Een collectie met een koloniaal verleden in Oudenbosch

Koloniale collectie Oudenbosch

Het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum in Oudenbosch (NVMO) bevat een fascinerende negentiende-eeuwse collectie etnografische objecten. Sommige van deze objecten zijn afkomstig uit inmiddels verdwenen culturen.

De Broeders van de Heilige Aloysius van Gonzaga - kortweg de Broeders van Saint Louis – begonnen hun onderwijsinstituut in Oudenbosch rond 1840. De oorsprong van de collecties lag in de tweede helft van de negentiende eeuw en een belangrijk deel was afkomstig uit de kolonies. Aangezien het bezit van deze gebieden destijds als een normaal verschijnsel werd beschouwd, was het inherent aan het aanschouwelijk onderwijs van de Broeders om de objecten uit deze kolonies te verzamelen en te tonen. 

Vanuit dit oogpunt zijn vier objecten interessant, omdat ze verschillende aspecten van het Westers kolonialisme belichten. Het ‘kardinaalskruis van de Witte Paters’ refereert aan de inzet van Europese christenen om slavernij door Arabieren in Afrika terug te dringen, het ‘medicijnbundeltje van Bunyoro’ is een relikwie van het oorspronkelijke geloof in duistere krachten, en de ‘patiëntenkaart uit het tropenhospitaal van Albert Schweitzer’ vertegenwoordigt de medische kant die verlichting bracht in de voormalige koloniale gebieden. Tenslotte geeft de ‘schoolverzamling van het Koloniaal Instituut’ een beeld over onze ‘overzeesche gebiedsdelen’ in ons eigen land begin twintigste eeuw.

 

Kardinaalskruis Carthago

Tot in het midden van de negentiende eeuw beschouwden Europeanen het Afrikaanse binnenland als onbekend, donker en mysterieus. Reizigers als Burton, Livingstone, Stanley en Emin Pacha openden een gebied voor de Europese mogendheden dat rijker was in grondstoffen dan men had vermoed en de grootmachten verdeelden het land onder elkaar.

Kardinaal Charles Lavigerie, aartsbisschop van Algiers, had oog voor andere aspecten dan geldelijk gewin. In 1868 stichtte hij een gemeenschap van missionarissen met het doel missiewerk te verrichten in Noord-Afrika, maar bovenal om te strijden tegen de onmenselijke slavernij door de Arabieren. Al snel werden zij bekend als de ‘Witte Paters’. De naam komt van de witte kleding die de paters droegen, in combinatie met een rode fez (chechia).  

In 1884 ontstond de samenwerking tussen de Witte Paters en de Broeders van Saint Louis. De Broeders namen de administratie van de Annalen van de Witte Paters op zich en bleven tot 1949 het werk van de Paters promoten. Door hun inzet groeide de belangstelling in Nederland voor het werk van de Witte Paters. Andersom stuurden de Paters voorwerpen terug naar Oudenbosch als beloning voor de gedane inspanningen. De huidige Afrika-collectie van het NVMO is grotendeels afkomstig van de Witte Paters en werd verzameld tussen 1885 en 1950.

Een van de pronkstukken is het erekruis dat kardinaal Lavigerie in 1889 schonk aan rector De Croes van Saint Louis en waarmee deze zich voortaan ‘ere-kannunik van Carthago’ mocht noemen. Op het emaillen hart van het kruis is een bisschop te zien staand tussen twee palmbomen; op de achterkant de spreuk ‘Primus Post Romanum Pontifice Archepiscopus – Maximus Totius Africae Metropolitanus’. Deze parafrase van een uitspraak van paus Leo IX (1002-1054) stelt dat de bisschop van Carthago, liggend in het huidige Tunesië, het geestelijke gezag had over de Nubische gebieden in Noord-Afrika. De uitspraak van Leo IX is terug te vinden op de muur van de door Lavigerie tussen 1884 en 1890 gebouwde kathedraal van Carthago.

Kardinaalskruis Carthago

De voor -en achterzijde van het kardinaalskruis van Carthago. (foto: 2016, Natuurhistorisch & Volkenkundig Museum Oudenbosch)

Alle rechten voorbehouden

Medicijnbundeltje van de Bunyoro

Zo’n eeuw geleden namen de Witte Paters uit het toenmalige Brits Protectoraat Oeganda een aantal objecten mee terug die men – als je niet beter wist – zou kwalificeren als ‘afval’. Een van de voorwerpen is een medicijnbundeltje van de in Oeganda levende Bunyoro. Dit amulet – het oogt als een katoenen propje uit de vuilnisbak van een ziekenhuis – is in een slechte staat, maar door de opening zijn onder meer stekels van een stekelvarken te zien. Dergelijke medicijnbuideltjes worden Borfimah of bole-fimah  genoemd. Ze bevatten ‘vreeswekkend materiaal’ als luipaardklauwen, mensenbeenderen, stukjes vlees, bloed en schorpioenschilden en worden verpakt in een leren buideltje van meestal antilopenhuid of kalebasschaal. 

De buideltjes hangen samen met het geloof in boze geesten en werden destijds vervaardigd door Oegandese medicijnmannen. In de juiste handen waren dit machtige voorwerpen, die bij rituele offers vaak nog besmeerd werden met bloed of niervet. Het openmaken van de buideltjes betekent de vernietiging van het object.

