Drie Wilhelminaparken

91awilhelminapark.jpg

Het Wilhelminapark in Tilburg. (Foto: Marc Bolsius, Erfgoed Brabant)

Alle rechten voorbehouden

Van oudsher was er in de steden nooit veel groen geweest, zeker niet voor recreatie. In de negentiende eeuw kwam er echter meer aandacht voor groen in de stad.

De ontmanteling van veel vestingwerken bood meer ruimte voor groen, en tegelijkertijd groeide het inzicht dat parken de leefbaarheid in de stad ten goede kwamen. Dat was na de sterke toename van het aantal inwoners in veel steden ook hard nodig. Zo kreeg Bergen op Zoom in 1886-1887 het Volkspark op de voormalige vestinggronden nabij het Ravelijn, in 1968 omgedoopt tot Anton van Duinkerkenpark. Korte tijd later legden werklozen in Breda op de vroegere wallen het Wilhelminapark aan.

De Bossche stadsmuren bleven goeddeels overeind omdat ze tevens als waterkering dienden. Maar ook hier werd aan de zuidkant van de stad op de wallen plaats ingeruimd voor een lommerrijk plantsoen, met een muziekkiosk en een ‘café du Plantage’ op het vroegere bastion Baselaar. Een wandeling langs Zuidwal en Parklaan, met majestueuze iepen beplant en met een riant uitzicht over de polders leidde naar het Wilhelminapark op het voormalige bastion Deuteren, het huidige Heetmanplein.

Leonard Antony Springer (1855-1940), tuinarchitect

Tuinarchitect Leonard Springer (1855-1940). (Foto: Anoniem, ca. 1900, Archief Eemland)

Tilburg had weliswaar nooit de beknelling van vestingwerken ervaren, maar aan het eind van de negentiende eeuw voelde men toch de behoefte om de stad met groen te verfraaien. Het resulteerde in de aanleg van – alweer – een Wilhelminapark. De aanhankelijkheid voor de jonge prinses, sinds 1898 koningin, kende in Brabant kennelijk nauwelijks grenzen. Het Tilburgse Wilhelminapark, vijf hectare groot, werd aangelegd op ‘de Veldhoven’, een van de kenmerkende driehoekige ruimtes in de stad, gelegen op de samenkomst van Veldhovenring, Gasthuisring en Goirkestraat.

Wilhelminapark Goirkestraat (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2012)

De straten en het park maken deel uit van een beschermd stadsgezicht. De driehoek rechtsonder is het Wilhelminapark. (Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2012)

Het ontwerp, waarin de romantische landschapsstijl werd afgewisseld met meer formele elementen, was van de hand van Leonard Springer (1855-1940), een van de belangrijkste tuinarchitecten die Nederland gekend heeft en die in Tilburg al eerder voor enkele textielfabrikanten gewerkt had. Hij liet in het park bijna 115 verschillende, veelal zeldzame bomen planten. Nu telt het Wilhelminapark ongeveer zeventig soorten, waarvan een kleine vijftig nog uit de tijd van Springer dateren.

Dat de Tilburgers het park ook echt als erfgoed koesteren, werd halverwege de jaren negentig duidelijk. Renovatieplannen voor het verloederde park riepen hevig verzet op. Pas toen de plannen waren bijgesteld in de geest van het oorspronkelijke ontwerp van Springer bedaarde het protest.  

 

Bronnen

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

Werkhoven, J., Van Raak, C. en Van Dusseldorp, W., Het Wilhelminapark van Tilburg, Oisterwijk, 2010.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 208.