Voorbereiding spinnen

Kaardwolf

Kaardwolf of duivelmolen uit collectie TextielMuseum (Foto: TextielMuseum)

Voordat vezels kunnen worden gebruikt voor het spinnen gaat er nog een heel verwerkingsproces aan vooraf. Het TextielMuseum heeft een collectie kunst, design en industrieel erfgoed. Het erfgoed omvat onder meer machines en gereedschappen op het gebied van de textieltechniek in Nederland.

Voorbereiding spinnen

Voordat vezelachtige grondstoffen en dierlijke beharing geschikt zijn als spinstof zijn in de regel heel wat chemische en mechanische bewerkingen nodig. Dit verschilt van het soort en de kwaliteit van de grondstof. Deze bewerkingen gebeuren, voor wat betreft Nederland, al lange tijd grotendeels in het buitenland. De bewerking van vlasstro tot vlaslint, in de zogeheten vlasserij, gebeurde wel in Nederland, maar slechts een klein deel van de vlasoogst werd inlands verwerkt. Het grootste deel werd geëxporteerd. De opbrengst aan scheerwol in Nederland is bescheiden en bedraagt slechts een fractie van de verwerkte hoeveelheid in de spinnerijen en weverijen. De wolindustrie voorzag zich voor een belangrijk deel in zijn behoefte aan grondstof door import, grotendeels in de vorm van gereed garen. Wolspinnerijen gebruikten slechts in beperkte mate ruwe wol. De meeste import betrof gewassen en gekamde wol. Katoen is een importproduct. Het werd grotendeels ingevoerd in de vorm van garens. De katoenspinnerijen kregen hun grondstof in de vorm van gezuiverd katoen. Voor Nederland lag het milieueffect van het telen, maar ook het wassen en reinigen van de meest gebruikelijke textiele grondstoffen grotendeels en in toenemende mate in het buitenland. Binnenlandse recycling van textiel zoals bijvoorbeeld bij kunstwol levert een bescheiden herwinbaarheid op.

Voorbereiding spinnen

Schrobbelbanken, wolopener, handkaarde en kaardgarnituur uit collectie TextielMuseum (Foto: Textielmuseum)

Alle rechten voorbehouden

Wol

Het wolvlies van een enkel schaap kent vele fijnheden, krullingen, stapellengtes en kleuren. Na sortering volgt eerst het wassen, waarbij wolzweet en ongerechtigheden als zand en stof verwijderd worden. Een oude praktijk als het ruggewassen, waarbij de schapen met hun wolvacht in of met water werden gewassen, bood niet meer dan een eerste zuivering. Het wassen van de ruwe wol gebeurde lang in open, verwarmde kuipen waarbij aan het waswater ook bijtende stoffen als ureum zoals dat onder meer voorkomt in urine werd toegevoegd. Pas met de machinale wasserij kwam het tot een grondige reiniging, waarbij naast wolzweet ook de aanhangige vuilbestanddelen verwijderd worden. Het wassen gebeurde met water en zeep en eventueel soda, maar lange tijd ook met vluchtige oplosmiddelen als benzine en ether. Dit gebeurde in metalen bakken waarin de wol rondgedraaid wordt. In de twintigste eeuw kwam de zogenoemde Leviathan in gebruik, een aaneengesloten rij baden waar de wol mechanisch doorgevoerd wordt. Een volgende reinigingsstap is het carboniseren, waarbij met zwavel- of zoutzuur de klitten worden verwijderd. Dit gebeurde chemisch in open zuurvaste, gewoonlijk houten bakken. Na het zuurbad wordt de wol gecentrifugeerd (in speciale zuurvrije apparatuur) en gedroogd (met behulp van droogkasten, ook wel gekoppeld tot een batterij). Ook mechanisch ontklitten in een zogeheten pluismolen kwam voor.

Het ontvetten en ook nog het schoonmaken van de veelal verwarde wolvezels zonder deze aan te tasten was een delicate zaak. De verschillende behandelingen waren van invloed op het eindresultaat. Het zuurbad bij het carboniseren was een kwestie van gevoel en ervaring, de gebruiker van deze zuurvaste kruik met zwavelzuur moest niet alleen over een vaste hand beschikken maar ook zeer zorgvuldig met de dosering zijn.

 

Katoen

Katoen komt, ontpit en wel, in ineengeperste balen in de spinnerijen aan. Eerst moet de hard geworden inhoud van deze balen ontward worden tot een losse vezelmassa wat in de 20ste eeuw machinaal gebeurde met een walsen baalbreker of een zogeheten hopper baalbreker. Deze slaan tevens de korte vezels uit de katoen en zorgen voor een verdere reiniging. De zuiveringswerktuigen die in de loop van de twintigste eeuw in gebruik kwamen berustten op droge scheiding van de lichtere vezels met de zwaardere verontreinigingen op basis van soortelijk gewicht en werken met luchtdruk. Vervolgens verblijven de verschillende partijen in de regel eerst in de mengkamer om hun oorspronkelijke volume terug te krijgen. Vervolgens wordt de inhoud gemengd naar gelang de eisen van het te vormen garen. luchtdruk in gebruik. Een volgende stap behelst het uit elkaar halen en reinigen van de vezels. Dat gebeurde in de machinale spinnerijen met behulp van werktuigen in drie opeenvolgende stadia: de voor-openers, de openers en de slagwerktuigen. Vervolgens vindt het kammen plaats door middel van een kaardwerktuig. Eerst werd een walsenkaard algemeen hiervoor toegepast, die in de twintigste eeuw is verdrongen door het dekselkaard.

 

Bronnen

De Vooys, I. P., Textielnijverheid, Gorinchem, 1925.

Dijkmeijer, E., Textiel. Deel 1 Grondstoffen, Eindhoven, 1944.

Handels, A. J., De Grondstoffen der Textielindustrie, Doetinchem, 1935. 

Van Hoytema, S. A., Garen en goed, Deventer, 1917.

Van Paassen, W. J. C. en Ruygrok, J. H., Textielwaren ten dienste van vakscholen en van hen, die zich voor het manufacturenbrevet voorbereiden (diverse drukken).