Martin Zwart

Kapitein tijdens de Gelderse oorlogen

Gedenkplaat voor de gesneuvelden tijdens de Slag om Stoke Field (1487). Ook kapitein Martin Zwart wordt genoemd. (Foto: Peter Mattock, Wikimedia Commons, 2000)

Gedenkplaat voor de gesneuvelden tijdens de Slag om Stoke Field (1487). Ook kapitein Martin Zwart wordt genoemd. (Foto: Peter Mattock, Wikimedia Commons, 2000)

Aan het einde van de vijftiende eeuw teisterden verschillende oorlogen het hertogdom Brabant. Waren het niet de opstandige Geldersen die strooptochten ondernamen, dan leed de bevolking van Brabant onder de machthebber Maximiliaan van Oostenrijk (1459-1519) die Brabanders optrommelde om in zijn oorlogen te vechten en ervoor te betalen.

Maximiliaan beriep zich niet alleen op Brabanders. Hij huurde soldaten uit alle delen van zijn Heilige Roomse rijk. Zo kan het dus dat we in een Bossche bron lezen over een van oorsprong Poolse kapitein die de Duitse en Zwitserse troepen van de Roomse koning aanvoerde. Oorlog was een Europese aangelegenheid.

De kapitein heette Martin Zwart (ook wel Martin Schwarz of Martijn die Swarte genoemd) en leefde in 1483 in ’s-Hertogenbosch. Of hij ook echt Pools was is moeilijk na te gaan. De Bossche chroniqueur Molius (1500/1501-1565) verkondigde stellig dat Zwart daar geboren was. In een Zwitserse kroniek, geschreven door Valerius Anshelm (1475-1546/1547) rond 1510, lezen we echter iets anders. Niet Polen maar de Duitse stad Augsburg wordt daar als zijn geboorteplaats genoemd. Meer bronnen over zijn herkomst zijn tot nu toe niet bekend. Een zoektocht in het stadsarchief van Augsburg of in andere kronieken leverde niets op.

 

Soldaat van de toekomst

Waar de kroniekschrijvers het wel over eens zijn, is de bescheiden komaf van Zwart. Van huis uit was hij een schoenmaker, maar hij vergaarde faam als een soldaat van de toekomst. Gedurende de vijftiende eeuw veranderden de verhoudingen tussen voetsoldaten en ridders op de Europese slagvelden. 

De aanleiding daarvoor was de dood van een hertog, Karel de Stoute (1433-1477) in de Slag bij Nancy (1477). Zijn goedgeorganiseerde, adellijke leger werd afgemaakt door Zwitserse milities. Zij waren slechts bewapend met een piek en vochten in diepe formaties. Daardoor waren ze moeilijk te bestrijden door de bepantserde ruiters.

Maximiliaan, Rooms-koning en oorlogsverslaafde, nam de tactiek van de Zwitsers over. Dat werd de soldaat van de toekomst: de landsknecht. Duitsers in bonte kleding, vol bravoure en zucht naar avontuur, bewapend met pieken. Tot de jaren tachtig van de zestiende eeuw zouden de landsknechten in vele oorlogen worden ingezet.  

2.1 Landsknecht_with_his_Wife.jpg

Duitse landsknecht uit de zestiende eeuw onderweg met zijn vrouw. Op zijn schouder een z.g. tweehander of slagzwaard. Op de schede van het kleine zwaard de initialen D H van de graveur. (Bron: Daniel Hopfer, Wikimedia Commons)

In ’s-Hertogenbosch

Martin Zwart voldeed aan het romantische beeld van de landsknecht. Hij begon zijn militaire loopbaan vermoedelijk in Zwitserland, want kronieken noemen hem voor het eerst bij het Beleg van Neuss (1475). Hij leidde daar een eenheid van ongeveer tweehonderd Zwitsers. Daardoor was hij goed bekend met de nieuwste tactieken. En dankzij zijn persoonlijke moed viel hij op bij de vader van Maximiliaan. Vanaf ongeveer 1480 bracht Maximilaan hem naar het noorden van Brabant om een oorlog met de opstandige Vlamingen te winnen.   

In 1483 vestigde hij zich in Den Bosch. Vanuit daar ondernam Zwart een tocht om het Vlaamse grensstadje Ninove, ten westen van Brussel, in te nemen. De stad werd echter goed verdedigd, dus hij verzon een list. Met een kleine groep soldaten lokte hij het garnizoen weg, om vervolgens met de hoofdmacht van zijn leger de stad te bestormen.

De overgebleven verdedigers gaven zich gewonnen en Zwart schreef weer een overwinning op zijn naam. Volgens een Hollandse chroniqueur hield hij goed huis in het stadje: toen ze vertrokken liet hij het “ledich staen” (Aurelius, 396v). Met deze list bevestigde hij het beeld dat de buitenwereld van hem had: een dappere maar ook sluwe commandant die ervoor zorgde dat zijn troepen niets te kort kwamen.

