De scheepsramp met de Capelse stoomboot De Langstraat in 1860

Ontzettende gebeurtenis van het verongelukken der stoomboot De Langstraat 1860

De omslag van deze anonieme brochure over de scheepsramp toont een houtsnede van mensen in drie sloepen. De uitgever gebruikte deze afbeelding eveneens bij de uitgave over de belevenissen van Klaas Bording, ‘Een ware gebeurtenis Voorgevallen ie Vollenhoven, Van drie Visschers, een vader en twee Zoons’. (Bron: Atlas van Stolk)

Eind mei 1860 trok een aantal flinke stormen over ons land waardoor verschillende schepen in moeilijkheden kwamen of zelfs vergingen. Niet alleen op de Noordzee, maar ook op de binnenwateren zorgde de extreme weersomstandigheden dat schepen verloren gingen. Een van die schepen was de Capelse stoomveerboot de ‘Langstraat’. Dit schip verging op het Hollandsche Diep, op Pinksterdag 28 Mei 1860. Van deze gebeurtenis is een boekje verschenen met het verhaal van de toedracht en de tekst van een preek, die door dominee A.P.A. Du Cloux (1808-1890) is uitgesproken kort na de ramp.

Een plezierreisje eindigt in een tragedie

In de onderaan deze tekst genoemde publicaties wordt de stoomveerboot De Langstraat beschreven als een "rank vaartuig, niet geschikt om althans bij stormweder een water te bevaren als het Hollandsch Diep". Op de morgen van 28 mei 1860 lag het schip in Capelle gereed om passagiers in te nemen. Herhaaldelijk werd de bel geluid en de menigte vermeerderde zich snel, zodat de voor- en achterkajuit te klein werden en de passagiers zich op het dek moesten begeven. Nadat de touwen waren losgemaakt, de loopplank ingehaald en het "vooruit" van de kapitein had geklonken, werd de reis "vrolijk en blijmoedig aangevangen, hoewel storm en regen veel van de vrolijkheid wegnam." De conducteur ging rond om de kaartjes te verkopen en hij drong er bij de passagiers op aan om een retourkaart te nemen, want de concurrentie tussen de Capelse en Geertruidenbergse boten was groot. Na een stop gemaakt te hebben bij Lage Zwaluwe, waar wederom een menigte passagiers werd ingenomen, kwam men in Rotterdam aan.

Advertentie Stoomveerboot De Langstraat.

Advertentie voor stoomveerboot De Langstraat uit De Noordbrabander.

De wind zwelt aan

Ondertussen was de wind uit het zuidwesten heviger geworden en tot een storm aangegroeid, "zoo dat de reis niet zonder gevaar kon worden aangevangen". De ‘Langstraat’ reisde samen met de ‘Geertruidenberg’. Dit laatste schip vervoerde ongeveer 250 personen, waaronder de harmoniekapel van Geertruidenberg. De Langstraat vervoerde "drie vierde gedeelte minder". De boten vertrokken van Rotterdam waarbij vanaf de ‘Geertruidenberg’ enkele muziekstukken werden uitgevoerd. Dit scheen de naijver van de equipage van De Langstraat op te wekken, want de zwakke machine spande alle mogelijke krachten in om op dezelfde hoogte met de ‘Geertruidenberg’ te blijven.

Ondertussen nam de wind nog sterker toe en ging over in een storm waardoor met moeite in Dordrecht kon worden aangelegd. De kapitein van de Geertruidenbergse boot was voorzichtig genoeg om te blijven liggen. Vanwege het weer werd het vertrek diverse keren afgeraden, maar kapitein J. Verschure (? - 1860) van De Langstraat luisterde daar niet naar. Zelfs niet naar een schipper, die bekend was met het vaarwater dat gepasseerd moest worden, en die niet ophield de reis af te raden en zei "geen kwartgulden te geven voor een menschenleven, dat de reis mede doen zoude", luisterde Verschure niet. Aan het einde van de kil stootte de boot zo dicht tegen de wal dat een der passagiers een sprong waagde en alzo behouden aan land geraakte. Een derde keer werd de kapitein de reis afgeraden, maar De Langstraat stoomde voort, terwijl het de wind en golven trotseerde en weldra buiten de kil in het ruime sop kwam.

