Object

Polderlandschap

Instelling/bron: Museum Jan Cunen

Constant Gabriël, zoon van de beeldhouwer Paul Joseph Gabriël, volgde van 1840 tot 1843 de avondklas tekenen op de Amsterdamse Academie. Vervolgens trad hij in de leer bij landschapschilder Barend Cornelis Koekkoek. Hij vestigde zich vanaf 1860 in Brussel. Daar kreeg hij steun en adviezen van Willem Roelofs, die al langer in de Belgische hoofdstad woonde. In die periode bezocht Gabriël nog regelmatig Nederland voor het maken van studies. Toen hij na veertien jaar definitief terugkeerde naar zijn geboorteland vestigde hij zich in Scheveningen. Ook trok hij regelmatig naar het platteland, waar hij buiten werkte.

Gabriël onderscheidde zich van zijn Haagse Schoolcollega's door zijn opgewekte kleurgebruik en voorkeur voor zonnige landschappen. In 1901 schreef hij daarover in een brief: 'Alhoewel ik er zelf wat knorrig uit kan zien houd ik er veel van dat het zonnetje in het water schijnt, maar buiten dat vind ik mijn land gekleurd. (...) ik heb vreemdelingen dikwijls horen zeggen, die Hollandsche schilders schilderen allemaal grijs en hun land is groen. (...) ons land is niet grijs, zelfs niet bij grijs weer.'