Thema

Bidprentjes

Het uitgeven van bidprentjes bij overlijden, ook herinneringsprentjes genoemd, is een oud gebruik onder katholieken.

In eerste instantie worden ze uitgereikt op de uitvaart, maar in Noord-Nederland is het tegenwoordig ook gebruikelijk om bidprentjes enkele maanden na de uitvaart op te sturen. Wat is de functie van een bidprentje? Hoe is het gebruik van bidprentjes ontstaan? En hoe heeft de verspreiding van dit gebruik plaatsgevonden? En welke tekstuele, stilistische en iconografische ontwikkelingen zijn er geweest in de vormgeving van het bidprentje?

Liever eerst zelf kijken? Ga op zoek naar bidprentjes in de online collecties.

Zuivering van de ziel

De prentjes dienen in eerste instantie als herinnering aan de overledene, daarnaast als oproep tot gebed voor het zielenheil van deze persoon en tegelijkertijd kan de gebruiker met zijn gebed zijn eigen zielenheil bevorderen. Dit gebruik van bidprentjes komt voort uit het katholieke geloof in het vagevuur. In de Rooms-katholieke leer bestaat een harde scheiding tussen hemel en hel en om die scheidslijn en het afschrikwekkende beeld van de hel te verzachten, is in de Middeleeuwen het geloof in het vagevuur ontstaan. In het vagevuur kan een onreine ziel gezuiverd worden en daarmee naar de hemel gaan. Via hun gebed kunnen de nabestaanden een gunstige invloed hebben op dit zuiveringsproces.

Een bescheiden dodenliturgie

Bidprentjes zijn voortgekomen uit devotieprenten, anders gezegd: devotieprenten vormen een overkoepelende categorie waaronder ook bidprenten vallen. Rond 1400 verschenen de eerste devotieprenten en het ontstaan is terug te voeren op de miniaturen in gebedenboeken en evangelies. Aan het begin van een nieuwe hoofdstuk werd een miniatuur, een handgeschilderde afbeelding van een religieuze voorstelling, ingevoegd. Doordat het maken van de miniaturen veel manuren vergde, waren ze kostbaar en maar voor een beperkte groep beschikbaar. De komst van de boekdrukkunst maakte het mogelijk om de gebedenboeken en de miniaturen in grotere oplages te verspreiden. Vanaf circa 1400 verschenen religieuze afbeeldingen zonder tekst, die als houtsneden verspreid worden. Dit noemen we de eerste devotieprenten. Deze devotieprenten hadden niet alleen een decoratieve functie, maar waren ook bedoeld om de vroomheid te bevorderen. De prenten moesten geloofsmysteries, heiligen of Bijbelse gebeurtenissen uitbeelden en inzichtelijk maken.

De vroegste bidprentjes kennen we uit de zeventiende eeuw en zijn eigenlijk algemene devotieprenten met achterop een herdenkingstekst voor de overledene. Naar het precieze ontstaan van bidpretjes is weinig onderzoek gedaan. Het beeld dat Karel van den Bergh schetst in zijn boek Bidprentjes in de Zuidelijke Nederlanden uit 1975 is nog altijd het aannemelijkst. Van den Bergh stelt dat de eerste bidprentjes ter nagedachtenis aan religieuzen zijn geschreven en dat het fenomeen ontstond onder katholieken in de overwegend protestantse Noordelijke Nederlanden. In de zeventiende eeuw konden deze katholieken niet hun uitgebreide en uitbundige dodenliturgie uitvoeren in tegenstelling tot hun geloofsgenoten in de Zuidelijke Nederlanden. Het openbaar uitdragen van het katholieke geloof in vagevuur, heiligenverering en bidden voor het zielenheil van de overledene werd door de calvinistische autoriteiten niet geoorloofd. Katholieken zochten daarom toevlucht tot een bescheiden, maar duidelijke manier om hun geloof uit te dragen en te bidden voor de overledene.

Laurentius Giebels was een priester en stierf in 1828. (Bron: Heemkundekring 'Zeeland')

Laurentius Giebels was een priester en stierf in 1828. (Bron: Heemkundekring 'Zeeland')

Naar alle waarschijnlijkheid is het eerste bidprentje afkomstig uit Haarlem. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was in de zeventiende eeuw een missiegebied en Haarlem was op dat moment het centrum daarvan. Kloosters waren niet toegestaan en om toch de katholieke vroomheid uit te dragen, leefden ongehuwde vrouwen als ‘klopje’ onder geestelijke leiding in dienst van God en de Kerk en ondersteunden ze de priester bij zijn werkzaamheden. In Haarlem was een bloeiende gemeenschap van klopjes ontstaan, de ‘Maagden in den Hoek’ vernoemd naar de stadswijk waar ze woonden. In dit Haarlemse Klopjesmilieu is zeer waarschijnlijk het eerste bidprentje geschreven.

Bidprentjes over lands- en klassegrenzen

Lange tijd blijven de bidprentjes een Noord-Nederlands fenomeen. Van 1730-1830 is Amsterdam het belangrijkste centrum, omdat daar veel uitgeverijen gevestigd waren die de bidprentjes konden drukken. Vóór 1830 komen bidprentjes slechts bij uitzondering buiten Holland voor: Boxmeer (1772), Venray (1791), Grave (1783) en elders. Pas na 1830 verschijnen de bidprentjes ook structureel buiten Holland, waaronder in Brabant, Limburg en Vlaanderen.

