Een Bata-man uit Best in het buitenland

Batadorp bij Best in 1939. (Bron: Wikimedia Commons)

Batadorp bij Best in 1939. (Bron: Wikimedia Commons)

Veel mensen die in Best wonen hebben interessante verhalen over hun tijd bij de Bata in Best. Kenmerkend daarbij is dat de verhalen meestal beginnen met de plaats of streek waar ze vandaan komen en de reden waarom ze het avontuur met Bata aangingen. Want Bata haalde zijn personeel uit vele windstreken en bood hen in Best een woning en kans op een beter bestaan. Maar het kan ook anders. Jan van Griensven vertegenwoordigde Bata jarenlang in Afrikaanse landen en in Azië.

Na de Mulo ging Jan in 1960 bij Bata werken. Vanwege zijn opleiding kwam hij eerst in de boekhouding, maar daar vond hij zich niet geschikt voor. Omdat hij ook graag tekende (hij maakt nu nog prachtige schilderijen) kwam hij op de modelafdeling. Na een toelatingsexamen voor het Bata-Internaat volgde hij twee jaar de opleiding en begon, nu geschoold, op de modelafdeling. Militaire dienst onderbrak zijn werkzaam leven. In die tijd was de werkgever echter verplicht de werknemer weer in dienst te nemen, als de diensttijd erop zat. Maar er was geen baangarantie. Jan werd een baan aangeboden als Arbeidsanalist in de afdeling Costing en Calculatie waaronder de afdeling Arbeidstechniek was ingedeeld. De opleiding daarvoor werd intern mede door bureau Beerenschot en de LOI gegeven. En zoals wel meer gebeurde bij grote bedrijven: de jeugd vond de carrière-ontwikkeling te langzaam gaan en verkaste van werkgever, om enkele jaren later met nieuwe eisen een “carrière-sprong” te maken bij het bedrijf waar men vertrokken was. Jan ging werken bij Swift Schoenen in Nijmegen om onder andere arbeidstechniek in de stikkerijen toe te passen en hierdoor de werkmethodes te verbeteren en de productiviteit te verhogen.

In 1966 keerde Jan terug bij Bata. En omdat hij inmiddels ook al enige tijd verkering had met Nelly Kastelijn werd er ook naar een huis gevraagd. En dat werd toegezegd. Een huis in het Wilhelminadorp. Het Wilhelminadorp was voor een groot deel met geld van Bata gebouwd. In 1966 trouwden ze en nog geen jaar later werd hem gevraagd om in de moderne fabriek in Gwelo, Rhodesië (nu Gweru, Zimbabwe) een afdeling Arbeidstechniek op te zetten en de afdeling Costing en Calculatie te optimaliseren en tevens de productieprocessen te verbeteren. Jan en Nelly hadden wel zin in zo’n avontuur en vertrokken.

Jan van Griensven. (Foto: Jan van Griensven)

Jan van Griensven. (Foto: Jan van Griensven)

Alle rechten voorbehouden

Internationaal netwerk wordt opgebouwd.

Als je eenmaal hoorde bij de “uitgezonden werknemers” gingen er meer deuren open, kon je je talenten beter ontwikkelen: je werd minder gehinderd door de hiërarchie die wel eens vertragend en frustrerend kon werken. Er werd een American Management opleiding aangeboden waar Jan met goed gevolg deel aan nam. Er werden internationale Production Efficiency-cursussen gevolgd en Costing en Efficiency meetings georganiseerd waar Jan Bata-collega’s uit de hele wereld ontmoette. Ervaringen werden uitgewisseld die weer tot verbeteringen leidden in de fabriek in Rhodesië.

In 1969 was zoon Jim geboren en was Nelly wat meer aan huis gebonden, maar ze had wel een vriendinnenclub met vrouwen van Europese werknemers.

Jan volgde een hogere management cursus in Johannesburg, maar die werd onderbroken door het verzoek van het hoofdkantoor om een Advanced Management-cursus te volgen georganiseerd door Bata op het hoofdkantoor in Toronto. Ook werden cursussen gevolgd op de McMaster University in Hamilton, Ontario, Canada.

Eenmaal daarvan terug werd hij gevraagd een schoenenfabriek (één lopende band) op Mauritius (een eiland in de Indische Oceaan) op te zetten. Bata had aldaar een nieuwe fabriek gebouwd om de capaciteit van de bestaande productie te verhogen en mede duizend paar lederen schoenen per dag te gaan produceren.

Met de lay-out en benodigde aantal mensen en machines en dergelijke voor deze nieuwe fabriek was Jan al veel eerder betrokken, vandaar nu de vraag om de voorstellen mede te komen implementeren. Inmiddels was de bouw klaar, mensen opgeleid, machines en dergelijke aangekocht en geïnstalleerd als voorgesteld. Hiervoor moest hij meerdere malen naar dit prachtige eiland. Jammer genoeg zonder zijn vrouw Nelly die het aldaar zeker genoten zou hebben. Uiteindelijk werden de beoogde resultaten bereikt tot tevredenheid van de directie in Mauritius en het Regio Management.

Jammer dat Jan jaren na zijn vertrek bij Bata te horen kreeg dat Bata de productiefabriek in Mauritius had gesloten. Men heeft zich inmiddels geheel gericht op de verkoop van schoeisel en accessoires met in totaal tien winkels verspreid over het eiland.

