Geboortedatum: | Sterfdatum:

Aigline de Girard de Mielet van Coehoorn

Jonkvrouwe en markante Rooienaar

Aigline Guileamette Raymondine Ermengarde Elisabeth de Girard de Mielet van Coehoorn

Portret van Freule Aigline De Girard de Mielet van Coehoorn door een onbekende fotograaf. (Bron: Collectie Jo van der Kaaij)

Alle rechten voorbehouden

Aigline Guileamette Raymondine Ermengarde Elisabeth de Girard de Mielet van Coehoorn werd geboren op 19 maart 1853 te Sint-Oedenrode op het slotje Henkenshage. Haar vader kocht het landgoed ongeveer twee jaar eerder, op 28 maart 1851. Toen was het nog een gebouw zonder verdieping, maar rond haar geboorte werd het gebouw ingrijpend verbouwd tot een neoromantisch kasteeltje. Dat was ongeveer een jaar nadat haar vader Jonkheer Pieter Jacob de Girard de Mielet van Coehoorn (1822 - 1871) en haar moeder Jonkvrouw Antonia Op ten Noort (1823 - 1904) trouwden in Utrecht.

Aiglinge woonde een tijdje samen met haar opa en oma nadat de ouders van Pieter Jacob introkken bij het gezin. Helaas voor Aiglinge stierf op 8 januari 1871 haar oma Jonkvrouw Elizabeth Wilhelmina de Bije (1795 - 1871). Nog datzelfde jaar moest ze afscheid nemen van haar vader. Hij stierf op 13 december 1871. En op 5 juli 1872 overleed haar opa Jean Philippe, Baron de Girard de Mielet van Coehoorn ( 1794-1872). Ze had alleen haar moeder nog. Veel leden van de familie vonden hun rust op de familiebegraafplaats aan de Oude Grintweg te Oirschot.

Kasteel Henkenshage

Het poortgebouw van kasteel Henckenshage met ophaalbrug en ronde toren. (Foto: Gerard Dukker, 1968, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Haar jeugdjaren

Aigline groeide op in een nogal roerige tijd. Pieter Jacob was een trotse man. Zo was hij in 1841 page van de Prinses van Oranje, de latere koningin Sophie, vrouw van koning Willem III. Hij werd echter ontslagen, omdat hij weigerde haar een voetenbankje te geven. Hij vond zijn afkomst te hoog om dat te doen en gaf de opdracht aan een lakei. Daarna werd hij luitenant bij de marine en later sluit hij zich aan bij een evangelische sekte. Hij kon zich volstrekt niet verenigen met de plaatselijke predikant, ds. Johannes Buddingh, en luisterde liever naar zijn eigen huiskapelaan de heer Arend Mooij (1832-1915).

Samen met zijn huisknecht Damen legde Mooij bezoeken af in de omgeving en menig boer schaarde zich onder het gehoor van de huiskapelaan. En Pieter Jacob zette de kasteeldeuren wijd open voor iedereen naar Mooij wilde luisteren. Aan haar vader werd toegeschreven dat hij een ‘kolonie van uitverkorene’ wilde stichten. Predikant Buddingh sprak smalend over het ‘Werfdepot Coehoorn’.

Voor Aigline moet het wel gezellig tijd zijn geweest. Ze speelde met de kinderen van de boeren die naar de kapelaan kwamen luisteren. Zo ook met de kinderen van wiens ouders ze waarschijnlijk onderwijs genoot. Dit waren o.a. Ds. Witteveen (1815-1885), onderwijzer later evangelist, Arend Mooij, de evangelisten Rietbergen en Klaarhamer, Wijnand Vlietstra en Pieter Johannes Israël, hij huwde met Elisabeth Jacoba de Girard de Mielet van Coehoorn, zuster van haar vader.

In 1873 bouwde de familie van Coehoorn voor de Evangelische Gemeente een huis met kerk in het Kofferen. Al snel ging het snel bergafwaarts met het “kerkske”, zoals het in de volksmond werd genoemd. wat later werd het gebouw gebruikt als woning en borstelmakerij voor Bernard de Jonge.