Dit perkamenten prentje van de Utrechtse Cornelius Staekenburgh uit 1721 is het oudste bidprentje dat in de collectie op Brabantserfgoed.nl te vinden is. (Bron: Stichting De Oude Schoenendoos)

Dit perkamenten prentje van de Utrechtse Cornelius Staekenburgh uit 1721 is het oudste bidprentje dat in de collectie op Brabantserfgoed.nl te vinden is. (Bron: Stichting De Oude Schoenendoos)

Bidprentjes komen ook buiten Nederland voor, bijvoorbeeld in België, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Van den Bergh betoogt dat de verspreiding naar deze landen waarschijnlijk via contacten met Nederland is gebeurd. Zo is het eerste Duitstalige bidprentje in Amsterdam gedrukt en is het fenomeen van het prentje waarschijnlijk langs de Duits-Nederlandse grens nabij Kleef in Duitsland terecht gekomen. Kleef had namelijk nauwe contacten met Gelderland. Frankrijk en Engeland hadden veel contacten met Vlaanderen, dus toen rond 1830 het bidprentje in Vlaanderen doorbrak, vond het van daaruit zijn weg verder Europa in en uiteindelijk zelfs naar Amerika.

Net als devotieprenten waren de bidprentjes in eerste instantie alleen toegankelijk voor de betere, rijkere klasse. Vanaf de achttiende eeuw konden meer mensen een bidprentje bekostigen, omdat de prentjes niet meer op het dure perkament maar op het goedkopere papier werden gedrukt. Dankzij de opkomst van de mechanische massaproductie is vanaf 1850 het bidprentje voor bijna iedereen betaalbaar.

Dit prentje voor Antionius van der Veeken uit 1875 heeft de voor deze tijd kenmerkende zwarte rouwrand en een heilige als afbeelding.

Dit prentje voor Antionius van der Veeken uit 1875 heeft de voor deze tijd kenmerkende zwarte rouwrand en een heilige als afbeelding. (Bron: collectie Amalia van Solms)

Stijlbreuken vanaf de jaren zestig

Het bidprentje zoals dat in 1850 voor de massa geproduceerd werd, verschilt wezenlijk van het bidprentje dat heden ten dage gedrukt wordt. Daarbij zijn er twee grote tekstuele en iconografische ontwikkelingen geweest. Als eerste vond na de Tweede Wereldoorlog een verschraling van het religieuze beeld plaats, hetgeen terug te zien is in de Christelijke iconografie van de beeldzijde. Tot 1960 gebruikte men vooral figuratieve afbeeldingen, zoals afbeeldingen van heiligen en de Christus-figuur, maar vanaf 1960 verving men dit door abstractere weergaves, zoals een bescheiden kruisteken zonder Christus of een landschapsfotoprentje. Ten tweede doet zich vanaf de Tweede Wereldoorlog in de tekst van het bidprentje een perspectiefwisseling voor. Deze verschuift van de overledene naar de nabestaanden, waarmee het bidprentjes een herinneringsprentje wordt. Zo verandert vanaf 1960 bijvoorbeeld de aanhef van “Bid voor de ziel van zaliger…” naar “Ter herinnering aan…”. Daarnaast verandert de In Memoriamtekst van Bijbelcitaten naar een persoonlijke karakterschets van de overledene, waarin ook het verdriet van de nabestaanden benoemd wordt.

Het bidprentje van Adriana Gerdina Vermeulen, waar duidelijk het herinneringsaspect te zien in de aanhef ‘Ter nagedachtenis aan’, is het vignet verdwenen en in de In memoriamtekst komen alle onderwerpen terug. (Bron: 1997, Heemkring Molenheide)

Het bidprentje van Adriana Gerdina Vermeulen, waar duidelijk het herinneringsaspect te zien in de aanhef ‘Ter nagedachtenis aan’, is het vignet verdwenen en in de In memoriamtekst komen alle onderwerpen terug. (Bron: 1997, Heemkring Molenheide)

Ga zelf op zoek naar bidprentjes in de online collecties.

 

Auteur: Iris Dracht

 

Bronnen

Van den Bergh, K., en J. Bauwens, Bidprentjes in de Zuidelijke Nederlanden, Brussel, 1975.

Jacobs, J., Vroomheid inprenten. Het devotieprentje in al zijn facetten, Bergen op Zoom, 1991.

Post, P., "De beeldtaal van devotieprentjes (Nederland en België, negentiende / twintigste eeuw): context-analyse als onderzoeksperspectief", in: Volkskundig Bulletin. Tijdschrift voor Nederlandse cultuurwetenschap (jrg. 16, nr. 3, 1990), 310-349.

Verspaandonk, J., Het Hemels Prentenboek. Devotie- en bidprentjes vanaf de 17e eeuw tot het begin van de 20e eeuw, Hilversum, 1975.

Van der Zeijden, A., "Bidprentjes en doodsbeleving", in: Volkscultuur, tijdschrift over tradities en tijdsverschijnselen (jrg. 6, nr. 1, 1989), 37-70.

Draag bij aan Brabants erfgoed!

Wil je een verhaal delen? Vul hieronder je gegevens in, en geef kort aan wat je zou willen bijdragen. De redactie neemt dan contact met je op.