Robin Hoeks

Lou Tellegen

Theater- en Hollywoodster

Tellegen, 1916 Hartsook Photo

Lou Tellegen in 1916. (Foto: Hartstook Photo)

Op 27 november 1883 stond een drietal mannen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand in Sint Oedenrode om het kind van een van hen aan te geven. Het kind kreeg dezelfde voornamen als zijn vader, Isidor Louis Bernard Edmon, maar werd ingeschreven met de achternaam van zijn moeder: Van Dommelen. Uiteindelijk zou hij onder geen van deze namen bekend worden, maar als de Nederlandse Hollywoodster Lou Tellegen.

Women have been kind

Als Hollywoodster schreef Tellegen uiteraard ook zijn memoires, die in 1931 verschenen onder de titel Women have been kind. Traditioneel gezien vormen ze de basis voor ons beeld van Tellegen. Ze blazen zijn leven op tot letterlijk fantastische proporties. Zo zegt hij dat zijn moeder Spaanse voorouders had. Daarnaast zou zijn vader een Grieks generaal geweest zijn die in het Nederlands leger ging dienen. Vader Tellegen was eigenhandig verantwoordelijk geweest voor de Nederlandse kolonisatie van Java en zou sterven tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika.

In werkelijkheid was zijn afkomst minder legendarisch. Tellegen was op 26 november 1883 geboren als zoon van Anna Maria van Dommelen (1847-1917) en Isidor Louis Bernard Edmon Tellegen (1836-1902). Zijn moeder was de weduwe van Eduard Hendrik Jan Storm van ‘s-Gravezande en van Spaanse voorouders is geen sprake. Vader Tellegen was net als moeder ook al eerder getrouwd geweest en was gepensioneerd officier van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Een generaal was hij zeker niet, tweede luitenant der infanterie wel. Bovendien was hij in 1836 geboren in Grave.

Geboorteakte Tellegen, 1883, Gemeentearchief St Oedenrode

De geboorteakte van Lou Tellegen uit 1883. (Bron: Gemeentearchief Sint-Oedenrode)

Een onstuimige jeugd

In zijn memoires beweert Tellegen te zijn opgevoed in Amsterdam door een collega van zijn vader. Ook dit blijkt niet te kloppen. Het gezin is dankzij bevolkingsregisters tussen 1883 en 1899 te volgen op een tocht door: Sint-Oedenrode, Nijmegen, Delfshaven, Rotterdam, Gorssel, Den Haag, Jutphaas, Amsterdam, Leusden en Utrecht.

In 1899 was Tellegen vijftien jaar oud en vond volgens zijn memoires de eerste cruciale gebeurtenis in zijn leven plaats: hij loopt weg van huis met de negentienjarige Russische “belle amie” van zijn vader. Wat volgt is een aaneenschakeling van avontuur in Berlijn, Sint-Petersburg en Oost- en Midden-Europa. Tellegen verdient de kost met allerlei baantjes, van circusartiest en toneelacteur tot verkoper van verboden literatuur. Deze periode komt volgens Tellegen aan een einde als hij zich als circusartiest blesseert en het circus zonder hem verder trekt. Hierop reist hij naar Rotterdam en kort daarna overlijdt zijn vader in Maastricht.

Het bewijs in archieven voor deze beweringen geeft echter een ander beeld. Vader Tellegen overleed inderdaad op 18 november 1902 in Maastricht - en dus niet tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika. Zijn zoon was tussen 1899 en 1902 echter geen circusartiest in Duitsland, of verkoper van verboden literatuur in Rusland. Isidor Louis Bernard Edmon van Dommelen werd 11 november 1899 namelijk in Amsterdam veroordeeld voor twee maanden cel voor woninginbraak. In elk geval tot november 1902 woonde hij daarna in Rotterdam, waar hij zich in het bevolkingsregister voor het eerst omschrijft als “acteur”.

Vonnis Tellegen, Noordhollands Archief, 1899

Het vonnis tegen Tellegen wegens woninginbraak, uitgesproken door de Amsterdamse rechtbank in 1899. Tellegen wordt steeds met zijn geboortenaam Van Dommelen als tweede genoemd. (Bron: Noord-Hollands Archief)

Parijs, Rodin en het theater

Volgens Women have been kind vertrekt hij in deze periode met zijn moeder naar Brussel. Van Brussel reist hij na enkele maanden alleen door naar Parijs, nadat hij onder andere de kost heeft verdiend als imponerend model voor beeldhouwers. In Parijs blijft hij model, maar begint hij ook te boksen en te gokken.