Terug in Rhodesië werd Jan productiemanager van de Looierij, Schoenenfabriek en Rubberfabriek. Per dag werden er zesduizend tot achtduizend paar leren schoenen, twintigduizend paar canvas schoenen met rubber zolen, slippers maar ook duizend paar laarzen, daarnaast tweeduizend plastic en houten slippers geproduceerd. Allemaal bestemd voor de lokale markt en export naar Zuid-Afrika. De fabriek had een eigen ontwerpafdeling, maar de topontwerpers van de Bata organisatie kwamen regelmatig bijeen om ideeën uit te wisselen en men ging ook naar beurzen, onder andere in Milaan, om op de hoogte te blijven van de modetrends.

De fabriek stond in hoog aanzien bij de Rhodesische autoriteiten en werd vereerd met een bezoek van de toenmalige premier van Rhodesië Ian Smith en zijn vrouw.

 

Ian Smith (1919-2007)

In april 1964 werd de Rhodesische premier Winston Field (1904-1969) afgezet. Smith volgde hem op als premier. Harold Wilson (1916-1995) van de Britse Labour Party was niet blij met Smith als Zuid-Rhodesisch premier, omdat hij weigerde de macht zonder verkiezingen over te dragen aan ongekozen "leiders" zoals Robert Mugabe van Zanu PF of aan Joshua Nkomo. Beiden hadden zichzelf uitgeroepen tot leiders van hun stam, terwijl ze de gekozen Chiefs negeerden.

Ian Smith, Dieter Hocke, Jan van Griensven, L. Gysie, Mevr. Smith. (Foto: Jan van Griensven)

Ian Smith, Dieter Hocke, Jan van Griensven, L. Gysie, Mevr. Smith. (Foto: Jan van Griensven)

Alle rechten voorbehouden

De herhaaldelijk afgebroken besprekingen tussen Groot-Brittannië en Smiths Rhodesisch Front-regering liepen vast en op 11 november 1965 riep de regering-Smith eenzijdig de onafhankelijkheid uit. De eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring werd noch door de Britten, noch door andere landen (behalve Zuid-Afrika) erkend. Direct na de onafhankelijkheidsverklaring volgde een internationale boycot van Rhodesische producten en ook volgden er sancties. Desondanks konden Smith en zijn witte regering vrij gemakkelijk standhouden, mede doordat buurlanden Zuid-Afrika en de Portugese kolonie Mozambique gewoon handel dreven met Rhodesië. Japan en Frankrijk trokken zich evenmin iets aan van deze boycot.

 

Bata vraagt teveel

Door het succes in Rhodesië en Mauritius deed de directie van Bata Afrika het voorstel aan Jan om Company Manager te worden van de fabriek in Bangladesh. Jan liet schriftelijk vastleggen dat, als na een oriënterend bezoek aan Bangladesh, de omstandigheden het werk en gezinsleven te zeer zouden bemoeilijken dat hij dan terug zou keren naar Nederland. Ook gezien de kritieke omstandigheden in Rhodesië in die jaren. Er ontstonden uit de al bestaande zwarte nationalistische partijen guerrillalegers die vanuit andere Afrikaanse landen aanvallen uitvoerden op boerderijen van witte boeren. De plattelandsbevolking werd geïntimideerd en geïndoctrineerd en regelmatig bedreigd door beide terreurgroepen van Mugabe en Nkomo. Als waarschuwing tegen het samenwerken met de Rhodesische regering werden mensen levend verbrand in hun hutten of werden er lippen en oren afgesneden. Er ontstond een terreuroorlog in Rhodesië.

Het was niet veilig meer in het land. Eerst moest Jan enige tijd Interim Productiemanager zijn in de fabriek in Bangkok. Dat duurde bijna een half jaar.

Jan en Nelly gingen zich daarna oriënteren in Bangladesh. De armoede, de slechte infrastructuur, de behuizing en vooral het feit dat zoonlief naar een internaat zou moeten (kinderen van vrienden hadden op een internaat in Engeland gezeten en hebben dat later hun ouders zeer kwalijk genomen) deed Nelly besluiten zich daar niet te vestigen.

Eind 1977 ging Nelly en Jan terug naar Nederland en liet hij via het Regionaal Management in Azië Bata weten geen Company Manager in Bangladesh te willen worden. Regionaal Management en het hoofdkantoor in Toronto waren zeer ontstemd en namen geen enkele maatregel om een passende baan in Nederland te regelen.

Echter het Regionaal Management in Europa (Parijs) bood Jan aan Company management van de fabriek in Maryport (aan de Schotse grens) te worden, maar Jan weigerde. Bij toeval had hij gehoord dat de vorige directeur in Maryport vermoord was.

Eenmaal terug in Nederland zijn de banden met Bata verbroken. Jan heeft nog 24 jaar met plezier gewerkt bij PLM Glasindustrie in Dongen.

Ondanks de manier waarop Bata en Jan uit elkaar zijn gegaan is hij terecht trots op zijn carrière bij Bata. In de bloei van zijn leven heeft hij voldoening gehaald uit veel en hard werken. Jan en Nelly hebben op hun nuchtere manier deelgenomen aan het sociale leven in Afrika en tot op heden onderhouden zij vriendschappen met oud collega’s uit de Rhodesië tijd. Hun rijk gevulde fotoalbums geven daarvan vele voorbeelden.

 

Bronnen

Gesprekken met Jan van Griensven