Seddi Yildiz over zijn werkethiek

Seddi Yildiz. (Foto: Seddi Yildiz)

Seddi Yildiz. (Foto: Seddi Yildiz)

Alle rechten voorbehouden

Seddi Yildiz (1946) is geboren in Posof, Turkije. In 1968 heeft hij besloten om naar Nederland te emigreren. Met ambities voor een betere toekomst en een ijzersterke werkethiek kwam hij aan in Eindhoven. In dit artikel worden zijn Turkse achtergrond, ervaringen met zijn baan bij houtindustrie Picus in Eindhoven en zijn leven in Nederland besproken. In november 2021 vertelde hij aan Isaiah Jiménez van Brabantserfgoed.nl over zijn aankomst en leven in Nederland.

Opgroeien in Turkije

Ik ben geboren in Posof in Oost-Turkije aan de grens bij Georgië. Het dorp waar ik woonde was erg geïsoleerd van de buitenwereld. Ik kom uit een grote familie van acht broers en zussen. Wij zijn opgegroeid in armoede. De huizen waren van slechte kwaliteit, er waren geen wc’s en douches. Als wij naar het urinoir moesten of onszelf wilden wassen dan deden we dat buiten waar de dieren ook verbleven. In die tijd waren er bij ons geen auto’s of andere vervoersmiddelen. Tevens was er een klein aanbod van levensmiddelen in ons dorp. Als wij bepaalde producten moesten kopen gingen wij naar Ardahan of naar de stad Posof. Hooguit één keer per jaar maakten wij de trip naar Ardahan. Dit was een reis van 70 kilometer die wij te voet aflegden. Eén keer per week gingen wij naar Posof. Dit was een kortere afstand, namelijk zo’n acht kilometer die wij ook te voet aflegden. 

Ondanks de armoede heb ik mooie en gelukkige tijden beleefd in mijn dorp. De banden tussen de inwoners waren goed en hecht. Mensen uit allerlei generaties respecteerden elkaar. Er waren vaak feesten en ’s avonds gingen we altijd op bezoek bij familie en kennissen. Hierdoor vergaten wij de armoede en kregen wij hoop voor de toekomst.” 

 

Arbeid in Oostenrijk en Nederland

“In Posof was er bijna geen werk. Geld werd verdiend door op het platteland te werken. Er waren al een aantal mannen uit het dorp vertrokken naar het buitenland om te werken. Zij kwamen altijd met vakantie terug naar het dorp. Wij zagen dat ze mooie kleren hadden en goed geld hadden verdiend. Ze spraken altijd vol enthousiasme over hun leven en werk in Europa. Als jonge jongens keken wij hier erg naar op.

Via een dorpsgenoot heb ik iemand leren kennen die op dat moment werkzaam was in Oostenrijk. Door middel van briefcontact hebben wij contact onderhouden. Op een gegeven moment vroeg hij mij om in Oostenrijk te komen werken. Ik zou er makkelijk een baan vinden vanwege de grote vraag naar arbeiders. Een verblijfsvergunning aanvragen was daardoor ook niet moeilijk. Hij liet mij wel weten dat de arbeidsomstandigheden niet goed waren. Ik had geen andere keuze want in Turkije had ik geen mogelijkheden. 

Uiteindelijk ben ik in Oostenrijk benaderd door kennissen uit Nederland om bij hen te komen werken. Zij lieten aan het bedrijf waar zij werkzaam waren, namelijk de Picus houtfabriek, weten dat ik op zoek was naar werk. Picus heeft mij toen een officiële uitnodiging gestuurd om bij hen te komen werken. Ik vertrok gelijk en ben één dag na mijn aankomst in Nederland begonnen met werken. Het was héél zwaar lopende band werk. Ik begon elke dag om acht uur en stopte om zes uur. Wij moesten vaak overwerken, zelfs op zaterdagen. Er was namelijk een groot aanbod aan werk en er waren niet veel arbeiders die het wilden doen. Wij moesten dus hard doorwerken. Door de drukte konden we soms niet eens naar de wc. Het salaris was niet slecht en wij werden van allerlei sociale middelen voorzien. Ik leefde in een pension dat in bezit was van het bedrijf. Hier woonde ik met vijftig anderen verdeeld over drie à vijf vleugels. Ik heb hier in totaal zes à zeven jaar gewerkt.”

 

Sociale contacten

“Ik was zoveel aan het werk dat ik bijna geen contact had met de wereld buiten de fabriek. In het pension aten wij vaak samen. We kookten met een paar man voor de hele groep. Verder hadden wij een zwart-wit tv in ons gebouw. Het grappige was dat er alleen maar Nederlandse zenders te zien waren, terwijl wij de taal niet spraken. Toch vonden we het altijd leuk om tv te kijken. We gingen ook vaak samen naar het stationscafé. Dit was een ontmoetingsplek waar veel Turkse mensen naartoe kwamen. Het was hier altijd gezellig en ik ging er graag heen. Hier dronken of aten wij dan samen iets en wisselden verhalen uit.”

 

Cultuurverschillen

“Uiteindelijk heb ik besloten om mijn vrouw en kinderen naar Nederland te halen. In die tijd was dit erg makkelijk. Picus heeft mij toen geholpen om een huis te vinden voor mij en mijn gezin. In eerste instantie zou ik teruggaan naar Turkije, maar uiteindelijk ben ik toch in Nederland gebleven. Het was wennen voor mij omdat er veel verschillen waren tussen de Turkse en de Nederlandse cultuur. In Turkije hadden wij een andere taal en een andere religie. Ik wist dat ik in Nederland problemen daardoor kon gaan ondervinden. Als ik naar een dokter moest of ik liep tegen een probleem aan op het werk, dan kon ik dit niet in het Nederlands verwoorden. Gelukkig waren de Nederlanders in die tijd erg tolerant en heel gastvrij. Hun begrip voor ons creëerde een mooie band. Helaas zijn de tijden veranderd. Tegenwoordig leven de meeste mensen in hun eigen bubbel. Als wij Turken problemen hebben gaan we sneller naar onze kinderen en kleinkinderen voor hulp. Nederlanders met weinig kinderen zijn vaker eenzaam. Nederlanders kijken nu ook heel anders tegen de Turken aan. Ze zijn afstandelijker en de media schetst ons vaker onterecht af als extremistisch.

Vol blijdschap kijk ik terug naar het verleden en voor de toekomst heb ik goede hoop. Voordat ik naar Nederland kwam zag ik een groen en klein land voor me. Eenmaal aangekomen in Eindhoven was ik heel gelukkig. Ik vergeleek het met een paradijs, omdat al mijn vrienden en kennissen ook hier woonden. Als ik terugdenk aan deze tijd krijg ik een lach op mijn gezicht.