Na een periode waarin hij bijna aan ondervoeding overlijdt, neemt Auguste Rodin (1840-1917) hem enkele maanden onder zijn hoede. Rodin gebruikt hem in deze periode als exclusief model. In zijn memoires voert Tellegen het beeld L’Eternel Printemps op, waarvoor hij in 1903 model zou hebben gestaan.

Dit beeld maakte Rodin echter rond 1884. Bovendien wordt Tellegen vermeld in een krantenartikel in Het nieuws van den dag, een lokale Amsterdamse krant, uit juni 1904. In dit artikel staat Tellegen omschreven als recent “vrijwillig afgetreden” leerling van de Tooneelschool van Amsterdam. Dit alles wijst erop dat Tellegen tussen 1902 en 1904 rond Rotterdam en Amsterdam verblijft, als leerling van de Tooneelschool.

Tellegen Tooneelschool Amsterdam 1904 Het nieuws van den dag 13-6-1904

Tellegen wordt hier nog aangeduid als Louis van Dommelen. (Bron: Het nieuws van den dag, 13-6-1904, Delpher Kranten)

Waar Tellegen na juni 1904 verbleef is onduidelijk, maar vanaf dit moment lijken memoires en werkelijkheid dichter bij elkaar te liggen: in 1905 was hij daadwerkelijk in Parijs. Onvermeld in zijn memoires is dat hij in februari in een toneelstuk van de socialistische beweging La Coopération des Idées speelde. Wel schrijft Tellegen in zijn memoires uitgebreid over zijn toelating tot de prestigieuze Conservatoire nationale de Musique et Déclamation later in 1905, wat bevestigd wordt door leerlingenlijsten van de Conservatoire.

Dat wil echter niet zeggen dat de informatie in Women have been kind vanaf hier blind te volgen is. Tellegen beweert bijvoorbeeld dat hij in 1905 de kamer huurde waarin Oscar Wilde zichzelf met een overdosis drugs om het leven had gebracht. Zelfs de naald lag er nog. Wilde stierf alleen aan een hersenvliesontsteking.

Tellegen zou in Parijs ook zijn “first wife” ontmoeten: Jeanne de Brouckère. Zij is beeldend kunstenaar en telg uit een gegoede Belgische adellijke familie en krijgt met Tellegen een dochter, Diane, aldus Tellegens memoires. Deze relatie duurt niet lang, net als de vele andere romantische relaties en verhoudingen in Tellegens memoires. Hij schrijft na twee jaar met haar gescheiden te zijn, kort na zijn afstuderen aan de Conservatoire. Dat laatste vond plaats in 1908.

 

Nieuwe wereldreizen

Naar eigen zeggen speelt Tellegen hierop kort in een Parijs toneelgezelschap voordat “wanderlust again took hold of me”. Een nieuwe reisepisode volgt, ditmaal door Monaco, India, het Midden-Oosten en Italië. Wederom staan de memoires vol met gokken, affaires en gevaarlijke situaties.

Tellegen koopt een Italiaanse villa en is twee jaar de tegenspeler van Eleonora Duse (1858-1923), die overigens tussen 1909 en 1921 niet op het toneel stond. In deze episode komt een optocht aan beroemdheden voorbij met wie Tellegen bevriend raakt, zoals operazanger Enrico Caruso (1873-1921), danseres Isadora Duncan (1877-1927), beeldhouwer Antoine Bourdelle (1861-1929) en danseres Mata Hari (1876-1917).

Na deze omzwervingen komt Tellegen in Parijs in aanraking met justitie: hij zou juwelen gestolen hebben van een vriendin van zijn Amerikaanse geliefde, die hij de schuilnaam “Mimosa” geeft. Hij beschrijft het proces uitgebreid in zijn memoires, inclusief de strafeis van vijf jaar. Uiteindelijk wordt hij vrijgesproken. Krantenartikelen bevestigen zijn relaas deels, al was de strafeis geen vijf jaar maar achttien maanden. Terwijl de rechtszaak liep, mocht Tellegen zijn bescheiden rol in het toneelstuk Lysistrata blijven spelen.

