dat kampbewoners al voor hun verblijf in het KLV-Lager zo gewend waren aan het leven volgens de normen en waarden van het nationaalsocialistische systeem, dat ze de beïnvloeding niet als iets bijzonders hebben ervaren.
KLV-Lager in Nederland
Ook in Nederland werden KLV-Lager ingericht. Naast een aantal kleinere kampen ontstonden er in twee gevorderde kloosters grote kampen: in Huize Providentia in Sterksel en in de trappistenabdij Lilbosch in het Limburgse Echt. Zowel in Sterksel als in Echt moesten de broeders respectievelijk monniken het veld ruimen. Het inbeslaggenomen complex in Echt ressorteerde vanaf de herfst van 1942 onder het Reichskommisariat Abteilung Feindvermögen met als Verwalter (beheerders) Möller voor het klooster en voor de boerderij Willem F.J. Quaedvlieg (1888-1960), Boerenleider in Limburg namens de Nederlandsche Landstand, de nationaalsocialistische koepelorganisatie voor alle boeren. Na de inbeslagname van Providentia op 6 november 1942 traden daar dezelfde Verwalter aan.
Zowel in Echt als in Sterksel bouwden de Duitsers een schuilkelder. De plannen hiervoor bevinden zich in het NIOD in het archief van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft. De ‘bunker’ in Sterksel is in de jaren zeventig volgestort met zand; die in Echt, een Luftschutzkeller zoals die in Sterksel, bestaat nog. Deze bunkers waren in principe bomvrij en gasdicht af te sluiten en voorzien van een lucht- c.q. gasfilterinstallatie, verwarming en ventilatie, toiletten en wasgelegenheden.
Omdat de archieven van de KLV aan het einde van de oorlog grotendeels vernietigd zijn, weten we weinig over het wel en wee in de kampen en wie er verbleven hebben. Naar het kamp in Echt heeft René Rutten uit die plaats onderzoek gedaan en dat heeft brokstukken informatie opgeleverd die een beeld geven van het leven en de bewoners van het kamp. Het kwam begin 1943 onder beheer van de HJ te staan. Tijdens een open dag in 1998 meldde zich een bejaarde dame uit Keulen. Zij vertelde met veel plezier terug te denken aan de fantastische vakantietijd die zij eind 1942, begin 1943 op Lilbosch had gehad. Omdat zij al wat ouder was, behoorde zij tot de kampleiding en deed ’s middags spelletjes met de meisjes. Zij zei niets van indoctrinatie te hebben gemerkt. Een andere Duitse bewoonster van het kamp vertelde over het hijsen van de vlag ’s morgens na het appèl en dat ze regelmatig moesten marcheren. Ze zaten niet opgesloten in het kamp maar kwamen vaak buiten. De groep die het langst in Echt verbleef, bestond uit leerlingen en docenten van het Ceciliengymnasium en de Auguste-Viktoria-Schule uit Bielefeld. Zij verbleven er maar liefst negen maanden, van 11 oktober 1943 tot juli 1944. Ze sliepen in de grote ruimtes van het klooster op veldbedden met strozakken en moesten zelf zorgen voor orde en schoonmaak, onder toezicht van de leidsters van de Bund Deutscher Mädel, de tegenhanger voor meisjes van de Hitlerjugend.
Abdij Lilbosch in Echt. Bron: Havang(nl), Wikimedia Commons
Hoewel het verblijf in het klooster niet bevorderlijk was voor de gezondheid, waren de meisjes er blijkbaar toch beter aan toe dan in Bielefeld, want ze namen snel toe in gewicht. Ook in de herinneringen van deze leerlingen was er geen sprake van een programma van uitgesproken politieke beïnvloeding. Van de aanwezigheid van een jongenskamp in Echt is niets bekend.