Achterkant van het Kerkske Collectie Jo van der Kaaij

Achterkant van het "Kerkske" door een onbekende fotograaf. (Foto: Collectie Jo van der Kaaij)

Op naar volwassenheid

Oudere inwoners van Sint-Oedenrode die nog gediend hebben op het kasteel wisten nog te vertellen dat de jonkheren van kasteel Heerenbeek en hun vrienden uit Oirschot regelmatig een bezoek brachten aan de freule om haar het hof te maken. Zelfs Wilhelmke van der Hagen, eigenaar van de melkfabriek op de Markt, dong naar haar hand. Maar van hem moest ze niet zoveel hebben. Wanneer het haar niet gelegen kwam kreeg de dienstmeid de opdracht om de ophaalbrug op te halen en de toegangspoort te sluiten.

De freule was zeer geliefd bij de inwoners van Sint-Oedenrode. Graag ging zij geregeld een kopje koffie drinken bij Jan Hendrik Damen en zijn vrouw Maria Anna Christina Lamm die in de Eerschotsestraat woonde. Dat deed ze vaak samen met de leden van de kleine Hervormde Gemeente.

Gymnastiekvereniging Oefening Staalt Spieren Sint-Oedenrode

Gymnastiekvereniging Oefening Staalt Spieren Sint-Oedenrode met de freule vastgelegd door een onbekende fotograaf. (Foto: Collectie Jo van der Kaaij)

Alle rechten voorbehouden

Henkenshage verkocht

Op 1 november 1904 kwam tot Aiglines grote verdriet haar moeder te overlijden. In afwachting van de boedelbeschrijving werd het kasteel verzegeld. Notaris de Rooij kreeg de taak een complete boedelinventaris op te maken. Schatters totale waarde op f 3.264,20. Aigline werd in het bezit van de geïnventariseerde zaken gelaten onder de verplichting ze op te leveren zodra zulks gevorderd mocht worden.

Henkenshage moest uiteindelijk worden verkocht. Het was erg verwaarloosd en in verval geraakt. Theodoor van Gulick, een fabrikant uit ’s-Hertogenbosch, kocht het nog datzelfde jaar en liet het restaureren.

 

Haar huwelijk en dood

Na de dood van haar moeder in 1904 en de verkoop van Henkenshage moest Aigline verhuizen. Ze kocht op 11 november dat jaar een woning op de Markt (nu Markt 8) voor f 9.500, - van Gerard Anderegg arts te Sint-Oedenrode.

Op 8 april 1907 trad ze in het huwelijk met de Friese heer Samuel Hendrik Manger Cats (1853-1908). Zij had hem waarschijnlijk op Huize Den Berg te Sint-Oedenrode ontmoet waar hij volgens de bevolkingsregister in 1906 woonde bij de dames Lehnkering. Het huwelijk duurde niet lang, want nog geen jaar later, op 6 februari 1908, overleed Samuel.

Wegens de excentrieke leefwijze van de freule, haar veelbesproken feesten en giften aan de armen, was zij gedwongen haar statige pand aan de Markt te verkopen. De latere burgemeester van Sint-Oedenrode, Jonkheer van Rijckevorssel van Kessel kocht het huis in 1919. Daarna trok ze in bij Karel Willem Damen en zijn vrouw Geerdina Francisca Damen op Huize Den Berg A 33. 

Op 24 mei 1921 kreeg Aigline een huurcontract aangeboden voor een middenstandswoningen op de Lindendijk A 398. De financiële problemen bleven haar ook daar achtervolgen. Op 17 november 1921 ontving ze een schrijven van de gemeente Sint-Oedenrode om haar mede te delen, dat dankzij het niet nakomen van de verplichting om huur te betalen de gemeente het huis aan een ander gaat verhuren. Gelukkig vond ze woonruimte bij Carolus Heugten zadelmaker en herbergier van Hotel de Keizer met huisnummer A 86 op de Markt.

Freule Aigline de Girard de Mielet van Coehoorn met bedienden en auto

Freule Aigline de Girard de Mielet van Coehoorn met auto en personeel, waaronder een chauffeur. (Foto: Onbekend, Collectie Jo van der Kaaij)

Einde van een markant leven

Op 19 juni 1925 was de vrouw van de zadelmaker en herbergier, Johanna van den Hurk, in paniek. Ze rende naar buiten en vroeg aan eene vroegere bediende van Aigline, of zij niet even met haar naar de freule wil gaan kijken die al enige dagen ziek te bed lag. Nieuwsgierig als Marie was, ging ze mee naar de slaapkamer en zag daar Aigline in bed liggen. Zonder pruik maar wel met een slaapmutsje op. De freule reageerde niet meer.

Marie spoedde zich naar de dominee om dat te vertellen. De dominee beloofde aan Marie om zo snel mogelijk naar de freule te gaan. Marie ging nog vlug een paar boodschappen doen en toen ze terugkwam bij de woning zag ze tot haar grote verbazing kapelaan Lamers naar buiten komen. De freule was immers heel haar leven protestants.

