Stadsbestuurders

breda1660.png

Breda op een gravure uit de zeventiende eeuw. (Bron: L. Jordaens, 1660, Theatrum praecipuarum Urbium Ducatus Brabantiae)

Besturen was een elitaire aangelegenheid. De macht lag in handen van een kleine bovenlaag. Dat werd door de leden van de elite als iets vanzelfsprekends ervaren. Waren zij niet de vroeden, de meest verstandige inwoners van de stad, die zich inzetten voor het algemeen welzijn?

In de middeleeuwen had ‘het volk’, vertegenwoordigd door de ambachtsgilden, van tijd tot tijd nog wel aanspraak kunnen maken op een plek in het stadsbestuur, maar nooit voor lange tijd. Steeds weer dolven zij het onderspit en in de zestiende eeuw werd hun met hulp van Brussel definitief de deur van het stadhuis gewezen. Zo kwam er een oligarchisering van het bestuur op gang die uiteindelijk zou uitmonden in de gesloten regentenheerschappij van de achttiende eeuw.

Iets van die trotse zelfvoldaanheid van de stedelijke elite schemert door in een portrettenreeks die Bredase stadsbestuurders – onder wie Jan Matthijs, Joachim Gillis, Dionys Piggen en Job Wynants − van zichzelf lieten maken in de jaren tussen 1591 en 1622, toen de stad in protestantse handen was.  

 

Bronnen

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

Van Uytven, R. (red.), Geschiedenis van Brabant, van het hertogdom tot heden, Zwolle, 2004.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. Van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 223.