Artikel

Een halskraag uit Roosendaal

Schuttersgilden maken deel uit van de Brabantse folklore, maar hun betekenis reikt verder dan dat. Eeuw na eeuw hebben ze een rol gespeeld in het maatschappelijk verband van Brabantse dorpen en steden.

Halskraag gilde van Sint Sebastiaan Roosendaal

De zilveren halskraag van het gilde van Sint Sebastiaan uit Roosendaal. (Bron: Anoniem, 1613, Rijksmuseum)

Het koningschieten was een van de belangrijkste tradities in de wereld van de schuttersgilden. Regelmatig, soms jaarlijks, soms ook eens in de twee of vier jaar, hielden de gildebroeders een onderlinge competitie. Samen schoten ze op een houten, vaak versierde vogel die bovenop de schutsboom stond of was bevestigd aan de kerktoren. Degene die het laatste stukje af schoot, mocht zich koning van het gilde noemen en werd dan geëerd met tromgeroffel en een vendelgroet.

Maar die eer was niet helemaal vrijblijvend. De koning werd geacht aan het gilde een zilveren schildje te schenken, waarop zijn koningschap stond gememoreerd. Die schildjes werden dan weer meegedragen in optochten en processies, bevestigd op een wapenrok of aan een halsketen.

Bij het gilde van Sint-Sebastiaan uit Roosendaal gebruikte men daarvoor een heel bijzondere halskraag. Het is een werkelijk fenomenaal stuk zilverwerk in de stijl van de renaissance, dat blijkens de ingeslagen stadsmerkteken is gemaakt door een Antwerpse zilversmid, van wie het meesterteken, een toren of een kasteel, nog niet geïdentificeerd is.

Hij bestaat uit vier stukken van tien tot vijftien centimeter breed die met scharnieren aan elkaar zijn bevestigd. De halskraag is aan de achterzijde versierd met trofeeën, pijlenkokers en handbogen. Verder zijn er slingers van bloemen en vruchten te zien met daartussen vier ovale cartouches met vrouwenfiguren, allegorieën van Geloof, Hoop, Liefde en Gerechtigheid.

Aan de voorzijde zijn de wapens aangebracht van Roosendaal en van Filips Willem van Oranje (1554 - 1618), de oudste zoon van Willem van Oranje (1533 - 1584). Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog werd deze als gijzelaar naar Spanje gevoerd en pas in 1596 kon hij naar de Nederlanden terugkeren. Daar werd hij als katholiek gewantrouwd. Na een stevige strijd met zijn halfbroers Maurits (1567 - 1623) en Frederik Hendrik (1584 - 1647) kreeg hij in 1609 een aantal Brabantse bezittingen uit het ouderlijk erfdeel terug.

portret Filips Willem van Oranje

Portret van Filips Willem van Oranje. (Bron: Johannes Pieter Arend, 1857, British Library)

In 1611 vaardigde Filips Willem als heer van Roosendaal een nieuwe "caerte" uit van het Sebastiaansgilde. Datzelfde jaartal staat samen met de namen van enkele gildeleden aan de binnenkant van de kraag gegraveerd. Het ligt dus voor de hand om te veronderstellen, zeker omdat het zo’n kostbaar stuk is, dat de kraag rond die tijd in opdracht van Filips Willem is vervaardigd als geschenk aan het gilde. De ingeslagen jaarletter C, die betrekking kan hebben op 1588/89 ofwel 1613/14 lijkt dat te bevestigen.

Na de opheffing van het gilde in de negentiende eeuw zal de halskraag, inclusief enkele aanhangende vogels en schildjes uit de zeventiende en achttiende eeuw, verkocht zijn. Sinds 1878 maakt hij deel uit van de collectie van het Rijksmuseum.

 

Bronnen

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

Janssen, Jette, De deugd van broederschap. Sociaal kapitaal van gildebroeders in de Noord-Brabantse schuttersgilden 1600-2000, Tilburg, 2009.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 124.

Alle rechten voorbehouden