Naast leerlingen uit Duitsland verbleven er van april tot oktober 1943 ook leerlingen van de Deutsche Oberschule in Rotterdam en de Deutsche Volksschule in Den Haag. Daarnaast bestond in Den Haag een Realgymnasium, dat in 1937 werd omgezet in een achtjarige Oberschule. In datzelfde jaar kwam de school onder leiding te staan van de nazi en germanist dr. Eugen Honsberg (1906-?), schrijver van een artikel over geschiedenis en geschiedenisonderwijs. De leerlingen van deze school werden in 1943 gedurende een korte periode geëvacueerd naar Sterksel. In de herfst van 1943 keerden ze voor enkele maanden terug naar Den Haag maar in het voorjaar van 1944 moesten de leerlingen naar het kamp Brummen bij Arnhem en ten slotte naar Fallingbostel op de Lüneburger Heide.
Het KLV-Lager in Sterksel
Net als in Echt verbleven in Sterksel zowel Nederlandse als Duitse scholieren. Behalve de hiervoor genoemde geëvacueerde scholieren van de Deutsche Oberschule in Den Haag staat ook het verblijf van een groep middelbare scholieren uit Wuppertal tussen 9 maart en 14 september 1944 vast. Zij staan op een foto, nu in het archief van de Heemkundekring, en bovendien zijn uit de periode van hun verblijf twee wasserijbonnen van 12 september 1944 bewaard gebleven, die in 2017 opdoken in het ongeordende archief van Providentia, nu Kempenhaeghe. Het gaat om bonnen van Wasserij “Ozon” in Meerveldhoven. Dit bedrijf werd in 1928 opgericht achter een woning aan de Provincialeweg 50 aldaar en maakte voor het bleken van textiel gebruik van een techniek met ozon. De twee bonnen zijn opgesteld in het Duits en gericht aan K.L.V. Lager, Providentia, Sterksel. De eerste bon betreft kleding en attributen van de Lagermannschaft, de kampbemanning, waaronder Ober- en Unterhemden, Schlafjacken und -Hosen en Socken en Taschentücher. Een mantel en een wollen deken zijn chemisch gereinigd. De tweede bon – in tweevoud bewaard – is voornamelijk voor beddengoed, zoals Bettlaken, Kissenbezüge en Handtücher. Omdat zeep al sinds augustus 1940 op de bon was, geeft de laatste bon ook een saldering met betrekking tot Seife-Marken ofwel zeepbonnen.
De dochter van Seyss-Inquart
Tot slot is er het verhaal van de dochter van Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart en zijn bezoek aan het K.L.V. Lager in Sterksel. Na de bezetting van Nederland werd hij door Hitler benoemd tot hoogste Duitse vertegenwoordiger in het land. Seyss-Inquart trouwde in 1916 met Gertrud Maschka (1894-?), met wie hij drie kinderen kreeg: Ingeborg Caroline Auguste (1917), Richard (1921) en Dorothea (1928). Wellicht was het de jongste dochter van Seyss-Inquart die in Sterksel verbleef.
Over het mogelijke verblijf van Dorothea Seyss-Inquart in Sterksel valt het volgende te zeggen. We hebben hiervoor gezien dat de kinderen van de Deutsche Oberschule in Den Haag in 1943 enige tijd in Sterksel verbleven. Dorothea was toen vijftien en komt qua leeftijd dus in aanmerking om één van die leerlingen te zijn geweest. Arthur Seyss-Inquart woonde met zijn gezin tot 1 februari 1944 op landgoed Clingendael in Wassenaar. Het ligt dus voor de hand dat zijn dochter de Duitse school in Den Haag bezocht. Deze was gevestigd aan de Jan van Nassaustraat in Den Haag. Op internet is een foto te vinden met het volgende bijschrift: “Gauleiter Wächtler bezoekt de Duitse school aan de Jan van Nassau. In gesprek met de dochter van Dr. Seyss-Inquart”. De betrokken Gauleiter was Fritz Wächtler (1891-1945), Gauleiter van de Beierse Gau Bayreuth en SS-Obergruppenführer. Op grond hiervan mogen we aannemen dat de dochter van Seyss-Inquart in Sterksel geweest is en daar wellicht door haar vader bezocht is.
