Canadezen in Bergen op Zoom
Na twintig dagen strijd lukt het de Canadezen de stad binnen te dringen. Op 27 oktober ziet Piet hoe de eerste Canadese tanks en soldaten Bergen op Zoom binnentrekken. Die ochtend is Piet getuige van de sabotagepogingen die worden ondernomen door de Duitsers waarbij verschillende objecten op waaronder kerktorens, bruggen en spoorlijnen worden opgeblazen.
Feest in de stad
De stad barst los in vreugde: mensen juichen, zingen en zwaaien met vlaggen. De bevrijders delen chocolade, sigaretten en kauwgom uit, en Piet loopt mee met de opmars richting de markt. De euforie slaat echter om in paniek wanneer een mitrailleur onverwachts afgaat. Piet is getuige van het ongeluk waarbij een jong meisje dodelijk wordt getroffen en een schoenmaker zwaargewond raakt. De paniek is groot en mensen vluchten alle kanten op. In de dagen die volgen vinden nog meerdere ongelukken waarin burgers om het leven komen plaats.
De strijd gaat door
Ondertussen houden de Duitsers stand aan de Zoom. De Canadezen bestoken hun stellingen hevig, maar de Duitsers vechten fel terug. Hoewel Bergen op Zoom officieel al bevrijd is, blijft de dreiging hangen. Piet ziet dat er ’s nachts nog Duitse patrouilles door de stad trekken, en hier en daar klinkt nog geweervuur. De stadsbewoners schrikken zich rot wanneer Duitse parachutisten de schuilkelders binnenkomen. Pas drie dagen later, op 30 oktober, steken de Canadezen met behulp van een baileybrug de Zoom over en dwingen de Duitsers tot terugtrekking richting Halsteren.
Piet Hoedelmans vertelt
Interview met Piet Hoedelmans
Op 7 oktober is Hoogerheide eigenlijk voor een deel bevrijd, en daar werd enorm gevochten tegen de Duitse weerstand die de Kreekrakdam verdedigde tegen het indringen van de Canadezen in Zeeland.
Je hoorde die vechtpartijen; je hoorde daar enorm gebulder van geschut en geknal en geweervuur—je hoorde van alles.
Dat wisten we trouwens al eerder dan op de zevende, want op vijf oktober stonden de Canadezen in Put.
De Duitse artillerie stond op de Putseweg opgesteld, ter hoogte van Jagersrust.
Dat vuur kon je ook horen.
Dat was het eerste kanonvuur dat wij in Bergen hoorden.
Dus we wisten het al eerder, en dat het Canadezen waren, wisten we via die illegale radio.
Vanaf dat moment hielden we het dus bij.
Toen stond er een grote, volwassen kerel die niet bij de Arbeitseinsatz weggevoerd was of anderszins, maar die waarschijnlijk werkte in de voedselbranche.
Dan had je een, ja, hoe zal ik het noemen, een Shein dat je mocht thuisblijven.
En die zei: "De bevrijding komt eraan."
Het gevaar onderkende je niet.
Daar was ik te jong voor.
Dat heb ik pas in de gaten gekregen toen de Canadezen daadwerkelijk binnen waren vanaf de zevenentwintigste oktober, en er werd nog gevochten hier aan de Zoom.
Dat heeft nog drie dagen geduurd.
De Canadezen moesten dan oprukken naar de Zoom om daarover te proberen te komen, wat de nodige moeilijkheden heeft opgeleverd.
Maar doe zeiden altijd tegen ons, met het bekende gebaar van de hand voor de keel “tssss, boom, killed!”, met andere woorden: zorg dat je onder de grond kon.
Wij leefden wel in schuilkelders en voor de ramen zaten plankjes en overal waren zandzakken, dat kan ik me nog levendig herinneren.
Maar die Canadezen waarschuwden ons voor het enorme gevaar.
Maar dat zag je niet, dat onderkende je niet.
Je wist wel dat er enorm gevochten werd, maar als je geen bloed zag, dan was dat niet gevaarlijk.
Ja, het was afschuwelijk slecht weer: 's ochtends hing er een ijzige, koude mist over de stad.
Die trok wel op, maar dat werd toen het een rustig regenbuitje.
Kil, nat weer, dat kan ik me goed herinneren.
Om één uur 's middags trok een grote troep Duitse parachutisten, die zwaarbewapend waren, te voet over de Antwerpseweg.
Dat heb ik zelf gezien.
Door het centrum van de stad gingen ze dus naar de stellingen die ze gingen betrekken aan de Zoom.
