Carel Jozef Grips

Kunstenaar

Zelfportret Carel Jozef Grips

Een zelfportret van Carel Jozef Grips ca. 1880. (Bron: RKD artists)

Alle rechten voorbehouden

Ook Charles Joseph Grips genoemd. Hij begon zijn loopbaan als schilder met het volgen van lessen bij Jan Hendrik van Grootveld in Ravenstein, niet ver van zijn toenmalige woonplaats Grave. Vervolgens bezocht hij de academie in Antwerpen waar hij kennis maakte met het werk van de Vlaamse schilders Henri Leys en Henri de Braekeleer. Ook bestudeerde hij in deze jaren de schilderijen van Hollandse genreschilders.

Na zijn opleiding in Antwerpen liet hij zich voortaan Charles noemen en keerde hij terug in Grave. Hij woonde daar tot 1874. In dat jaar vertrok hij naar Brussel. In 1881 keerde hij terug naar Nederland en ging wonen in Vught (Marktveld 3) waar hij in 1920 gestorven is.

Uit de indrukken uit zijn studiejaren ontwikkelde hij een eigen manier van schilderen van interieurs. Het zijn zorgvuldig geconstrueerde schilderijen in strak opgebouwde ruimten. Omdat de achtervlakken parallel lopen met het beeldvlak hebben zijn schilderijen iets van een statige rust. Hij kleedde de vertrekken aan met voorwerpen en antiquiteiten die hij speciaal voor dat doel verzameld had.

Pas op het laatst voegde hij de figuren toe, waarbij hij gebruik maakte van de fotografie, een werkwijze die ook De Braekeleer toepaste. Daardoor zijn de figuren niet altijd het sterkste onderdeel van zijn paneeltjes. Wel is hij een meester in de stofuitdrukking waardoor alle materialen in het warme licht van de schilderijen zeer overtuigend overkomen.

 

Bronnen

V.d. Gr., "Brabantse kunstenaars. De Vughtse familie Grips", Brabantia (jrg. 7, nr. 5, 1958), 138-140.

Tromp, H., De familie Grips. Een kunstenaarsgeslacht, Vught, 1993.

Van der Heijden-Rogier, N., "De kunstenaarsfamilie Grips in Vught', in: Vughtse Historische reeks, dl.6, Vught, 1999.

Tromp, H., '''Met het volste vuur...'. Uit het leven van de schilder Charles Joseph Grips in Vught", in: De woonstede door de eeuwen heen (nr. 137, maart 2003), 20-29.