Gauleiter Fritz Wächtler, ca. 1940-1942. Bron: Nationaal Archief
Na de bevrijding
Huize Providentia werd in september 1944 andermaal ontruimd, nu door de Duitsers. Omdat het klooster dicht bij het front lag, werd het tussen oktober en december 1944 door het 81st British General Hospital gebruikt als ziekenhuis. Soldaten die er overleden, werden begraven op de kloosterbegraafplaats. Voor hen is tegenwoordig een apart deel ingericht. Alle 42 soldaten die hier begraven liggen, overleden tussen oktober 1944 en januari 1945.
Bronnen en literatuur
Amsterdam, NIOD, Toegangnr. 039, Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft, inv.nr. 2269, Stukken betreffende bouwplannen voor schuilkelders te Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Den Haag, Echt, Nijmegen, Rotterdam, Sterksel en Utrecht, 1943-1944.
Den Haag, Haags Gemeentearchief, Toegangnr. 0989-01, Duitse Schoolvereniging / Deutsche Schulverein, Inleiding, op archieven.nl (geraadpleegd 25 juni 2024).
Bosmans, J., ‘Oorlog op Lilbosch’, op www.pejjerlandj.nl/knipsel-upload/4514_oorlog%20op%20lilbosch.pdf (geraadpleegd 25 juni 2024).
Bosmans, J., Verwante paters en broeders. Een familiegeschiedenis in de trappistenabdij Lilbosch in Echt (Hilversum 2022).
Douma, K., ‘Een KLV-Lager in Sterksel’, Heemkronyk 63 nr. 1 (2024) 9-12.
‘Fritz Wächtler’, op de.wikipedia.org/wiki/Fritz_Wächtler (geraadpleegd 25 juni 2024).
Honsberg, E., ‘Voraussetzungen und Aufgaben von Geschichtswissenschaft und Geschichtsunterricht’, Vergangenheit und Gegenwart 25 (1935) 552-560.
‘Kinderlandverschickung’ op de.wikipedia.org/wiki/Kinderlandverschickung (geraadpleegd 28 november 2023).
Koppes, J., ‘Huize Providentia’ op www.tracesofwar.nl/sights/39605/Huize-Providentia.htm (geraadpleegd 25 juni 2024).
Krutzen, M., ‘Willem Quaedvlieg (1888-1960). Leider van de Limburgse Landstand’, Mijnstreek. Historisch magazine voor Parkstad Limburg 1 nr. 4 (2016) 25-27.
‘Landgoed Clingendael’ op nl.wikipedia.org/wiki/Landgoed_Clingendael (geraadpleegd 11 februari 2024).
Lexmond, A., ‘De geschiedenis van de Duitse Haagse school’ (4 januari 2016) op h5mc.nl/de-geschiedenis-van-de-duitse-haagse-school/ (geraadpleegd 11 februari 2024).
Oirschot, A. van (red.), Sterksel. Een zaligheid apart. De geschiedenis van het meest merkwaardige dorp van Brabant (z.p. 1983).
‘Providentia (Sterksel)’ op nl.wikipedia.org/wiki/Providentia_(Sterksel) (geraadpleegd 25 juni 2024).
Rutten, R.J.M., Lilbosch tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Klooster Lilbosch 1883 – 1912. Abdij Lilbosch vanaf 1912. Bernardus-college 1906-1942. De Bunker vanaf 1942 (tweede druk Echt 2008), op pejjerlandj.nl/knipsel-upload/1736_1736_kroniek9.pdf (geraadpleegd 25 juni 2024).
Rutten, R.J.M., ‘Trappistenabdij van Lilbosch en het St. Bernarduscollege bleef het geweld van de Tweede Wereldoorlog niet bespaard en Collegium Bernardinum Historie in beeld’ (december 2010) op www.pejjerlandj.nl/knipsel-upload/2466_kroniek_2_dec2010.pdf (geraadpleegd 28 november 2023).
Van Providentia tot Kloostervelden (Heeze 2017).