Evacuatie
Een aantal dorpsbewoners besloot uit wanhoop door de linies naar de Engelsen te trekken, die slechts een kilometer verderop lagen. De Engelsen namen hen eerst gevangen, maar toen duidelijk werd dat er geen Duitse troepen meer in Klundert waren, werd een gepland bombardement net op tijd afgelast. Desalniettemin was de schade enorm. Jos meldde zich na de evacuatie van het dorp bij het Engelse Rode Kruis en kreeg twee voertuigen beschikbaar gesteld om gewonden te evacueren. Op de motorkap van de voorste jeep reed hij Klundert binnen, dwars door de brandende stad. In de kelder van de pastoor vond hij gewonden, zowel Nederlanders als Duitsers. De gewonden werden naar Roosendaal gebracht, inclusief een Duitse Stafarts die meteen werd ingezet om zijn eigen mensen te verzorgen.
Verwoest
De Engelsen hadden inmiddels Klundert in zijn geheel bezet. Het dorp stond in vuur en vlam. Jos en een aantal dorpsgenoten wendden zich tot de Engelsen om totale verwoesting door de brand te voorkomen. De schade was te beperken door een aantal huizen op te blazen, waardoor de brand niet over kon slaan. Hoewel de Engelsen hier het materieel voor hadden, weigerden ze. Mede als gevolg van deze beslissing is Klundert tijdens de bevrijding grotendeels verwoest.
Jos den Engelse vertelt
Interview met Jos den Engelse
Bij het Rode Kruis waar ik lid van was dus, van de transport kolommen werd er al doorgegeven, door mijn vader dat er geen Duitsers meer in Klundert waren.
Daarna vonden toch nog geregeld beschietingen plaats en om 9 uur werden de eerste branden in Klundert waargenomen.
Het begon In de spits van de toren van de hervormde kerk waar fosforgranaten ingeschoten werden en die begon te branden en langzaam maar zeker ging heel de hervormde kerk in vlammen over.
De omliggende huizen, daar waren de ruiten van kapot en al die gordijnen die waaiden naar buiten en die gordijnen die vatten vlam.
Toen hebben we alle gordijnen van de ramen afgerukt en buiten gegooid en op die manier hebben we dus nog verschillende huizen kunnen behouden.
Zo was er ook een fosforgranaat gekomen op de zolder van de Nederlandse hervormde school.
Toen heb ik met nog iemand van de Rode Kruis, hebben we die fosforgranaat naar buiten gegooid.
En zodoende is de Nederlandse hervormde school dus ook behouden en die is later ook nog gebruikt voor allerlei vergaderingen en bijeenkomsten.
Want 't was eigenlijk het enigste gebouw in Klundert wat nog over was van de oorlog, eigenlijk hè.
Er vielen dus nog steeds granaten en daarna zijn een paar Mensen van het Rode Kruis, dat was in de eerste plaats Adri de Hollander, dat was een schoonzoon van dokter De Ruiter en die is later hier in Klundert ook dokter geworden.
Willem Merkmeester, die was eigenlijk commandant van de transport kolonne, mijn broer Kees, Kees den Engelse.
Die zeiden: het kan zo niet langer meer en die zijn toen door de linies heen naar de Engelsen gegaan.
De Engelsen die lagen nog maar één kilometer buiten Klundert en de lagen ze al van 's nachts ongeveer drie uur af, maar die bleven er mooi liggen en die kwamen niet verder.
Toen ze daar aankwamen werden ze direct gevangengenomen en verhoord.
Toen ze dus vertelden dat er geen Duitsers meer waren, zeiden ze, nou, dan is het goed, dan gaan jullie tweeën, den Hollander dus, en den Engelse, ga maar terug naar Klundert en jullie nemen dan die Duitse dokter en met zijn personeel maar gevangen en die breng je maar hier, en verder ga je de bevolking berichtgeven dat ze moeten zorgen dat ze voor half twee Klundert uit zijn, want om half twee, zal er een zwaar bombardement door Engelse bombardement vliegtuigen plaatsvinden.
Toen dus de bevolking Klundert uittrok, werd het de Engelsen wel gewaar dat er toch geen Duitsers meer waren. En, die hebben toen nog kans gezien via de radio-installatie.
Die hebben die door kunnen geven naar het hoofdkwartier dat het bombardement niet meer mocht plaatsvinden, want dat er geen Duitser meer in Klundert was.
Ik ben dus zelf ook met die eerste mensen meegegaan en ik heb mijn direct bij het Rode Kruis gemeld.
Dat lag op ongeveer vier kilometer afstand van Klundert op de Mariahoeve in de boerendijk, de heer Piet Bal woonde daar.
En daar heb ik mijn eigen direct gemeld bij het Engelse Rode Kruis.
En zo goed is ook, en zo kwaad als het ging heb ik gezegd dat er nog zoveel gewonden waren en toen werden mij dus twee Jeeps en een grote Rode Kruis wagen beschikbaar gesteld om naar Klundert te gaan.
Ik werd op de voorste jeep, werd ik op de motorkap gezet.
Dus ze dachten wanneer het er eventueel nog sluipschutters zijn of beschietingen plaatsvinden, dan gaat hij eerst voordat ze ons raken en zo zijn wij in Klundert gekomen dat al gedeeltelijk in brand stond.
We kwamen over de groene brug, dat is hier op het eind van de Voortstraat en toen waren er toch reeds van Engelse genisten waren aanwezig die bezig waren de teller mijnen uit de brug te halen, want die waren daarin gedaan om de bruggen te laten springen.
