Auteur: Jaap van der Molen
Geboortedatum: | Sterfdatum:

Pascasius Turcq

burgemeester in oorlogstijd

Detail Bergen op Zoom Roman Visscher kaart

Detail van de Roman-Visscherkaart met het stadsgezicht op Bergen op Zoom. (Bron: Pieter Hendriksz Schut, 1661, Brabant-Collectie, Tilburg University)

Pascasius Turcq (ook geschreven als Paschasius Turcaes) werd geboren in 1586, studeerde medicijnen in Leiden en promoveerde in 1607. Twee jaar later sloot hij zich aan bij de gereformeerde kerk in Bergen op Zoom en vlak daarna werd hij op 23-jarige leeftijd tot schepen benoemd. Van 1615 tot 1631 fungeerde hij als burgemeester “buiten de bank”; hij maakte geen deel uit van het schepencollege, had belangrijke bevoegdheden in bestuurszaken en was voorzitter van de magistraat.

Op zoek naar hulp

Vader Israel Turcq was in 1598 burgemeester geworden en de jonge Pascasius trad dus in diens voetsporen. Pascasius Turcq maakte naam doordat hij met succes leiding gaf aan Bergen op Zoom tijdens de belegering van de stad door het Spaanse leger in 1622. De stad hield stand, een wapenfeit dat Adriaen Valerius inspireerde tot het schrijven van het bekende geuzenlied “Merck toch hoe sterck”. Opperbevelhebber Spinola was al langer van plan geweest Bergen op Zoom in te nemen en van 18 juli tot 3 oktober belegerde hij daadwerkelijk de stad. Een jaar na het beleg heeft Lambertus de Rijke het verloop van de gebeurtenissen tot in detail beschreven, zodat we veel weten over de actieve rol van Pascasius bij onderhandelingen met de Staten-Generaal en de prins van Oranje.

Zo vertrekt Pascasius vijf dagen na het begin van de belegering naar de Staten-Generaal met het verzoek zo spoedig mogelijk maatregelen te nemen om de aanvoer van zowel munitie als financiën te waarborgen. Bovendien verzoekt hij de heren dat het leger van de vijand niet wordt bevoorraad door iemand van haar onderdanen. De “hooge moogende heeren Staten Generaal” hebben het verzoek ingewilligd en hebben zelfs een speciaal plakkaat uitgevaardigd met die strekking. Rooms-katholieke inwoners sympathiseerden inderdaad met Spinola; zij hadden zelfs enige tijd de poorten opengezet voor Spinola op de eerste dag van het beleg. Pascasius moest dus voorzichtig opereren, want hij kon niet rekenen op onverdeelde steun van de bevolking voor Oranje.

 

Terug in Bergen op Zoom

Wanneer hij op 27 juli terugkeert, brengt Pascasius verslag uit aan de magistraat. De heren Staten-Generaal stemmen met alle punten in die hij mondeling heeft overgebracht. Ook zal verder worden gewerkt aan de vestingwerken: met name het Noordfort bij de haven dat in verval was geraakt, zal worden opgeknapt. Het geld zal worden meegebracht door Nicolaes van der Meeren, burgemeester van Haarlem, en voor enige tijd afgevaardigde van de Staten Generaal in Bergen op Zoom. Deze arriveert dezelfde dag en hij kan het relaas van Pascasius bevestigen.

Twee weken later bezoekt Pascasius het leger van de prins van Oranje om verslag uit te brengen van het verloop van de belegering. Bij zijn terugkeer in de stad meldt hij de magistraat en de militaire leiding dat de prins zo tevreden is over de inzet van de stad dat hij een versterking van 2000 man toezegt en dat hij meer mannen zal sturen, als dat nodig is.

 

Grote verliezen

Omdat de stad vanuit zee bevoorraad kan worden en omdat de Spaanse troepen vanuit zee worden beschoten, mislukt de Spaanse belegering. Op 3 oktober trekt Maurits in triomf de stad binnen en maakt een definitief eind aan de strijd. Pascasius staat dan met de drossaard aan het hoofd van een delegatie van 85 officieren, magistraten en muzikanten die de bevrijder en zijn leger verwelkomt. Nog in 1895 beelden Leidse studenten de prinselijke intocht uit in een groots opgezette maskerade ter gelegenheid van vieringen rond het ontzet van Leiden.

Na afloop van de belegering blijkt dat het Spaanse leger van ongeveer 20.000 manschappen fors is uitgedund: ongeveer 5000 soldaten zijn gesneuveld en nog eens 2500 zijn gedeserteerd. Ook de stad heeft schade opgelopen. Zo hebben de kanonnen van Spinola diverse klokken vernietigd waardoor “t accoord van de clocken geheel is gebroken”. Vijf jaar na het beleg overlegt Turcq met Borgerhuysen, de klokkengieter van Middelburg, over het aanleveren van nieuwe klokken.

 

Moeilijke omstandigheden

Pascasius moest in moeilijke omstandigheden opereren. Niet alleen belegerde het Spaanse leger de stad, maar een deel van de bevolking sympathiseerde ook nog eens met de vijand. Bovendien was Brabant niet vertegenwoordigd in de Staten-Generaal, zodat steun van de landsregering vooral afhing van zijn onderhandelingen. Een samenvatting van zijn activiteiten geeft Van der Aa in het Biographisch woordenboek van Van der Aa: “Hij heeft krachtig medegewerkt tot bescherming dier stad en is herhaalde malen gebruikt in commissiën en zendingen, zoo naar den prins en de staten-generaal als naar de officieren, uitmakende den krijgsraad en naar elders”.

Dichter en drukker Samuel de Swaef schreef in 1627 een lofdicht ter ere van zijn daden tijdens het beleg.

 

Bronnen

Slootmans, C.J.F., Klokken, beiaard en beiaardiers te Bergen op Zoom vóór 1747, in: Sinte Geertruydsbronne (14), 1937, 1-23.

Van der Aa, A.J. e.a., Biographisch Woordenboek der Nederlanden. Achttiende deel, Haarlem, 1874, 245.

De Mooij, C., Geloof kan Bergen verzetten. Reformatie en katholieke herleving te Bergen op Zoom 1577-1795, Hilversum, 1998.

De Rijke, L., Bergen op den Zoom beleghert op den 18 Iulij 1622, ende ontleghert den 3 Octobris des selven iaers, Middelburg, 1623.