De Biesbosch

Biesbosch

Kreek in het westelijke deel van de Biesbosch. (Foto: Caseman, 2006, Wikimedia Commons)

De Biesbosch was in de middeleeuwen een welvarend landbouwgebied met ongeveer vijftien boerendorpjes en veel water. Het werd beschermd door een ringdijk en stond toentertijd bekend als de Grote Waard.

Elisabethsvloed

In de nacht van 19 op 20 november 1421 vond de Elisabethsvloed plaats in het gebied van de Grote Waard. Door een zware noordwesterstorm met veel regen en een hoge waterstand van de rivieren, braken vele dijken door en overstroomde het gebied. 

Sint-Elisabethsvloed

De Sint-Elisabethsvloed. (Bron: Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen, ca. 1490-1495, Rijksmuseum Amsterdam)

Drie jaar na deze ramp, in de nacht van 18 op 19 november 1424, was er opnieuw een zware storm. Het gebied werd onbewoonbaar, waardoor de voormalige bewoners niet meer aan het herstel begonnen. In de daaropvolgende decennia veranderde het gebied van de Grote Waard in een binnenzee van 30,000 hectare.

Zee en rivieren bedekten het overstroomde gebied met klei- en zanddeeltjes waardoor land droog begon te vallen. De eerste planten die er gingen groeien waren biezen. Daaraan heeft het gebied zijn huidige naam te danken.

 

Natuurgebied

De Biesbosch is een bijzonder afwisselend natuurgebied met open water, natte polders, hooilanden, rietgorzen, wilgenvloedbossen en honderden diersoorten die er leven. Vroeger stonden er ook honderden hectaren griend. Ook de rietcultuur was belangrijk en vele mensen verdienden hun brood daarmee. De economische bedrijvigheid van riet en grienden is zo goed al verdwenen. De riet- en griendgebieden worden niet meer als voorheen onderhouden, hierdoor is door de jaren heen een verruigings proces op gang gekomen.

 

Biesbosch MuseumEiland

Het Biesbosch MuseumEiland besteed aandacht aan alle aspecten die met dit natuurgebied verband houden: de geschiedenis, de natuur en de economische en sociale aspecten.

 

Bronnen

Renes, J., West-Brabant: een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985.