De rechtszaak vond plaats in de tweede helft van 1909, wat zijn tweejarige periode als tegenspeler van Duse eveneens onmogelijk maakt. Bovendien plaatsen krantenartikelen Tellegen gedurende heel 1908 en 1909 in Parijs, als hij rollen speelt bij opvoeringen van de Conservatoire en bij Parijse toneelgezelschappen. Tijd om naar India te reizen had hij niet en ook de Italiaanse villa blijkt een luchtkasteel.

Tellegen Petit Journal 30-12-1909

Ook in dit artikel dat de rechtzaak tegen Tellegen in Parijs beschrijft, wordt Tellegen nog Monsieur Van Dommelen genoemd. (Bron: Le Petit Journal, 30-12-1909, Gallica)

Brazilië en Sarah Bernhardt

Tellegen schrijft zelf dat na de rechtszaak zijn relatie met Mimosa, die Bennet bleek te heten, eindigt. Volgens Women have been kind is hij hier zo van ontsteld dat hij Parijs ontvlucht en naar Brazilië reist. Hier zou hij elf maanden diep in het regenwoud rondtrekken, uiteraard niet zonder een liefdesaffaire met de “Princess of Aracajú”.

Haar voorstel te trouwen doet Tellegen zo schrikken dat hij de eerste boot vanaf São Paolo naar Frankrijk neemt. Hij verdient zijn overtocht door als stoker in het ruim te werken. Hij schrijft erover met woorden die erg bevreemdend zijn voor de tegenwoordige lezer: “I slaved naked among those stalwart savages [de elf zwarte stokers], most of them from Africa. They weren’t the gentle little southern Negroes one sees in America. The first days these animals resented me as an intruder.” Tellegen blijkt een kind van zijn tijd en aangenomen thuisland Amerika, maar laat zich hier wel erg negatief uit.

Na zijn terugkomst in Parijs hoort Tellegen dat de manager van Sarah Bernhardt (1844-1923) al die tijd naar hem op zoek is geweest. Bernhardt, een Française met Nederlandse roots, is een van de grootste actrices van de tijd en een spil in de Parijse theaterwereld. Zij biedt hem een plaats aan in haar gezelschap als haar vaste tegenspeler.

In 1910 stond Tellegen inderdaad voor het eerst met Bernhardt op de planken in de Verenigde Staten. Tijd voor zijn Braziliaanse avonturen in de maanden hiervoor zal hij niet gehad hebben, omdat hij in 1909 met het Parijse Théatre de l’Odéon onder andere de Shakespeare-tragedie Coriolanus speelde. Wellicht zag Bernhardt hem in deze periode in een van de Parijse theaters, of kende ze hem al vanuit de Conservatoire. Onder andere begeleidde zij daar de Belg Eugène van Hanswijk, een vriend van Tellegen met wie hij in Rotterdam al op de planken stond.

Hoe Tellegen en Bernhardt elkaar ook ontmoet hebben, dit was het begin van de doorbraak voor Tellegen. Als tegenspeler van Bernhardt vertrok hij op een Amerikaanse tournee. Hierna bleef hij in haar gezelschap in Parijs spelen. Critici hekelden zijn beperkte acteertalent, maar zijn imponerende uiterlijk maakte dat het publiek alsnog voor hem op de banken ging. Met Bernhardt speelde hij ook in drie films. Met name Les amours de la reine Élisabeth uit 1912 was een groot succes. De film werd in hetzelfde jaar nog in de Verenigde Staten uitgebracht als Queen Elizabeth.

Tellegen met Bernhardt in Londen, 1912, Gallica  Agence Rol

Tellegen (centraal) op het toneel met Sarah Bernhardt (tweede van rechts). (Bron: Agence Rol, 1912, Gallica)

Filmster in Hollywoond

Tellegen brak met Bernhardt na een volgende succesvolle tournee door de Verenigde Staten. Hij vervolgde zijn carrière op Broadway, waar hij vooral de romantische held speelde. Dit waren rollen waarin zijn statuur zijn matige acteertalent kon compenseren. Ondertussen had hij ook Engels geleerd. Tijdens zijn tournee met Sarah Bernardt in 1910 en 1911 had het gezelschap alle stukken namelijk in het Frans gespeeld.

