Burgeroorlog in ‘s-Hertogenbosch

Het Schermersoproer

Schermersoproer 's-Hertogenbosch Jan van Diepenbeeck

Het Schermersoproer in 's-Hertogenbosch door Jan van Diepenbeeck. (Bron: Jan Roelofsz. van Diepenbeeck, ca. 1600, Noordbrabants Museum)

De beeldenstorm van 1566 zette de verhoudingen tussen protestant en katholiek in Brabant op scherp.

De felle vervolging van calvinisten na de Beeldenstorm was voor veel Bosschenaren reden de stad te ontvluchten. Toen na de Pacificatie van Gent, tien jaar later, een nieuwe wind ging waaien, keerden velen weer terug.

Toch groeiden er opnieuw spanningen, net als in de rest van de Nederlanden. ’s-Hertogenbosch was diep verdeeld over de vraag of de stad zich moest aansluiten bij het opstandige Noorden of zich juist moest verzoenen met de koning. Een groot aantal calvinistische burgers wilde zijn eredienst in het openbaar kunnen belijden. Een deel van de katholieke stadsbevolking steunde de opstandelingen in het noorden en een ander deel was anti-calvinistisch en bleef trouw aan de Spaanse koning Filips II. Het stadsbestuur had zich eerder al uitgesproken als voorstander van de Unie van Utrecht, die in 1579 was gesloten, maar had het verdrag niet ondertekend.

Op 1 juli 1579 liep dit conflict uit op een regelrechte burgeroorlog. Aanleiding voor het conflict was dat een deel van het stadsbestuur zich formeel had aangesloten bij de Unie van Utrecht, op instigatie van Hendrik Agylaeus (1532-1595). Dit gebeurde tegen de achtergrond van grotere militaire dreiging: Maastricht was eind juni ingenomen door de Spanjaarden, en Bosschenaren vreesden dat zij het volgende doelwit waren. Formele aansluiting bij de Unie zou betekenen dat er een opstandig garnizoen in de stad werd gelegerd ter bescherming.

Die aansluiting werd op het bordes van het stadhuis door in het zwart geklede schepenen aangekondigd. Meteen barstten er rellen los tussen de leden van het calvinistische schermersgilde, die voor aansluiting waren, en hun katholieke tegenstanders. Er werden barricades opgeworpen, er werd geschoten vanuit huizen en er werden kanonnen aangevoerd. In de strijd kwamen 42 mensen om en 120 raakten er gewond.

Nadat de Staten van Holland op de hoogte waren gesteld van de aansluiting van ‘s-Hertogenbosch bij de Unie en hun vraag om garnizoenen gezien de Spaanse dreiging, stuurden ze twee vendels soldaten vanuit Den Briel. Deze werden echter toegang tot de stad geweigerd. Bovendien stond het stadsbestuur Bosschenaren die de stad wilden verlaten toe dit te doen en later terug te komen, als men dat wilde. Dit leidde tot een grote uittocht van, met name, gereformeerde inwoners, bang voor het nabij-gedachte Spaanse leger. Uiteindelijk trokken zo de Filips-getrouwe katholieken die in de stad bleven aan het langste eind en sloot 's-Hertogenbosch zich als een van de weinige Nederlands steden niet aan bij de Unie van Utrecht

Twintig jaar later schilderde Jan Roelofsz. van Diepenbeeck dit tafereel van de schietpartij in opdracht van het stadsbestuur. Het werd jaarlijks bij de herdenking van het oproer bij de gevangenpoort aan de markt opgesteld.

 

Bronnen

Koldeweij, A., In Buscoducis 1450-1629. Kunst uit de Bourgondische tijd te ‘s-Hertogenbosch. De cultuur van late middeleeuwen en renaissance, Maarssen/’s-Gravenhage, 1990.

Kuijer, P., ‘s-Hertogenbosch. Stad in het hertogdom Brabant, Zwolle/‘s-Hertogenbosch, 2000.

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 107.