Een kwaadaardig want op boze geesten gebaseerd amulet als het medicijnbundeltje verzameld door de Broeders van Saint Louis strookte allerminst met het christelijke geloof. Echter, een dergelijk voorwerp zou zijn kracht verliezen na het belijden van Christus door de Afrikaanse stamleden. Daarmee veranderde het medicijnbundeltje eenmaal in Oudenbosch van een magisch naar een volkenkundig object. Tegelijkertijd verschilde het medicijnbundeltje van de Bunyoro weinig met Westerse geloofsopvattingen over zwarte katten, horoscopen en vrijdagen die op de dertiende van de maand vielen.  

Medicijnbundeltje van de Bunyoro

Medicijnenbundeltje dat Oegandese medicijnenmannen gebruikten voor de heling van patiënten. Dergelijke bundeltjes (Borfimah) bestonden uit 'vreeswekkend materiaal' als luipaardklauwen, stekelvarkenstekels en mensenbotten. (foto: 2016, Natuurhistorisch & Volkenkundig Museum Oudenbosch)

Alle rechten voorbehouden

Patiëntenkaart van Schweitzer 

Na zijn opleiding medicijnen te hebben voltooid begon de voormalige predikant, filosoof en Nobelprijswinnaar Albert Schweitzer (1875-1965) in 1913 een hospitaal in Lambaréné te Gabon, want hij wilde iets ‘zinvols’ met zijn leven doen. In zijn hospitaal kreeg elke patiënt een kaartje met een touwtje dat men om de hals of aan de kleding kon binden. Op het kaartje stonden de naam van de patiënt, de stam waartoe hij of zij behoorde en de ziekte waaraan hij of zij leed. De Gabonezen bewaarden die labels (sango’s) netjes en liepen soms jaren later vol trots weer het ziekenhuis binnen.

De patiëntenkaartjes kwamen in 2013 via de nalatenschap van Anneke Bloys van Treslong Prins, die een aantal jaar met Schweitzer werkte, in Museum Oudenbosch terecht. Zij staan symbool voor Schweitzers streven om verlichting te brengen in het lijden door ziekten en door bijgeloof in krachten van medicijnmannen en sjamanen, waarvan het eerdergenoemde medicijnbundeltje van de Bunyoro een exponent is. Volgens Schweitzer had de westerse beschaving een plicht had jegens Afrika om met hun verworvenheden waar mogelijk de omstandigheden van de Afrikanen te verbeteren. 

Patiëntenkaartje van Albert Schweitzer

Kaartje dat de patiënten kregen wanneer zij het tropenhospitaal van Albert Schweitzer bezochten in Gabon. (foto: 2013, Natuurhistorisch & Volkenkundig Museum Oudenbosch)

Alle rechten voorbehouden

Schoolverzameling van het Koloniaal Instituut

Het Koloniaal Instituut verspreidde rond 1900 producten uit Nederlandsch Indië en Suriname om de bekendheid van de koloniën groter te maken in Nederland. Deze zogenaamde ‘schoolverzamelingen’ bestonden voornamelijk uit landbouwproducten. De grondstoffen waren verpakt in gemiddeld 70 pillendoosjes en een twintigtal flesjes met vloeistoffen, plus nog zo’n dertig losse voorwerpen als gedroogde vruchten. Ze maakten Indië tastbaarder en aanschouwelijker in voornamelijk lager onderwijs. 

Ook het schoolinstituut van de Broeders van Saint Louis beschikte over zo’n uitgebreide collectie en waarvan nog een klein deel is bewaard gebleven. Deze producten waren enerzijds bedoeld om Indië tastbaar te maken voor de leerlingen, en anderzijds maakten zij de verzamelingen van de Broeders ‘grootsch en schoon’. Zo leerden de kinderen dat kratokbonen rauw giftig waren maar gekookt voedzaam, dat rijstdoppen gebruikt konden worden als veevoedsel en dat pluis van de stammen van boomvarens een prima bloedstelpend middel was.   

Schoolverzameling Koloniaal Instituut

Producten uit Nederlands-Indië en Suriname die het Koloniaal Instituut omstreeks 1900 onder Nederlandse scholen verspreidde. (foto: 2018, Natuurhistorisch & Volkenkundig Museum Oudenbosch)

Alle rechten voorbehouden

De wereld in Oudenbosch

Dankzij de contacten tussen de Broeders van Saint Louis met de Witte Paters is in Oudenbosch de wereld op een kleine locatie bijeenverzameld. De objecten geven een inkijkje in de complexe verhouding tussen Europa en de kolonies in Afrika en Indonesië. De kerngedachte van de Broeders om onderwijs aanschouwelijk te maken zorgt ervoor dat de hedendaagse bezoeker zich somtijds in de negentiende eeuw waant. De encyclopedische collectie past bij de brede interesses van de bezoekers van nu, terwijl de uitgebreidheid ervan mogelijkheden biedt voor verdieping.

 

Bronnen

Julien, P., Kampvuren langs de Evenaar: herinneringen aan tien jaar bloedonderzoek in West- en Centraal Afrika, Eindhoven, 1940.

Van Langen, T. J. (broeder Christoforus), Tussen windvaan en koepel : vertelsels over de Congregatie van Saint Louis, Oudenbosch 1840 - 1 Maart 1940, Den Haag, 1940.

'Annalen van de Witte Paters Missionarissen van Afrika', Oudenbosch, 1940.

Exman, E., De wereld van Albert Schweitzer, Den Haag, 1955.

Joy, C. R. en Arnold. M, Het Afrika van Albert Schweitzer, Amsterdam, 1950.

Rozing. D, en Diederen, H., Nederlands-Indië door de ogen van het verleden: de eerste aardrijkskundige fotoplaten van Nederlands-Indië, 1912-1913, Amersfoort, 2014.