In 1915 spotte Samuel Goldwyn (1879-1974) Tellegen op Broadway. Goldwyn was op dat moment beginnend filmproducent en financieel directeur van de Jesse L. Lasky Feature Play Company (of Lasky Company). Hij benaderde Tellegen voor zes films, die werden opgenomen in Hollywood. De hoge verwachtingen die Goldwyn had, Tellegen was immers een immens populair toneelacteur, kwamen evenwel niet uit en de films flopten.

 

Geraldine Farrar

In 1915 arriveerde de beroemde Amerikaanse operaster Geraldine Farrar (1882-1967) in Hollywood. Zij was ook gecontracteerd door de Lasky Company en zal zo Tellegen ontmoet hebben, hoewel ze pas in 1919 samen speelden, in The World and its Woman. Op 8 februari 1916 trouwden de twee.

Weer lijkt de associatie met een vrouwelijke beroemdheid Tellegens carrière een zet in de rug te hebben geven. Farrar bleek namelijk naast operadiva een getalenteerd actrice te zijn, op wier roem Tellegen mee kon liften. Bovendien waren ze samen een beroemd filmduo. Het betekende dat Tellegen tot de jaren 1920 rollen kon blijven spelen in films met Farrar.

Tellegen en Farrar, Bain News Service, 1915, Commons

Tellegen en Farrar rond hun huwelijk. (Bain News Service, 1915, Wikimedia Commons).

Zijn gebrek aan acteertalent was echter ook bij de producenten niet onopgemerkt gebleven, waarop Farrar ervoor pleitte hem enkele films te laten regisseren. De films, The long Trail (1917, ook speelde Tellegen hierin de hoofdrol), What money can’t buy (1917) en The things we love (1918) flopten echter.

Dit dwong Tellegen terug naar acteren in films met Farrar, wat in toenemende mate spanningen opleverde. Niet alleen vielen de verkoopcijfers van de films weer tegen, Tellegen begon zich steeds harder en jaloerser op te stellen naar zijn vrouw. Hij wilde niet haar maar zijn eigen naam bovenaan de affiches en had geconstateerd dat Farrar meer close-ups kreeg dan hij, wat hem evenmin zinde. Farrar tolereerde dit een tijd, maar in 1921 kwam het tot een scheiding, waar de pers gretig over schreef.

 

Scheiding Tellegen Farrar 1921, Public Ledger, Archive.org

Een artikel in een Amerikaanse krant over de scheiding tussen Farrar en Tellegen. (Bron: Public Ledger, 6-8-1921, Archive.org)

Nina Romano en Eve Casanova

Tellegen bleef af en aan ook rollen spelen in toneelstukken, waar hij succesvoller in was. Daarnaast produceerde hij twee toneelstukken. Met een daarvan maakte hij in 1923 en 1924 een tournee door de Verenigde Staten, waarbij hij verliefd werd op zijn jongere tegenspeelster: Isabelle Dilworth, artiestennaam Nina Romano. Met haar trouwde hij in 1924.

Dit huwelijk luidde weer enkele jaren van voorspoed in voor Tellegen. Hij keerde terug naar Hollywood om films te maken, met enig succes. Tellegen was te oud om nog langer de romantische held te spelen, dus legde hij zich toe op schurkenrollen. Het succes duurde niet lang. In 1928 strandde het huwelijk tussen Romano en Tellegen. Dit was ook het jaar waarin Tellegen een nieuwe poging deed een film te regisseren. Het resultaat, No other woman, was zo slecht dat de filmmaatschappij de film niet uit durfde te brengen.

Opnieuw nam Tellegen zijn toevlucht tot het theater, waar leeftijd minder telde. Op een van zijn tournees ontmoette hij een danseres: Eve Casanova (echte naam: Julia Horne). In 1930 trouwde hij met haar, nadat zij hem bij had gestaan in een moeilijke periode. Op Eerste Kerstdag 1929 was Tellegen namelijk in slaap gevallen terwijl hij een sigaret rookte. De brand die het resultaat was, kostte hem bijna zijn leven en verminkte zijn gezicht.

