De Onze-lieve-vrouwenabdij van Oosterhout

Van Vredeoord tot vredig oord, de transformatie van een Brabantse kostschool tot een klooster voor Franse slotzusters

Briefkaart Vredeoord, circa 1890

Een briefkaart van Vredeoord. (Bron: OLV Abdij, ca. 1890)

“Men zou van deze etage zo’n aardig uitzicht hebben gehad, als er tenminste iets te zien zou zijn geweest”. Dat schreef een Franse slotzuster nadat zij vanuit Wisques, noordwest Frankrijk, verhuisd was naar de voormalige villa en kostschool Vredeoord in Oosterhout. Zij dacht dat dit maar voor korte tijd zou zijn. Hoe kon zij ook bevroeden dat haar verhuizing de start van een nieuw klooster in Brabant zou inluiden?

Vredeoord

In 1819 kreeg instituteur Louis Laurent toestemming om in de woonplaats van zijn vrouw Oosterhout een Franse kostschool voor jongens te beginnen. De kostschool was gericht op protestantse leerlingen. Het prijspeil lag in Brabant veel lager dan in Holland, daarom was het aantrekkelijk om in een omgeving die vrijwel geheel katholiek was, toch een protestante school te vestigen. Op de kostschool van Laurent kregen de kinderen les in onder andere Frans, Duits, Engels en Italiaans boekhouden, vreemde talen, geschiedenis, aardrijkskunde en wiskunde.

In 1823 kocht hij een stuk grond op de hoek van de Kloosterdreef en de Zandheuvel. In het jaar 1826 liet Laurent voor 5.842,40 gulden een villa met kostschool op dit stuk grond bouwen. Hij noemde de villa ‘Vredeoord’. Rond het huis werd een parkachtige tuin aangelegd.

Persbericht ‘Nederlandsche staatscourant, 15-08-1822

Een bericht over de kostschool in Vredeoord in de Nederlandsche staatscourant van 15 augustus 1822. (Bron: Delpher)

Na een aanvankelijke bloeiperiode moest de school in 1838 de deuren sluiten. Vervolgens werden in de negentiende eeuw op Vredeoord nog twee kostscholen voor jongens gevestigd. Allereerst werd in 1850 het Instituut van Opvoeding en Onderwijs van J.P. van der Schaft geopend. Het instituut staat nog beschreven in het boek Reis om de wereld dat in 1866 gepubliceerd werd. Het boek biedt een beschrijving van de verschillende landen en volken, zeden en gewoonten, godsdiensten en regeringsvormen en van de belangrijkste natuur- en kunstvoortbrengselen der aarde.

Vanaf 1884 vestigde P.J. Treffers het ‘Instituut Treffers’ in Vredeoord. Hij had in 1883 Vredeoord gekocht voor een bedrag van 10.000 gulden. De inrichting voor opvoeding en onderwijs van Treffers bood een breed scala aan opleidingen, van voorbereiding op de toelating tot hbs en Gymnasium tot voorbereiding op de veeartsenschool of handelsfuncties. Om een goede verzorging voor de leerlingen te garanderen had het instituut melkkoeien en bakte men zelf brood. Behalve koeien bezat het instituut ook varkens en kippen.

In augustus 1901 vertrok de familie Treffers uit Oosterhout en werd de kostschool op Vredeoord opgeheven. Al snel kwamen er nieuwe eigenaars, en zij kwamen van ver.

Persbericht ‘Tilburgsche courant’, 29-08-1901

Dit bericht in de Tilburgsche Courant van 29 augustus 1901 noemt de verkoop van Vredeoord door Dhr. Treffers aan de Franse zusters. (Bron: Delpher)

Franse zusters

Op 13 september 1901 kochten benedictinessen uit het Franse Wisques voor 37.500 gulden het leegstaande Vredeoord. Zij moesten uit Wisques vertrekken vanwege de antiklerikale wetten die in Frankrijk werden ingevoerd. Zij hadden slechts drie maanden de tijd om het land te verlaten. De ruime leegstaande kostschoolgebouwen met het landhuis en het omliggende park boden de orde een perfecte gelegenheid om in korte tijd een nieuwe start te maken in Oosterhout. Op 13 september 1901 werd de koop gesloten en op 24 september 1901 waren alle 44 benedictinessen uit Wisques al verhuisd naar Oosterhout.

