De godin Sandraudiga

Altaar Sandraudiga (foto: Rijksmuseum van Oudheden)

Het altaar gewijd aan de godin Sandraudiga. Gedateerd op 0-300 na Christus. (Bron: Rijksmuseum van Oudheden)

Veel uit de Romeinse periode is ook nu nog in nevelen gehuld. Zo ook deze altaartstaan, gewijd aan ‘Sandraudiga’.

Arbeiders die werkten aan het tracé van de Napoleonsweg van Antwerpen naar Breda, diepten op 15 november 1812 bij het gehucht Tiggelt onder Rijsbergen een kapitale altaarsteen op uit de grond. De steen heeft een inscriptie aan de voorzijde en is aan de zijkanten versierd met hoorns van overvloed. Hij is ruim 1.40 meter hoog, gehakt uit witte kalksteen en dateert uit Romeinse tijd. Blijkens de inscriptie was hij gewijd aan de godin Sandraudiga en wel "door de vereerders van haar tempel".

Later zijn in de buurt inderdaad nog sporen ontdekt van een stenen gebouw, mogelijk deze tempel. De godin Sandraudiga blijft echter in nevelen gehuld. Behalve op deze steen komt haar naam nergens terug. Mogelijk is het dus een inheemse godin geweest, die op de Romeinse manier met een altaarsteen is vereerd. Er is veel gespeculeerd over haar naam. Sandraudiga zou godin van Santrode kunnen betekenen, en dat kan dan weer verwijzen naar het nabijgelegen Zundert.

 

Bronnen

Van Ginkel, E. en Theunissen, L., Onder heide en akkers. De archeologie van Noord-Brabant tot 1200 (Utrecht, 2009).

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. Van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.