Dat staat me goed voor de geest.
Toen liepen ook al de geruchten van: "De Canadese tanks zijn in aantocht! Ze staan al aan de Mondaf".
Dat was waarschijnlijk nog iets te voorbarig, maar ze waren ergens tussen de Heimolen en dat, zal ik maar zeggen, wat nu Rozenoord heet.
Maar toen ben ik die kant opgelopen en toen ik zowat om twee uur bij de Mondaf was, bij het huis van Sitsema van Bladel, stonden daar inderdaad vijf Canadese tanks met een hoop militairen eromheen, ook een hoop infanteristen natuurlijk, en er was ook al vrij veel volk uit Bergen, en er werden ook al sigaretten uitgedeeld, kauwgom en chocola, dat was schering en inslag .
Toen trokken ze toch weer op en toen reden ze verder, liepen we gewoon mee en tot aan de Parallelweg, tot, ter hoogte van de brouwerij.
Nou, daar bleven ze weer staan.
Ondertussen zijn er nog wat meer tanks bijgekomen.
En wat meer militaire voertuigen, veel.
Die stonden daar gewoon, ja, te delibereren van “wat doen we nou?” en dat was dan de staf, daar had ik geen notie van op dat moment.
Later heb ik het allemaal wel begrepen, maar toen niet, maar wij, wij hadden meer aandacht voor de soldaten, want die hadden wat te geven aan ons jongens natuurlijk.
Ik herinner me nog goed dat een ober van De Draak, Quirinus van de Watering dat die daar stond, naast meneer Roger.
En meneer Roger, of hij, kreeg toen een sigaret van een van die Canadezen en die werd gelijk in tweeën gebroken.
Dat zijn van die dingen die vergeet je niet.
En alle twee stak je dan zo’n halve sigaret op.
Dat was wel grappig, dat kan ik me goed herinneren.
Nou, daar hebben ze vrij lang gestaan.
Ik ben, op een gegeven moment, ben ik toch weer naar de stad gegaan.
Op een gegeven moment toen was ik weer ter hoogte van Holster, bakker Holster, Antwerpsestraat, Kleine Bosstraat, en daar kwamen tanks aanrijden, dat moet ongeveer geweest zijn zowat om nou ik denk kwart over vier zowat, die reden de Bosstraat in en zo verder.
Ik liep gauw de Hoofdstraat af ik liep naar de markt toe en toen ik op markt kwam kwamen er van drie kanten gelijk kwamen er de nodige militaire voertuigen en Canadese militairen de markt op.
Ze kwamen uit de Zuivelstraat, ze kwamen uit de Kerkstraat, ik was ze daar ook al tegengekomen.
En ze kwamen van de Bosstraat, van de Roxy af.
De Duitsers die zaten, er werd niet gevochten in Bergen op Zoom.
Die waren massaal teruggetrokken tot over de Zoom en daar hebben ze dus lang stand gehouden, drie dagen, met zware gevechten.
Nou, op die markt was natuurlijk een euforie tot en met, het was oranje boven, het was het victorieteken met de bekende V-vorm met de vingers.
Het was zingen, springen, hossen en dansen.
Soldaten moesten gekust worden, de bevrijders natuurlijk.
En iedereen die at wel wat.
De markt was bomvol.
Tegen vijven denk ik, zou er een happening plaatsvinden met het zingen van de volksliederen en een toespraak van de burgermeester, de tijdelijke Burgermeester Lijnkamp.
Toen ging er plotseling een mitrailleur over van een van de tanks, en toen gebeurde er een ernstig ongeluk, want er lag namelijk een meisje met nagenoeg haar hoofd er afgeschoten voor de tank.
Dat was een vreselijk drama.
Dat was een meisje van achttien jaar dacht ik, uit de Moeregrebstraat.
En een schoenmaker uit de Potterstraat lag te gillen, want hij was in zijn been getroffen.
Later bleek dat er nog een ander meisje, van een jaar of eenentwintig uit de Lariestraat, dat die ook dodelijk was getroffen door een longschot.
Die lag in de winkel van Van Elst in de Fortuinstraat.
Nou dat was natuurlijk paniek geblazen want iedereen vluchtte de markt weer af, maar geleidelijk aan kwam dan toch de massa weer terug de markt op en dan telkens wanneer er weer schoten vielen dan vluchtte de hele massa de markt weer af.