 

In onrustiger vaarwater

Niet lang nadat de boot in het brede vaarwater gekomen was, brak ter hoogte van Lage Zwaluwe de stag, waardoor de stormfok overboord werd geslagen en men alle moeite had het vaartuig te besturen. Op de hoogte van de Koekoek, liep de boot door een hevige rukwind en moeilijk water uit zijn roer waardoor het direct hevig begon te slingeren. Hierdoor liep het schip langs de kajuitspoorten vol water en op ‘drie vademen water zonk.’ Alle passagiers en bemanningsleden vluchtten in allerijl het dek op en probeerden een veilig heenkomen te vinden in het want, op de raderkasten en op de schoorsteen. Maar vanwege de onvaste grond onder hun voeten en vanwege de vreselijke storm en de woedende golven duurde het dan ook niet lang of de een na de ander werd door de golven van het schip afgeslagen en verdronken in het water. Slechts tien personen, waaronder stuurman P. den Bree, konden gered worden, terwijl 42 personen verdronken. De roekeloze kapitein had zich nog geruime tijd aan een plank weten vast te houden, maar ook hij overleefde de ramp niet.

Radarstoomschip

Een radarstoomschip van eenzelfde type als De Langstraat. (Bron: Maritiem Museum Rotterdam)

Reddingspoging

Terwijl op relatief korte afstand van de walkant bij Lage Zwaluwe de scheepsramp zich voltrok, deed burgemeester De Jong nog verschillende pogingen om de wakkere schippers tegen een hoge beloning over te halen een reddingspoging aan te wenden, maar er was niemand daartoe te bewegen, want deze pogingen zouden niet alleen roekeloos, maar ook nutteloos zijn.

Ondertussen viel de avond en was van een redding nog lang geen sprake. De wind bleef fel en de golven woedend en dreigden ieder moment het zwakke bootje te doen splijten. In de stikdonkere nacht liet de maan zich niet liet zien. Bij het eerste schemerlicht zagen de overlevenden in de verte de Geertruidenbergse stoomboot naderen en was de redding eindelijk nabij. Matroos Cornelis Dijkmans stapte in een sloep en wist met veel krachtsinspanning de overgebleven ongelukkigen te redden en behouden aan boord te roeien.

Brief Burgemeester aan Commissaris van de Koning over de scheepsramp

Scan van een brief van burgemeester aan de commissaris van de koning over de scheepsramp van 29 mei 1860, (Bron: Archief Gemeentebestuur 's Grevelduin-Capelle, inv. 264)

Alle rechten voorbehouden

Oorzaak van de ramp

Een van de geredde personen vertelde dat de oorzaak van de ramp het vollopen van de boot was, doordat een van de ruiten in de achterkajuit door de zware golfslag gebroken was. Onmiddellijk daarop liep het water naar binnen toe. Van de tien geredde personen hadden twee het bovenste gedeelte van de schoorsteenpijp gegrepen en bleven daar twaalf lange uren in doodsangst. De acht andere geredden klemden zich de hele nacht aan de mast vast.


De slachtoffers

Over de slachtoffers en hun namen is in de genoemde publicaties en ook in de kranten van die tijd redelijk veel bekend. De bronnen spreken zich echter ook regelmatig tegen, wat er op duidt dat de informatievoorziening zeer gebrekkig was. De Noordbrabander van 2 juni 1860 noemt als aantal verongelukten 42, misschien zelfs 50. Er volgt ook wel een lijst met namen, maar deze zijn nog niet allemaal bekend. In de editie van 7 juni 1860 worden alle namen gegeven. Nu zijn er in totaal 48 slachtoffers te betreuren.

De lichamen van de slachtoffers kunnen niet allemaal direct na de ramp geborgen worden. Het duurt tot 31 maart 1861(!) voordat er niemand meer wordt gevonden. het lichaam van kapitein Verschure, bijvoorbeeld, komt pas op 14 december 1860 boven water. Vier lichamen worden zelfs helemaal niet teruggevonden.