Maximiliaan moest onder de indruk zijn geweest van Zwart, want hij sloeg hem tot ridder. Een hele eer voor een eenvoudige schoenmaker. In 1485 trad Zwart met tweehonderd Zwitsers in dienst van Engelbrecht II van Nassau (1451-1504), heer van Breda. Op 22 juli 1486 nam hij samen met Maximiliaan deel aan een intocht in Brussel. Bijzonder is dat Zwart als enige te paard ging. Die eer kreeg hij vanwege zijn militaire prestaties. De latere keizer Maximiliaan legde de route te voet af, net als alle andere belangrijke personen.

 

Invasie van Engeland

Een jaar later vertrok Zwart uit onze streken. In Engeland was na de dood van koning Edward III (1312-1377) onduidelijkheid uitgebroken over zijn opvolging. In het midden van de vijftiende eeuw leidde dit tot een burgeroorlog tussen de twee belangrijkste families, de huizen York en Lancaster. Een familielid van het huis York huurde Zwart samen met een paar duizend andere Duitsers en Zwitsers in om mee te vechten in de zogenoemde Rozenoorlogen. Toen Zwart landde aan de westkust van Engeland schrok hij van wat hij daar aantrof. In plaats van het beloofde leger opstandelingen was er slechts een groep slecht bewapende Ieren om zijn troepen te versterken. De huurlingen bombardeerden een jongen, Lambert Simnel geheten, tot troonpretendent en met hem in hun gelederden marcheerden ze naar het oosten om zich aan te sluiten bij andere rebellen. 

Op 16 juni 1487 moesten ze vlakbij Newark-on-Trent slag leveren met de Engelse koning Henry VII (1457-1509). Zwarts troepen hadden een sterke defensieve positie ingenomen op een heuvel. En zijn Duitsers hadden de nieuwste wapens: handkanonnen. Toch waren ze geen partij voor de Engelse boogschutters. Vanwege hun gebrek aan pantser vielen er per salvo enorme aantallen doden onder de troepen van Zwart. 

Uit wanhoop ondernamen de Duitse piekeniers een charge, maar die liep stuk op de Engelse linies. Slechts een klein aantal van de rebellen, vaak wordt tweehonderdgenoemd, overleefde de veldslag. Zwart behoorde niet tot die groep. Hij stierf dapper strijdend, als we de kronieken moeten geloven. De veldslag is bekend komen te staan als ‘The battle of Stoke Field’. 

 

Voortleven in folklore

Toch betekende de mislukte Engelse invasie niet het einde van Zwart. Zijn naam leefde voort in Engelse folklore. Een refrein van een volksliedje uit de zestiende eeuw luidde: “Martin Swart and his men, sodledum, sodledum / Martin Swart and his men, sodledum bell” (Wager, 92-3). Ook in gedichten van John Skelton werd er gerefereerd aan “Swart and all his merry men”. Een verloren gegaan toneelstuk droeg de titel “The life and death of Martin Swart” en werd opgevoerd in het voorjaar en de zomer van 1597 in Engeland.

Zijn naam werd tevens gebruikt als verklaring voor het toponiem Swarthmoor, een zompig veld vlakbij de plaats waar Zwart met zijn troepen landde. En in 2013 is er een tinnen miniatuurversie van de legeraanvoerder gemaakt voor verzamelaars. 

 

Bronnen

Hoekx, J A. M., et al., Kroniek van Molius. Een zestiende-eeuwse Bossche priester over de geschiedenis van zijn stad, 2004, 184-187.

Historischen Verein des Kantons Bern, Die Berner-Chronik des Valerius Anshelm, I, 1884, 283.

Polydorus Virgilius, Anglica Historica, 727.

Cornelius Aurelius, Die cronycke van Hollandt, Zeelandt, ende Vrieslant, met die cronike der biscoppen van Uutrecht, 1591, 396v [editie Aarnoud de Hamer, 2011].

Buchon, J. A. C., Chroniques de Jean Molinet, 2, 1827-1828,  421.

Buchon, J. A. C., Chroniques de Jean Molinet, 3, 1827-1828, 151, 153, 156.

Tobler, G., Die Berner-Chronik des Diebold Schilling, 1468-1484, 1, 1897.

Nell, M., Die Landsknechte. Enstehung der ersten deutschen Infanterie, 1, 1914, 178-182.

Wiggins, M., en C. Richardson, British drama 1533-1642: a catalogue, volume III, 1590-1597, 2013, 232.

Bennett, M. J., Lambert Simnel and the Battle of Stoke, 1987.

Adriaenssen, L., Staatsvormend geweld, 2008, 45.