Marie haastte zich weer naar de dominee, die daarna spoorslags Aigline ging opzoeken. Terugkomende van zijn bezoek vertelde de dominee aan Marie dat het inderdaad waar was dat kapelaan Lamers bij haar sterfbed was ontboden en dat zij katholiek was geworden. Marie reageerde: ”als dat waar is dan is mijn geloof nog geen twee centen waard. Iemand die buiten kennis is kan toch niet overgaan op een ander geloof?"

Aigline overleed dezelfde dag op 19 juni 1925. Doordat zij in haar laatste levensjaren van het een naar het ander trok waren haar mooie meubels en andere spullen geleidelijk verdwenen, zodat zij in kommervolle omstandigheden overleed.

Al spoedig kwamen enkele familieleden opdagen om de begrafenis en andere zaken te regelen. De familie besloot om haar te begraven op het kerkhof van de Hervormde Kerk bij de Knoptoren, ondanks haar ‘bekering’ op het sterfbed. Het bestuur van de parochiekerk liet een mis opgedragen voor haar zielenrust. De freule was ten slotte zeer geliefd bij het merendeel van katholieke inwoners van Sint-Oedenrode. Zelfs een bidprentje werd uitgegeven om als bewijs te dienen dat ze op haar sterfbed katholiek was geworden.

Freule Aigline de Girard de Mielet van Coehoorn met Dora Raijmakers (l) en Heintje Verhagen (r)

Freule Aigline de Girard de Mielet van Coehoorn met Dora Raijmakers (l) en Heintje Verhagen (r) gefotografeerd door een onbekende fotograaf. (Foto: Collectie Jo van der Kaaij)

Henkenshage anno 2019

Sinds 1998 is Henkenshage een locatie voor evenementen. Het romantische kasteel met muren en kantelen, gracht, ophaalbrug en toegangspoort is een geliefde trouwlocatie. Aigline zou er zich zeker thuis voelen en wie weet doet ze dat wel. Zonder dat de bezoeker het merkt waard ze misschien nog rond in het door haar zo geliefde Henkenshage.

 

Bronnen

BHIC, Gemeentebestuur Sint-Oedenrode 1811-1933, toegang 7634.

BHIC, Gemeentelijk Kadaster Sint-Oedenrode 1832-1971, toegang 7739.

BHIC, Notariële akten Sint-Oedenrode, 1642-1935, toegang 7637.

BHIC, Nederlandse Hervormde Gemeente Sint-Oedenrode, 1649-1978, toegang 7646

BHIC, Maatschappij van Welstand in Breda en Eindhoven, 1822-1990, toegang 212, inventarisnr. 162,

De Vries, W., 150 jaar Welstand, Tilburg, 1972, 258-272.

Brock, A., Beschrijving der Vrijheid Sint-Oedenrode, Sint-Oedenrode, 1832, deel I, 42, 56, 57, 136, 155, 162, deel II 3, 35, 38-40, 46, 92, 94, 126, 180.

Donkers, T., "Zendingsgemeente Sint-Oedenrode", in: Heemschild (jrg. 52, nr. 1), 2018, 1-10.

Van Houtum, H., "Weet u nog? Rooi rond 1500", in: Heemschild (jrg. 15, nr. 3), 1981, 41-60, 58.

Van Esch, A., "De Corridor", donderdag 15 oktober 1992.

Van Lieshout, B., "'Eene buitenplaats genaamd Henkenshagen', twee eeuwen wel en wee", in: Heemschild (jrg. 37, nr. 1), 2003, 1-21. 

Van Genugten-Habraken, T., "De Girard de Mielet van Coehoorn in Sint-Oedenrode Deel I & II", in: Heemschild (jrg. 37, nr. 2), 2003, 1-49.

Van Genugten-Habraken, T., "De Girard de Mielet van Coehoorn in Sint-Oedenrode Deel III", in: Heemschild (jrg. 37, nr. 3), 2003, 57-76.

Van Esch, A., "De begraafplaats van de familie De Girard de Mielet van Coehoorn", in: Heemschild (jrg. 42, nr. 1), 2008, p. 5-14.

Van Genugten-Habraken, T., "De begraafplaats van de familie De Girard de Mielet van Coehoorn - aanvulingen", in: Heemschild (jrg. 42, nr. 2), 2008, 55-58.