Maar de Duitsers die daarvoor bestemd waren die zijn gebombardeerd en zodoende zijn de bruggen niet gesprongen.
Er wordt wel eens verteld dat de mensen kabels doorgesneden hebben, maar de mensen van dat springcommando, dat waren dus eigenlijk grote schoften.
Brutale lui waren dat, en die zijn gebombardeerd en zodoende zijn de bruggen niet gesprongen, want er waren hier dus vier bruggen ondermijnd plus nog twee straten.
Toen wij dan over die groene brug kwamen, ging ik met die Rode Kruis wagens de Molenstraat in, naar de kelder van de pastoor, maar die konden we niet meer bereiken, omdat de tegenoverliggende huizen in brand stonden en dus de ingang was al versperd van de kelders van het huis van de pastoor.
Omdat ik toch wel bekend was, zijn we toen door de andere straat door de Oosterstraat gegaan.
Daar hebben we dus toen door de tuin van de pastoor, zijn we toch de kelder binnengekomen en daar lagen dus alle gewonden.
De zieken die er geweest waren, die waren dus, ja, verschillende nog op eigen gelegenheid vertrokken, maar de gewonden die lagen daar helemaal eenzaam in de kelder.
Ze waren daar gedurende de Bevrijdingsdagen goed verzorgd door de nonnetjes, en de nonnetjes hebben ze dus heel goed verzorgd, maar op een gegeven moment vertrok de pastoor.
En dan schijnt er voorschriften zijn als de pastoor vertrekt, dan moeten de nonnen ook vertrekken, dus ze hadden alle mensen gewoon daar In de kelder achter gelaten.
De man die dus vooraan het raam lag, dus in de kelder, dat was Toon Spitters en die z'n bed brandde al toen ik hem uit zijn bed haalde, toen brandde zijn bed haal en die man die huilde van blijdschap dat hij zodoende gered was.
We hebben dus ook de Duitsers die er waren, hebben we dus meegenomen.
Er was een Feldwebel bij die was ook zwaar gewond maar de Engelsen en degelijk bloedtransfusie toegepast.
Terwijl we dus in de auto dus hun naar de post brachten In de boerendijk, dus aan de Mariahoeve hebben ze hem al bloedtransfusie toegepast en later hebben wij ook die Duitsers afgeleverd in Charitas in Roosendaal in het hospitaal.
Daarna ben ik gewoon controleren, want er waren hier vier of vijf kelders waar gewonden zaten, ben ik gaan controleren of dat die kelders wel leeg waren of dat er nog meer mensen opgehaald moesten worden.
Nu was de toren van de Rooms-katholieke kerk gesprongen en die was over de Hoogstraat heen tegen, tegen de molen van molenaar Buis aangekomen, die toren die lag daar, dus daar moest ik overheen kruipen.
Toen werd ik aan de andere kant opgevangen door de Amerikanen van het 104e. Amerikaanse Infanteriedivisie, die dus via Zuid-Klundert ook richting Moerdijk vertrokken.
Toen zijn we dus teruggegaan en toen hebben we dus de gewonden weer weggebracht naar het hospitaal in Roosendaal voor verdere verzorging.
Ook de Duitse commandant die gevangengenomen was de Duitse Stafarts dus, die was reeds in het in het hospitaal aanwezig en die liep daar met de witte Jas rond en die verzorgde daar zijn eigen gewonden, die was, gelijk werd hij ingeschakeld, en ja, dat was gelijk goed eigenlijk, omdat ze dus nou, een Duitse stafarts hadden die voor de Duitse gewonden zorgen.
Nou, toen dat gebeurd was, hebben wij in Roosendaal dus ook de verschillende gewonden en de verschillende familieleden daarvan die er nog rond liep en in kennis gesteld hoe dat het dus stond.
Ondertussen waren dus de Engelsen in Klundert gekomen en die hadden de Klundert verder dus helemaal ingenomen.
En het brandde als een fakkel, want van Roosendaal uit kon je zien dat Klundert in, ja, in gloed stond, een rooie gloed.
Nu, het ergste was dat bij het eerste bombardement op Klundert het brandweer huisje gebombardeerd was dus Klundert had geen brandweer.
Nu hebben ze schijnbaar van de houtzagerij van de firma Sprei, die hadden er ook een kleine brandspuit, en toen hebben enkele leden van de brandweer, die hebben het dus met die brandspuit, hebben die ook nog geprobeerd om de brand te blussen.
Dat lukte natuurlijk niet, want ja, alles straten stonden in brand.
Nu een van die brandweermensen die was, ja, zo kien om te vragen aan die Engelse wanneer jullie nu een paar huizen in de lucht laten vliegen, dan kunnen we de brand tegengaan, hè, want dan hebben ze geen voedsel meer om, om verder te gaan.
Het antwoord van die Engelsen was dat ze geen springmateriaal hadden.
Als ik u nu vertellen dat ze dus tweeëndertig, minstens tweeëndertig teller-mijnen uit de bruggen gehaald hadden, en dat je met iedere teller-mijn makkelijk één huis in de lucht kan laten vliegen, want je laat er nog wel een tank n de lucht vliegen, dan hadden ze dus tweeëndertig keren een huis in de lucht kunnen laten vliegen, en de brand, Ja, die had dus niet verder gekund.
Of dat ze zelf het idee niet hadden of hoe dat het was of dat ze geen zin hadden, dat weet ik ook niet, nou en zodoende is Klundert dus voor driekwart, is het, is het verwoest.