Bijltjesdag in Oss

Fotograaf Leo van den Bergh, collectie gemeente Oss Stadsarchief BCO010342

De bevrijding van Oss op 19 september 1949. In de Molenstraat wordt een NSB-er opgebracht door leden van de ondergrondse. Op de voorgrond: (1) Fr. Lamers (met geweer om de schouder), daarnaast (2) A. van Berkom, (3) man met hoed, de NSB-er Van der Schoot, eigenaar van een kledingzaak aan de Hooghuisstraat, (4) Van Berkum (in hemdsmouwen), (5) Mien Carpay (vrouw rechts), 6) Van Haaren (man met fiets, rechts). (Foto: Leo van den Bergh, collectie Stadsarchief Oss)

Willem van Rooij schreef in juni 2019 zijn herinneringen op over zijn jeugdige ontdekking dat zijn opa tijdens de Tweede Wereldoorlog lid was van (onder andere) de NSB.

“Toen ik als jongetje van een jaar of tien bij mijn oma en opa Van der Schoot logeerde, sliep ik altijd op het logeerkamertje op de zolder. Nieuwsgierig als ik was trok ik lades en kastdeuren open om te ontdekken wat daar allemaal verborgen lag. Op de bovenste plank in de kast vond ik tot mijn bevreemding een rij boeken die allemaal de Tweede Wereldoorlog als onderwerp hadden. Toen ik in de loop van de jaren bij mijn logeerpartijen er in bladerde en begon te lezen viel het mij op dat er nogal triomfantelijk geschreven werd over de heldendaden van de Duitsers. Langzamerhand begon ik te vermoeden dat hier iets niet in orde was. Waarom stonden die boeken in een kast op zolder? Blijkbaar had iemand hier iets te verbergen. Later besefte ik dat de logeerkamer niet de meest voor de hand liggende plaats in huis is als je iets hebt te verbergen.

Mijn moeder sprak nooit over haar oorlogservaringen, over haar man die omgekomen was bij het geallieerde bombardement van Nijmegen, over haar vader of broers die in de oorlog ‘verkeerd’ zouden zijn geweest. Het was allemaal te pijnlijk en paste in de algemeen heersende houding in Nederland van de naoorlogse jaren om over deze onderwerpen te zwijgen.

Ik kan me niet meer herinneren of ik mijn moeder rechtstreeks gevraagd heb of mijn opa fout was geweest in de oorlog. Maar ik was daar langzamerhand wel van overtuigd geraakt. Het viel mij op dat hij nog steeds sterke Duitse sympathieën had. Op verjaardagspartijen, als mijn opa en zijn zonen te veel Moesel-wijn hadden gedronken en de stemming het hoogtepunt naderde, werden er altijd bakelieten langspeelplaten met Duitse operettemuziek gedraaid op de platenspeler. Op de televisie werd alleen naar Duitse zenders gekeken. De vakantiebestemming lag altijd in het gebied tussen Rijn en Moesel.

In de periode 1960-1965 verscheen de serie De Bezetting van Lou de Jong op de Nederlandse televisie. Tante Marietje, de zuster van mijn vader, die een paar huizen verder in de Hooghuisstraat woonde, ging regelmatig bij mijn oma, die inmiddels weduwe was, op bezoek om samen televisie te kijken. Op een avond keken ze naar een aflevering van De Bezetting, die over de bevrijdingsdagen ging en aan ‘bijltjesdag’ was gewijd. Er verscheen een beeld waarop mijn opa met hoed en camel kleurige jas dominant te zien was, en triomfantelijk door de straten van Oss werd opgejaagd nadat hij op 19 september 1944 was opgepakt. Oma verbleekte of bloosde niet toen ze haar overleden man in beeld zag, volgens Marietje. Er werd na de uitzending niet over gesproken. Voordat de aflevering in herhaling werd uitgezonden, zocht Marietje contact met de programma-omroep. Ze wist het voor elkaar te krijgen dat de betreffende beelden uit de aflevering werden geknipt, zodat deze niet in de herhaling zouden worden vertoond. Ze wilde hiermee voorkomen dat oma door de mensen in haar omgeving opnieuw op het foute verleden van haar overleden man zou worden aangekeken.

Toen ik vele jaren later op zoek ging naar het oorlogsverleden van opa van der Schoot kwam ik in het Gemeentearchief van Oss de iconische foto tegen die waarschijnlijk tijdens de uitzending van De Bezetting werd vertoond. Filmbeelden van die gebeurtenis op bijltjesdag in Oss heb ik nog niet aangetroffen.”