De Nederlandse taal was overduidelijk een probleem voor de Franse zusters. Een krantenartikel vermeldt hoe zij bij hun aankomst uit Rijssel (Lille) slechts drie woorden spraken: "Wegwijzen, kofferdragen, villa".

Persbericht ‘De Tijd’, 28-09-1901

Dit bericht in De Tijd van 28 september 1901 signaleert de aankomst van de Franse zusters in Oosterhout, inclusief de enkele woorden Nederlands die ze spraken. (Bron: Delpher)

De naam Vredeoord

Bij de komst van de benedictinessen naar Oosterhout speelde de naam van de villa een rol. Voor hun zoektocht naar een nieuw tehuis baden zij het lied "Da pacem Domine" (Geef/Schenk vrede, Heer) en tot hun ontroering kwamen zij uit bij een huis dat "Lieu de paix" (Plaats van vrede, ofwel Vredeoord) heette. Zij zagen dit als teken dat hun gebed verhoord was.

 

Slotzusters

De bestaande gebouwen kregen een nieuwe bestemming als klooster. De zusters leidden een beschouwend leven onder de Regel van Benedictus, die gebed, studie en stilte tot het hart van het monastieke leven maakt. Zij verlieten hun klooster niet en hielden zich aan een strakke vorm van clausuur. Daarom lieten de benedictinessen in oktober 1901 eerst houten schuttingen plaatsen langs de Zandheuvel. Al eerder waren de onderste ramen van Vredeoord witgeverfd om inkijk te voorkomen. De schutting en witgekalkte ramen leidden tot de nodige bevreemding bij de inwoners van Oosterhout die het begrip 'slot' nog niet kenden.

Vredeoord, 1902

Eerste foto van Vredeoord als klooster; de ramen zijn deels geblindeerd om inkijk te voorkomen. (Bron: OLV Abdij, 1902)

Omzoming

Muren en schuttingen maakten een integraal onderdeel uit van een kloostertuin. Daarmee ontstond als het ware een besloten paradijs. Het Perzische 'Paridaeza', waar ons woord 'paradijs' van is afgeleid, betekent 'door muren omgeven tuin' ofwel 'omheinde tuin'. Het Nederlandse woord 'tuin' betekent van oorsprong 'omheinde ruimte', conform het Duitse woord 'Zaun' (omheining).

In 1901 of 1905, waarbij de tweede datering meer waarschijnlijk is, werden de eerste betonnen muren gebouwd. De muren zijn volgens een unieke Franse constructiemethode uit de negentiende eeuw gerealiseerd. De methode is vermoedelijk geïnspireerd op pioniers van cementijzer en gewapend beton, zoals Lambot en Monier.

Houten schuttingen rond Vredeoord, circa 1912

De houten schuttingen rond Vredeoord rond 1912. De nieuwe kerk van Paul Vilain is hier ook al gebouwd (Bron: OLV Abdij)

Groei

Het aantal monialen groeide onverwacht snel. In maart 1903 werd de communiteit uitgebreid met twintig zusters uit het klooster van Saint-Nicolas van Verneuil, die ook uit Frankrijk waren vertrokken. Dit leidde ertoe dat de benedictinessen behoefte hadden aan uitbreiding van villa Vredeoord en aan meer grond, om zelfvoorzienend te kunnen zijn.

De Franse architect Paul Vilain uit Lille, die ook het klooster in Wisques had gebouwd, maakte in 1905 voor het klooster in Oosterhout een ontwerp voor een carrévormige nieuwbouw in neogotische stijl. Rondom een gesloten binnenhof (pandhof) bevonden zich de kapittelzaal, de kruisgang, de bibliotheek en de kerk. Dit ontwerp werd in de jaren 1906-1911 gerealiseerd. De nieuwbouw sloot aan op de bestaande gebouwen van de Vredeoord, zodat deze een integraal onderdeel van het klooster vormden.

Abdis Mère Thérèse Bernard (1856-1940)

Abdis Mère Thérèse Bernard (1856-1940). (Bron: OLV Abdij)

Kloostertuin

Inmiddels was abdis Mère Thérèse Bernard erin geslaagd het grondgebied van het klooster drastisch uit te breiden door veel van de omliggende percelen op te kopen. Daarmee ontstond de ruimte voor de aanleg van een kloostertuin.