 

De sprekende film en de dood

Met plastische chirurgie probeerde Tellegen zijn carrière nog te redden. Hij speelde zelfs weer in een film in 1931, zijn eerste sprekende film. Deze technologische ontwikkeling zou echter de doodsteek zijn voor Tellegens carrière. Ondanks alle jaren in de Verenigde Staten sprak hij nog steeds slecht Engels. In de stille films en op de planken, waar er in het Frans gespeeld werd, was dit geen belemmering geweest.

Ondertussen was hij financieel aan de grond geraakt. De villa in Hollywood die hij bewoonde had hij verkocht met een voorwaarde: dat de nieuwe eigenaar hem dagelijks een uurtje op de tuintrap liet zitten om van het uitzicht te genieten. Women have been kind, hoogstwaarschijnlijk (mede) geschreven door een ghostwriter, was een poging weer wat geld te verdienen. De romantische, avontuurlijke held die uit de memoires naar voren komt was toegespitst op het vrouwelijke publiek dat hem zo geadoreerd had.

In 1934 kreeg Tellegen kanker, waarvoor hij drie keer onder het mes ging. Hij woonde in deze laatste jaren bij een rijke weduwe in Hollywood die zich over hem had ontfermd. In haar badkamer pleegde hij in 1934 zelfmoord met de gouden schaar waarmee hij altijd lovende recensies had uitgeknipt. De krantenknipsels had hij om zich heen gelegd.

 

Bronnen

Coutelet, N., "Le Théâtre Populaire de la Coopération des Idées", in: Cahiers Octave Mirbeau (nr. 15, 2008), 139-150.

Tellegen, L., Women have been kind: the memoirs of Lou Tellegen, London, 1932.

Gabriëls, A., “Dommelen, Isidore Louis Bernard Edmon van, (1883-1934)”, in: Biografisch Woordenboek van Nederland 5, Den Haag, 2002.

Gemeentearchief Sint-Oedenrode, “Geboorteregister Sint-Oedenrode 1883”, inventarisnummer: 5529, archiefnummer: 50, aktenummer: 113.

Gemeentearchief Sint-Oedenrode, “Bevolkingsregister wijk C”, inventarisnummer: 1637, archiefnummer: 7634, blad: 87.

Gemeentearchief Nijmegen, “Bevolkingsregisters van de gemeente Nijmegen, 1850-1890”, inventarisnummer: 33082, 679, Bevolkingsregisters van de gemeente Nijmegen, pagina 54.

Gemeentearchief Rotterdam, “bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten”, Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking, inventarisnummer: 370, pagina 272.

Gemeentearchief Amsterdam, “Archief van het Bevolkingsregister: afgedane collectie of overgenomen delen”, Overgenomen Delen 1892-1920, deel 57, blad 177.

Arrondisementsrechtbank Amsterdam, “Strafvonnissen”, 198-176 Klapper op naam van de veroordeelden, inventarisnummer: 176.

Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking, “bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten”, inventarisnummer 592, pagina 131.

Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking, “bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten”, inventarisnummer 599, pagina 236.

Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking, “bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten”, inventarisnummer 726, pagina 136.

Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking, “bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten”, inventarisnummer 599, pagina 236.

“Tooneelschool”, in: Het nieuws van den dag: kleine courant (13-06-1904), 21.

“Théatre”, in: Les temps nouveaux (4-2-1905), 7.

Conservatoire national de musique et de déclamation, “Registres d'inscription des élèves admis au Conservatoire”, inventarisnummer: AJ/37/376.

“Les Théatres: Les concours de Tragédie et Comédie”, in: L'Humanité: journal socialiste quotidien (7-7-1907), 4.

“Kaatje, au Théatre des Arts”, in: Le Journal du dimanche: gazette hebdomadaire de la famille (6-12-1908), 31-32.

“L’acquitement d’un Artiste”, in: Le Petit journal (30-12-1909), 4.

A. Jouet, “Un Artiste en Correctionelle”, in: La Revue judiciaire: revue mensuelle: réforme, droit pratique, comptes-rendus (25-7-1909), 196-198.

“Théatres et Concerts”, in: Le Matin: derniers télégrammes de la nuit (4-5-1910), 4.

“Lucrèce Borgia”, in: Comœdia Illustré (1911), 183.

 

Deze persoon komt voor in Brabantse Helden, een tv-serie geproduceerd door Eendracht Films en Erfgoed Brabant voor Omroep Brabant.