De gebroeders Bots en plantage Esthersrust

Koloniale banden van een Helmondse familie

Katoenplukkers Suriname

Katoenplukkers in Suriname, circa 1925. (Bron: Wereldmuseum Amsterdam)

De broers Amandus Hubertus Bots en Arnoldus Gerardus Bots speelden een belangrijke rol in de negentiende-eeuwse textielindustrie in Helmond. Dit werd deels mogelijk gemaakt door hun banden met de koloniën en de slavernij.

In 1853 kochten de broeders Bots de Surinaamse plantage Esthersrust op een veiling. Een jaar later kochten de broers ook de koffieplantage Killenstein. Zoals gebruikelijk was in die tijd, lieten de broers het beheer van beide plantages over aan de firma J. Haase & Zn. uit Amsterdam. Zowel de broeders Bots als de administrateur J. P. Haase waren katholiek en al snel werden er missionarissen uitgenodigd om op Esthersrust en Killenstein te prediken onder de tot slaaf gemaakte mannen, vrouwen en kinderen. Dat was in deze periode niet ongebruikelijk. Plantagehouders deden in de laatste decennia voor de afschaffing van de slavernij in toenemende mate een beroep op katholieken en met name hernhutters met de hoop dat hun religieuze onderwijs de slaafgemaakte mensen arbeidzaam en gehoorzaam zou maken.   

Veel slaafgemaakte mensen op Esthersrust bekeerden zich tot het katholieke geloof. In 1861 waren 100 van de 172 tot slaaf gemaakte mensen op de plantage gedoopt.  Vanaf 1873 verliepen de missieactiviteiten op Esthersrust en vele andere plantages steeds moeizamer door de trek van veel ex-slaafgemaakten naar de stad en de daarmee gepaard gaande ontvolking van veel plantages.  

Over de Afro-Surinaamse mannen, vrouwen en kinderen op plantage Esthersrust die in contact kwamen met katholieke missionarissen weten we heel weinig. Zelfs niet hun namen. Wie waren de tot slaaf gemaakte mensen op plantage Esthersrust die in contact kwamen met missionarissen? Welke impact had de katholieke missie op hun levens? Verder onderzoek in de archieven van de katholieke missie en de koloniale overheid in Suriname en Nederland is nodig om deze vragen te kunnen beantwoorden. 

Daarnaast hebben de broers Bots enkele brieven nagelaten waarin ze schrijven over hun reis naar Suriname in 1877. Deze liggen in het familiearchief van de familie Coovels in het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. Tijdens hun verblijf op plantage Esthersrust maakte Arnoldus Gerardus Bots ook enkele tekeningen, waaronder een tekening van een Afro-Surinaamse huisbediende op de plantage. Hoewel we weinig weten over deze vrouw – haar naam, haar leeftijd, hoelang ze al op Esthersrust woonde en werkte etc. – is het waarschijnlijk dat ze nog is geboren in slavernij. De tekening is een bijzondere bron die een gezicht geeft aan de mensen die woonden en werkten op plantage Esthersrust. 

In 1863 werd de slavernij afgeschaft in Suriname. Slaveneigenaren werden hiervoor gecompenseerd door de Nederlandse staat. Omdat de gebroeders Bots eigenaars waren van meerdere plantages, kregen zij een deel van deze Emancipatiegelden toegewezen.  

Dit artikel is een bewerking van De stad vertelt. Vooronderzoek naar het Slavernijverleden van Eindhoven. Het volledige rapport is hier te vinden: https://www.onderzoekslavernijverledeneindhoven.nl/ 

 

Bronnen 

Bossers, A., Beknopte geschiedenis der katholieke Missie in Suriname, Gulpen, 1884.