De benedictijn Dom Paul Bellot, die vanuit het Britse eiland Wight naar Oosterhout gezonden was om de bouw van de Sint-Paulus abdij ter hand te nemen, werd door Mère Thérèse Bernard ook betrokken bij het ontwerp van de kloostertuin voor de benedictinessen. In nauw overleg met de abdis creëerde hij in 1906 een tuin met beeldbepalende geometrische elementen die de tand des tijds tot op heden hebben doorstaan.


Ganzenvoet

Het eerste kenmerkend ontwerpdetail was de constructie van een Ganzenvoet aan de zuidzijde van het klooster. De benaming Ganzenvoet of Ganzevoet (‘patte d’oie’ in het Frans) is afgeleid van de vorm van de structuur, waarbij op een plek drie of vijf assen bij elkaar komen. Het is een bijzondere vorm uit de zeventiende-eeuwse tuinarchitectuur en kenmerkend voor de barokke tuin- en landschapsarchitectuur.

 

Cirkeltuin

Het tweede kenmerkende ontwerpelement was de constructie van een Cirkeltuin aan de westzijde van het klooster. De buitenvorm van de Cirkeltuin bestond uit een driekwart cirkel. Daarbinnen was een ronde binnencirkel gesitueerd. Daarbinnen was weer een kleine cirkel aangelegd. Het middelpunt van de driekwart cirkel was gericht op de kerk en op een Mariabeeld dat op de gevel van de kerk geplaatst werd. Een korte sparrenlaan, tussen de driekwart en hele cirkel in, moest deze zichtlijn versterken.

De Ganzenvoet en Cirkeltuin zijn beide in de periode 1908-1910 aangelegd. In 1920 zou nog een derde beeldbepalend element aan de kloostertuin worden toegevoegd: het Stelsel van de Zwarte Madonna. Dat bestond uit een hoefijzervormige lindenlaan, met in het midden een rotonde, met een beeld van de Zwarte Madonna dat de zusters vanuit Wisques hadden meegenomen.

 

Plan d’ensemble

Het ‘Plan d’ensemble’ van Mère Marie Madeleine Steger uit circa 1930 geeft een goed beeld van het inmiddels gerealiseerde kloostergebouw- en tuinontwerp.

Plan d’ensemble de l’Abbaye de Notre Dame à Oosterhout, circa 1930

Het 'plan d'ensemble' van de abdij. Linksboven de Ganzenvoet, centraal de Cirkeltuin en rechts het Stelsel van de Zwarte Madonna. (Bron: ca. 1930, OLV Abdij)

Vredig oord

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog konden de benedictinessen in 1919 terugkeren naar Frankrijk. De communiteit was al zodanig gegroeid dat een gedeelte van de Franse samen met de inmiddels ingetreden Nederlandse zusters in Oosterhout achterbleef. In 1919 werd het klooster op Vredeoord verheven tot priorij en in 1924 tot abdij.

De villa en kostschool van Vredeoord was in 1930 getransformeerd tot een vredig oord voor de slotzusters van de benedictinessen in Oosterhout. Binnen het klooster en de besloten tuin was ruimte om te werken, te mediteren en te recreëren. Tot op de dag van vandaag leven, bidden en werken de benedictinessen hier nog in gemeenschap om God te eren.

 

Bronnen

Bakker Korff, J., Reis om de wereld, Leiden, 1866

Cascade, Bulletin voor tuinhistorie (jrg. 15, nr. 2, 2006).

Gorisse, C., Oosterhout, niet van gisteren, Oosterhout, 2009.

Groenplan voor De Heilige Driehoek, Van Dijk Advies, Oosterhout, 2008.

Hof, J. van ‘t. "'Ons kleine bisdom is toch al meer dan voldoende bezet door allerlei kloosterlingen.’ Een schets van kloosters in Breda en Oosterhout van 1800 tot heden", Jaarboek De Oranjeboom (jrg. 55, 2002).

Koetsveld, H., "Geef vrede heer; honderd jarig jubileum van de zusters Benedictinessen van de Onze Lieve Vrouwe Abdij te Oosterhout", Monastieke Informatie, (nr. 194, 2011).

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit: Geurts, T., Een eigen wereld; van Vredeoord tot vredig oord, Oosterhout, 2019.

Website: https://www.boekenbestellen.nl/boek/een-eigen-wereld