 

De preek van dominee Du Cloux

Dominee A.P.A. Du Cloux beleefde de ernstige gebeurtenis van het vergaan van De Langstraat mee. Van de slachtoffers waren er twaalf afkomstig uit Du Cloux’ gemeente, ’s-Grevelduin-Capelle. De zondag na de ramp preekte hij over de vergankelijkheid van het leven en naar aanleiding van de scheepsramp schreef hij kort na de ramp een brochure, getiteld Een droevige Pinksteren.  Later in 1939 is het ‘verhaal’ zonder preek door J.P. v.d. Tol te Dordrecht  opnieuw uitgegeven. Deze brochure is nog in bezit bij vele ouderen in Sprang-Capelle e.o. maar ook in de gehele Bible belt.

Hij schetste hierin allereerst de gang van zaken rond het vergaan van de stoomboot, maar het ging hem niet alleen om de feitelijke gegevens van de ramp. Du Cloux probeerde zijn lezers te wijzen op de geestelijke achtergronden van de landelijke storm in het algemeen en van de scheepsramp in het bijzonder. Hij zag in het verongelukken van De Langstraat een straf van God: "Geertruidenberg zoowel als Langstraat zetten strikken uit om de menschen er in te vangen" en "op den dag des Pinksterfeestes in het jaar 1860 heeft de Heere God door een sterken stormwind Zijn heilig ongenoegen getoond over uwe handelingen, o volk van Nederland!" Du Cloux wees in zijn brochure op een aantal concrete zonden. Zo zag hij dat het Pinksterfeest voor veel mensen een feest van ontspanning geworden was en dat de geestelijke betekenis ervan door velen vergeten werd. Met zijn tekst had hij ook de ontering van de zondag op het oog. En als derde voorbeeld voerde hij de situatie op het kerkelijk erf aan. In zijn ogen werd de gereformeerde leer en de daarop gegronde belijdenis op veel plaatsen in ons land veracht.

 

Conclusie

De ramp met de stoomveerboot De Langstraat in mei 1860 sprak in de periode kort daarna veel tot de verbeelding, maar lijkt daarna uit het collectieve geheugen te zijn gewist. De scheepsramp maakte indruk, niet alleen omdat er veel slachtoffers vielen te betreuren, maar ook door de vele brochures en pamfletten, die vlak na de ramp verschenen.

 

Bronnen

Du Cloux, A. P. A., Leerrede over Deut. XXXII: 29, Rotterdam, 1860.

Los Gz, P., Het vergaan der Capelsche stoomboot De Langstraat, op het Hollandsch Diep, op Pinkstermaandag den 28 Mei 1860, naar echte bescheiden medegedeeld door P. Los Gz, Dordrecht, 1860.

Van de Tol, J. P., Een droevige Pinksteren : verhaal van het vergaan van de Capelsche stoomboot “De Langstraat”, op het Hollandsche Diep, op Pinksterdag 28 Mei 1860, door A.P.A. Du Cloux, Oud Beijerland, 1939.

Anoniem, Ontzettende gebeurtenis van het verongelukken der Stoomboot De Langstraat, Rotterdam, 1860.

De Kort, W., Verschrikkelijke gebeurtenis, die plaats heeft gehad op den tweeden Pinksterdag of 28 Mei 1860, met de stoomboot: De Langstraat, varende van Rotterdam op Capelle, 1860.

Van den Broek, L., Een Pinkster-storm ; Weduwen en weezen ; Eene bede : drie gedichtjes’ door Lambrecht van den Broek, Rotterdam, 1860.

Anoniem, Verschrikkelijke storm, welke gewoed heeft op den 1sten en 2den Pinksterdag (27 en 28 Mei 1860), Amsterdam, 1860.

Schwartz, C., Weenen noch dansen : leerrede over Matth. XI: 16-19, uitgesproken met het oog den vreesselijken storm gedurende de Pinksterdagen, Amsterdam, 1860.

Anoniem,"Verslag van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij, over den jare 1860", in: J. Swart (red.), Verhandelingen en berigten betrekkelijk het zeewezen, de zeevaartkunde, de hydrographie, de koloniën en de daarmee in verband staande wetenschappen, Amsterdam, 1861.

Boele, A. J., Een getrouwe wachter op Sions muur: leven en arbeid van Ds. A.P.A. Du Cloux, Vlaardingen, 1990.

Telefonische mededeling van mevrouw A.W. Haverhals-Willemz, Heemkundekring Sprang-Capelle d.d. 21 september 2004.

De Noordbrabander, 21-2-1860.

De Noordbrabander, 3-4-1860.

De Noordbrabander 2-6-1860.