Dat was dus, want ik zei toen straks dat ik niet bang was, maar dat waren inderdaad angstige momenten want dan zie je inderdaad wat en dan hoor je ook de paniek en dan doe je gewoon mee.
Of dan moet je wel, dat is een keer zo.
Nou, dit geratel, dat is misschien aanleiding geweest voor de beide strijdende partijen om een duel te beginnen. Ten eerste bovenaan de Steenbergsestraat begonnen tanks te schieten op Villa Nova, want daar zaten de Duitsers verscholen.
Overigens hadden ze daar de dam laten springen zowat om half drie wat met een enorme klap gepaard ging.
En, die bezetting die schoot ook terug natuurlijk en daar zijn ook een paar mensen dodelijk verongelukt waaronder een jongetje van een jaar, ook weer een jong meisje.
Maar het duel zette zich verder voort over de hele Zoom-lijn.
Dat ging behoorlijk tekeer daar. De Canadese artillerie, die begon ook te vuren en die schoot eerst ten zuiden van de Zoom maar die verlegde natuurlijk zijn vuur iets verder en nou, die strijd heeft eigenlijk vrij lang geduurd tot vrij laat in de avond en dat begon de volgende dag weer zowat om elf uur met een enorm duel waarbij ook weer veel doden zijn gevallen, dat is iets wat zeker is.
In de Steenbergsestraat, want daar woonde ik dus vlakbij, daar was ‘s ochtends een peloton Canadese soldaten getroffen door een granaat en daar waren opslag twaalf militairen gedood plus drie nieuwsgierige burgers, maar daar zat inderdaad het bloed nog tegen de muren aan, dat heb ik dus wel gezien.
Daags daarna gebeurde het weer, in diezelfde straat weer een zwaar ongeluk.
Daar stond een tank en die kreeg een mortier in het mangat en de bemanning was op slag dood.
Dat spreekt voor zichzelf want die ontplofte.
Die stond iets hoger In de Steenbergenstraat.
Nou, die bemanning is eruit gehaald die zijn begraven in een geïmproviseerde tuin, begraafplaats, in de fortuinstraat.
Ik meende van een drogisterij, Besling, dat weet ik ook nog wel, het waren er vijf of en ja.
Nou dat dat weet iedereen, dat er enorm gevochten werd om Villa Nova en iedereen weet ook dat er enorm hard gestreden is bij de wasserij in het fabriekscomplex van Beckers.
Slot van rekening zijn de Canadezen toch die Zoom overgekomen nadat ze eerst die rol die op de dam lag hebben doen springen.
Dat was ook een behoorlijke knal in de loop van de avond van de negenentwintigste laat, en de dertigste 's ochtends zijn ze over eroverheen gegaan hebben ze een massale aanval gedaan op Villa Nova en dan hebben ze zo de Duitsers voor zich uitgejaagd richting Halsteren.
Aan de andere kant waren ze ondertussen ook de Zoom overgekomen.
Daar hebben ze een baileybrug gelegd bij die wasserij.
Die is later vervangen door de huidige brug met de verkeerde naam die heet namelijk De Lincolnbrug maar dat had moeten zijn de Lincoln & Wellandbrug natuurlijk, want dat is de naam van het bataljon wat daar vocht en wat daar behoorlijke klappen heeft gekregen.
Nou die baileybrug die was in gebruik op de dertigste 's ochtends om twee uur toen reden de eerste tank overheen.
Van tevoren stonden de tanks die hebben daar drie dagen staan vechten en er staan vuren, op dat complex, die stonden ter hoogte van het Volkspark.
In de Bredasestraat, en één stond iets verderop geruk, die stond bij die ‘FOA’.
Vanaf de drieëntwintigste was de stad beschoten, en de eerste granaten die vielen op Borgvliet.
De Rembrandtstraat is toen zwaar getroffen en later werd het vuur verlegd naar het fort, daar waren toch zeven doden, dat was vrij goed raak.
Bovendien vuurde de Canadezen op de stadsuitgangen, dus bijvoorbeeld op de Zandstraat hier, hoe het dat daar, de Wouwseweg.
Er werd ook gevuurd later, dat was weer later, op de Halterseweg en op de, hoe heet dat daar zo, de Borgvlietsedreef.
Die mensen moesten ook evacueren en die schoven dus verder op, dus daar is wel een behoorlijke ravage geweest met het duel wat zich later afspeelt tussen de Duitse en de en de Canadese artillerie, waarbij de Duitsers zwaar gestunned werden door mortieren, dat was voornamelijk op het centrum van de stad.
