Kees van Kempen

Willem van Iersel

Rentenier, weldoener

Schoorstraat 2 Udenhout (Willem van Iersel)

Schoorstraat 2 Udenhout. (Foto: Paul van Galen, 2001, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

In november 1865 werd Willem van Iersel geboren in het pand aan de Schoorstraat 2 in Udenhout, zoon van Josephus (Sjef) van Iersel, burgemeester van Udenhout en Maria van Oorschot uit Eindhoven.

Leven

Zijn eerste schooljaren bracht Van Iersel door op de openbare school aan de andere kant van de straat, achter het gemeentehuis: de school van meester Paulus Borsten. Als Willem negen jaar oud is, overlijdt zijn moeder. Twee jaar later wordt hij overgeplaatst naar een kostschool in Heusden. Een school geleid door de in Loon op Zand geboren Melchior van der Ven.

Na de lagere school vervolgde Van Iersel zijn opleiding aan de kostschool van de paters Jezuïeten in Katwijk. Daar komt hij in een leergang handel en boekhouden, de voorloper van de latere Hogere Burgerschool. In 1884 kwam Van Iersel terug van school. Willem trok in het huis op de Schoorstraat en verbouwde deze volledig naar de situatie zoals we het vandaag de dag kennen. Een leien dak, rijk versierde dakranden en dakkapellen en een marmeren hal.

Van Iersel noemde zichzelf, net als zijn vader, rentenier. Hij bezat vele boerderijen, bossen, weilanden en geld, die hij zo moest exploiteren dat hij er voldoende rendement mee haalde. Dat was zijn dagelijkse activiteit. Naast deze inkomstenbron verpachtte hij ook land aan lokale boeren van het dorp en verstrekte hij hypotheken.

Van Iersel zijn eerste hobby was de jacht. Hij hield daarvoor een jachthond en paarden. Hij had op zijn terrein een open manege buiten en een gesloten manege binnen. Doorgaans hadden boeren hun koeien onder hetzelfde dak staan als het woonhuis. Bij Willem vulden de paarden deze plek. Hij ging bij bezoeken vaak te paard, soms met de sjees erachter of in de winter met de arrenslee. Daarnaast ging hij regelmatig met vrienden, oud-studiegenoten uit Katwijk op vakantie. Met de komst van de auto, kreeg Van Iersel een nieuwe hobby. Hij was na dokter Loback de tweede Udenhouter die in het bezit was van een auto. Willem kocht verschillende auto’s, waaronder een Adler. Daarnaast huurde hij een chauffeur die tevens kennis had als monteur en verschafte hem een woning op zijn terrein.

 

Verenigingsleven

Van Iersel was niet zo actief in verenigingen of het bestuur van het dorp. Hij schonk zo af en toe een bedrag aan de fraters of aan de zusters van Sint-Felix. Hij betaalde zo nu en dan de opleiding van priesterstudenten uit het dorp, die de studie zelf niet konden betalen, daarnaast heeft hij een keer een donatie gedaan aan het Wilhelmus Fonds van het bisdom, bedoeld er steun van arme kerken.

Willem heeft twee keer een opvallende rol gespeeld in de gemeenschap. In 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zat hij samen met onder andere de burgemeester en de pastoor in het steuncomité tot opvang van Belgische vluchtelingen. Eerder in 1905 schonk hij aan de fanfare Moed- en Volharding een muziekkiosk, die een plek kreeg naast het gemeentehuis.

 

In de ban van de missie

Van Iersel was trouw katholiek opgevoed, met drie pastoors in de familie van vaders kant en twee pastoors in de familie aan moeders kant. Willem ging naar missiedagen waar paters preekten. Hij raakte volledig in de ban van de missie. Hij bezocht missiehuizen om daar naar de kerk te gaan en bouwde een speciale band op met de missionarissen van de Societas Verbi Divine (S.V.D.), de congregatie van het Goddelijke woord. Willem kwam vaak in hun missiehuis in Uden en betaalde studiebeurzen, boeken en veel meer.

Willem had in 1917 een groot Heilig Hartbeeld in huis laten plaatsen, speciaal om te bidden dat eens zijn grond op ‘t Laar in Helvoirt een bestemming zou krijgen voor de missie. Hij had dat al aangekaart bij de paters van S.V.D., maar die hadden voldoende aan hun missiehuis in Uden. Willem bad elke dag bij het beeld en er wordt gezegd dat hij ‘s avonds niet meer één, maar drie rozenhoedjes bad, samen met zijn huishoudsters. Zo groot was zijn wens om zijn grond op ‘t Laar te bestemmen voor de missie.

