Object

De doodszonden

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

Het oeuvre van Annelies van Dooren bestaat uit tekeningen, schilderijen en beschilderde objecten. Na het voltooien van haar opleiding Vrije en Monumentale Schilderkunst aan de Sint Joost Academie in Breda, maakte ze aquarellen en olieverfschilderijen die sterk geïnspireerd waren door het werk van Vlaamse expressionisten zoals Constant Permeke en Gust de Smet. Ook Hollandse meesters uit vorige eeuwen zoals Pieter Bruegel, Jeroen Bosch, Vincent van Gogh en Hendrik Chabot waren belangrijke voorbeelden voor Van Dooren.

Vanaf 1980 ging ze ongebruikelijke materialen gebruiken als ondergrond van haar schilderijen, zoals bakkermeelzakken en katoenen lappen. Iets later begon ze ook objecten te beschilderen. Dat waren vaak stukken hout die zij combineerde met talloze gevonden, veelal natuurlijke materialen, zoals schelpen en takken.

In de laatste dertig jaren van haar leven werkte Van Dooren vaak samen met de Duitse dichter en kunstenaar Christel Bergmann. De vrouwen deelden een grote interesse voor mystiek. Religie, het goddelijke en het irrationele vormden in die periode dan ook het belangrijkste thema in het werk van Van Dooren. Zelf betoogde ze dat kunst een elementair doel diende, namelijk de zingeving van het leven.

Van Dooren werkte in een expressieve stijl. De voorstellingen op haar olieverfschilderijen en tekeningen bevonden zich tussen abstractie en realisme in: herkenbare elementen –objecten, mensen en dieren– die in een raadselachtige relatie of onnaturalistische manier tot elkaar werden weergegeven.

De titel van dit drieluik heeft een godsdienstige connotatie. Het verwijst naar de (zeven) hoofd- of doodzonden, terminologie die voornamelijk binnen de katholieke kerk wordt gebruikt. Het werk bestaat uit drie tekeningen in zwart-wit. Krachtige beelden van niet direct te plaatsen vormen, die veel ruimte laten voor interpretatie.