Ik herinner me dat de Jozefkerk werd getroffen.
Het Catherientje werd getroffen, in het dak van het stadhuis.
Dat moet treffers gehad hebben.
En er zijn ook wel wat doden bij gevallen.
Waar het echt een puinhoop was, dat was de, dat was noordzijde Zoom, Zuidzijde Zoom, Zandstraat, Halsterseweg.
Op een gegeven moment, dan sluiten de Duitsers de stad af.
Dat wil zeggen in het verlengde van de tankval die ze hadden laten graven door de nodige bij razzia's opgepikte mankracht, hadden ze van die zware betonnen rollen van vijftig ton, die hadden ze, daarmee hadden ze de weg geblokkeerd, dus de Antwerpsestraatweg was geblokkeerd, maar ook de Wouwseweg was geblokkeerd, Wouwsestraatweg.
En dat gebeurde op de drieëntwintigste, op de vierentwintigste oktober en vanaf dat moment kon je de begraafplaats niet meer bereiken, dus mensen die overleden waren en die begraven moesten worden, daar was geen ruimte voor.
Die werden tijdelijk ter aarde besteld op het eilandje van het volkspark, wat me ook voor de geest staat uit die periode is de ravage die de Duitsers aanbrachten aan schitterende gebouwen, voornamelijk de torens om dus te voorkomen dat er uitkijkpost opgezet zouden worden, dus op, daarmee met dat werk, daar kwam een Duitse sprengploeg kwam daarvoor naar de stad en die wisten van wanten, dat waren pioniers.
Die pakte het industriële complex goed aan.
Die bliezen alle bruggetjes en dammetjes die over de Zoom waren gelijk de lucht in, dat was op de zesentwintigste en op de zevenentwintigste begon het gelijk 's ochtends vroeg met ik meen de kerktoren van Borgvliet.
Daarna ging hier deze schitterende boogbrug die hier lag bij de Van Overstratenlaan, die ging eraan zowat om tien uur en dan dacht ik dat vervolgens de Martelarenkerk eraan ging.
Ja, dat zal geweest zijn om zowat half twaalf.
Daar stond ik, trouwens, ik heb gezien dat daar een Duitse Kubelwagen kwam met drie militairen.
Die parkeerde hun wagentje voor de kerk en die zijn aan het uitladen gegaan en daarna zijn wij verwijderd, maar ik heb dat nog gezien dat ze dus dat dynamiet naar binnen brachten.
Aan de overkant stond het trouwens een paar mensen van het verzet.
Die stonden erbij te kijken, maar die mochten niet ingrijpen op straffe van dat de stad zou worden beschoten met fosfor, dat was aangekondigd.
Toen ging de Martelarenkerk er zowat aan, daarna gingen ze ik meen naar de kerk van het fort bij, ik meen, pastoor van Eekelen. Die ging ook de lucht in.
Ook het, de locomotief bij het station die vloog van de baan af, de spoorlijnen die vlogen een eind de lucht in.
Dat was al de zesentwintigste.
En dan met de laatste grote klap was dan de rol en de dam van de Halsterseweg 's middags om zowat half drie, de zevenentwintigste, van tevoren hadden ze ook nog even de telefooncentrale aangepakt en de radiozendmast doen springen en dat was een handjevol met Duitsers die dat deden in dat Kubelwagentje zaten er 3 en daarnaast reed er nog een zijspan rond, een motor met zijspan daar zaten twee mannen op en die de verrichtten ook deze werkzaamheden dus dat waren zowat de laatste actieve Duitsers in de stad zelf.
Afgezien dan van de verdedigers die van Woensdrecht afkwamen en die zowat dus In de loop van de ochtend door de stad heen trokken om de hun stellingen te betrekken aan de Zoom.
Dat wil niet zeggen dat er geen Duitsers meer in de stad geweest zijn, want we waren wel bevrijd, maar op de zevenentwintigste avonds liepen de Duitsers alweer patrouille door de stad en werd er alweer geschoten tot op de markt toe en ook in schuilkelders kwamen ze kijken of dat het er allemaal rustig en ordelijk aan toe ging en of dat er niemand inzat, want die Duitse parachutisten waren toch wel elite soldaten die met ware doodsverachting liepen die gewoon door de linie heen.
En dat gebeurde ook nog op de volgende avond, zelfs met de mensen die in die kelder zaten, daar ineens stonden er een paar gewapende Duitse parachutisten in de kelder en diegenen die de kelder zaten die schrokken zich natuurlijk een hoedje.