Op een avond zat hij opnieuw te binnen, God smekend om een hint waaraan hij zijn vermogen zou kunnen aanwenden. Er werd aan de deur geklopt. Pater Constantinus van de kapucijnen stond voor de deur. De kapucijnen hadden een nieuw studiehuis nodig. Willem en de paters waren het er samen over eens dat het klooster op ‘t Laar in Helvoirt moest komen. Willem vertelde tegen iedereen dat zijn gebed was verhoord.

Helaas was de bisschop tegen. Hij had namelijk een verzoek liggen van de inwoners van Biezenmortel voor een eigen kerk. De bisschop vond een kapucijnenklooster een goed idee, maar dan wel met een kerk- en parochie functie voor de buurtschappen Biezenmortel en ‘t Winkel. En dan was ‘t Laar geen logische plek. Het klooster zou beter halverwege de buurtschappen kunnen komen. Intussen had burgemeester Van Heeswijk ervan gehoord en kwam in actie. Hij wilde het klooster binnen zijn gemeentegrenzen houden en stelde Van Iersel grondruil voor. Maar ja, dat was niet zijn grond en dan ook niet zijn klooster. Willem werkte daarom niet mee. Het klooster kwam er en Van Iersel bleef achter, een ervaring rijker en een illusie armer.

Willem ging door met zijn gulle gaven voor de missie. Hij zei: “Alle andere sporten begonnen me op den duur tegen te staan. De missiesport bevalt me hoe langer hoe beter en daar blijf ik bij. Ik betreur het dat ik niet eerder met de missiesport ben begonnen”. In 1920 kreeg Willem een pauselijke onderscheiding Ridder in de orde van de Heilige Gregorius de Grote voor al zijn missie werkzaamheden.

De missie groeide en bloeide en de paters van S.V.D. kregen alsnog de behoefte aan een nieuw klooster voor de opleidingen van missionarissen. Willems grote wens ging alsnog in vervulling. Net voorbij de grens met Biezenmortel bouwden de paters van S.V.D. het missiehuis Sint-Lambertus.

Huize Vincentius Udenhout (Willen van Iersel)

Huize Vincentius te Udenhout. (Foto: Willemjans, 2010, Wikimedia Commons)

 

Vroege dood en testament

De gezondheid van Van Iersel verslechterde, hij had veel last van gewrichtspijn, reumatiek, hij sliep slecht, raakte steeds meer versuft en kreeg langzaamaan moeite met spreken. Het lopen ging hem ook slecht af , waardoor hij met de fiets naar de kerk ging. Op 30 maart 1924 is Van Iersel overleden, op 58-jarige leeftijd.

Op de dag van zijn begrafenis en de drie maanden erna kregen alle armen van het dorp spek en brood op kosten van Willem van Iersel, waarbij de pastoor moest bepalen wie daarvoor in aanmerking kwamen.

Van Iersel werd begraven op het kerkhof bij zijn missiehuis Sint Lambertus op ‘t Laar. Later hebben de paters van S.V.D. Helvoirt verlaten en zijn ingetrokken in een klooster in Teteringen. Alle overleden paters zijn opgegraven en herbegraven in Teteringen, zo ook Willem van Iersel.

In 1911 had Van Iersel al een eigen handgeschreven testament opgesteld en gedeponeerd bij de notaris. In het testament stond beschreven waar zijn bezittingen aan geschonken werden. De boerderij Molenhoef schonk hij aan de Vincentiusvereniging voor de armenzorg in Udenhout en Biezenmortel. Zijn huis aan de Schoorstraat kwam in het bezit van de bisschop, met de bedoeling om door een congregatie een klooster te laten bouwen.

De bisschop vond de zusters van de Choorstraat in ‘s-Hertogenbosch bereid in Udenhout een onderwijsinstituut voor 300 verstandelijk gehandicapte meisjes te beginnen. In 1925 begonnen de zusters Huize St.-Vincentius in dit pand.

 

Bronnen

Stichting Heemcentrum ’t Schoor, Grondeigenaar en rentenier Willem van Iersel. 1865-1924, weldoener van het Missiehuis St.-Lambertus te Helvoirt en van Huize St.-Vincentius te Udenhout, Udenhout-Biezenmortel, 2014.