J.P.A. van den Dam

Armand Diepen

industrieel en publicist

Armand Diepen

Armand Diepen. (Foto: Gemeentearchief Tilburg)

Arnold Leon Armand Diepen werd geboren op 5 maart 1846 in Tilburg als zoon van Johannes Hendricus Arnoldus Diepen, wollenstoffenfabrikant en bestuurder, en Clementina Maria Francisca Hermans. A.L.A. Diepen huwde in 1870 met Leonie Maria Josephina Bareel (1844-1926) en kreeg uit dit huwelijk acht kinderen. Hij overleed op 23 februari 1895 in Tilburg.

Een traditie van wol

Armand Diepen trad in de voetsporen van zijn vader, die ook al de familietraditie: het fabriceren van wollen stoffen, had voortgezet. Zijn scholing ontving Armand Diepen grotendeels op het Jezuïetencollege te Katwijk, het latere 'De Breul' te Zeist, waar hij het onderwijs aan de gymnasiumafdeling volgde en voltooide. Hij was een uitstekende student. Met evenveel succes had hij zich waarschijnlijk in de wetenschap kunnen bekwamen, maar het lot beschikte anders: al op 24-jarige leeftijd, in 1870, werd hij -na een conflict tussen zijn vader en de weduwe van zijn kortelings overleden oom Louis Diepen- oprichter van een nieuwe firma, de Wollenstoffenfabriek Gebroeders Diepen. Zijn broer Gustave, pas 22 jaar oud, werd medevennoot en hun vader, Jan H.A., die de bestaande firma J.N. Diepen en Co liquideerde, werd commanditaire vennoot.

 

Een sociaal betrokken ondernemer

Als er verder niets was gebeurd, had Armand Diepen slechts plaatselijk bekendheid genoten, als een van de vele negentiende-eeuwse fabrikanten en als een vooraanstaand burger in de wolstad Tilburg. Zijn extra was de landelijke bekendheid die hij zich verwierf als publicist over economische en sociale vraagstukken. Dat schrijven was echter niet los te maken van zijn ondernemerschap. Hij was een nuchtere, realistisch denkende practicus, die met twee benen op de grond stond: 'Hij keek van zijn schrijftafel in zijn fabriek, wat hem bewaarde voor al te grote buitelingen in de theorie'.

Diepen is niet oud geworden: nog geen vijftig jaar. Zijn pennevruchten dateren uit de laatste tien jaar van zijn leven, van 1886 tot 1895. Hij begon te schrijven in een periode dat het niet goed ging met zijn eigen bedrijf, noch met de wollenstoffenindustrie als geheel, en evenmin met een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven. Er heerste malaise. En Diepen koesterde, niet als theoreticus, maar als man uit de praktijk de pretentie aan te kunnen geven hoe die malaise moest worden aangepakt. Als autodidact heeft hij zich daarbij gemeten met vakmensen die vooral waren gegroepeerd rond tijdschriften als De Economist en het blad van de Jezuïeten Studiën. Bekend was zijn polemiek met de toenmalige grootmeester van de Nederlandse economiebeoefening, N.G. Pierson.

 

Tegen vrijhandel

Tegenover de toen nog allerwegen heersende liberale opvattingen dat de staat zich niet met het economisch leven -en zeker niet met de handel- mocht bemoeien, plaatste Diepen zijn stelling dat de economie -en daarin vooral de industrie- door de staat moest worden beschermd, via het toepassen van invoerrechten. 'Bevordering van den nationalen arbeid', dat was zijn parool. En dat fundeerde hij niet, zoals de liberalen hun standpunt, op dogmatiek, maar op wat hij rondom zich waarnam, in zijn bedrijfstak en in de industrie in het algemeen.

In het economisch-theoretische 'vrijhandel versus bescherming' -conflict was de eerstgenoemde opvatting tegen het einde van de negentiende eeuw reeds lang heersend en zij zou dat nog tijden blijven. Pas tijdens de grote economische crisis van de jaren dertig gooide 'bescherming' voor het eerst wat hogere ogen. Ook de denkbeelden van Diepen over het sociale vraagstuk waren enigszins afwijkend van die van andere (katholieke) denkers. Dat vloeide voort uit zijn opvatting dat de grenzen voor het 'sociale' onverbiddelijk door de mogelijkheden van het 'economische' werden gesteld, een opvatting die telkens opnieuw niet bepaald onjuist is gebleken.

Armand Diepen is zonder twijfel de eerste economische denker van katholieken huize in ons land geweest. Hij kan ook worden beschouwd als degene die hier als eerste heeft gepleit voor een methodische welvaartspolitiek. Hij geloofde in groeiende mogelijkheden om welvaart te doen toenemen en over meer mensen te spreiden. Welvaart zag hij niet, zoals de liberalen, als een natuurverschijnsel, maar als iets dat alleen via menselijk ingrijpen was te bereiken.

Samengevat: Armand Diepen kan worden gekarakteriseerd als een centrumfiguur; gematigd progressief als economist; gematigd conservatief als denker over sociale vraagstukken.

 

Bronnen

Dijksterhuis, B., Een industrieel geslacht, Tilburg, 1908.

Heerkens, J., "De economische denkbeelden van Armand Diepen", in: Brabantia Nostra, (1936/1937), 281-283; 332-33.

Van den Dam, J., Arnold Leon Armand Diepen. 1846-1895. Industrieel en publicist over economische en sociale vraagstukken, Tilburg, 1966.

 

Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 1, Amsterdam/Meppel, 1992.