De cijnsboeken van Helmond

De hertog van Brabant of de edelen aan wie hij grond in leen had gegeven leefden van de opbrengsten van die grond. In ruil voor het gebruik hiervan inden zij elk jaar een vergoeding, een zogeheten cijns.

Deze cijns kon in geld betaald worden, maar uit de oude tijden dateerden ook nog cijnzen die in natura werden betaald, een hoeveelheid graan bijvoorbeeld of wat kapoenen (gecastreerde hanen). De meeste van die cijnzen rustten voor altijd op de grond en konden niet worden afgelost. In cijnsboeken noteerden de rentmeesters nauwkeurig wie allemaal een jaarlijkse cijns verschuldigd waren en of zij die bedragen ook naar behoren betaalden. Zo gebeurde dat ook in opdracht van de heer van Helmond die in 1314 door ruil met de hertog in bezit was gekomen van het recht om cijnzen te heffen in maar liefst twintig dorpen, merendeels in het kwartier Peelland. Van Middelrode tot Someren, van Liempde tot Deurne.

 

Bronnen

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

Van Uytven, R. (red.), Geschiedenis van Brabant, van het hertogdom tot heden, Zwolle, 2004.

Welings, Y., Van der Heijden, C. en Sanders, J., Hoenen en kapoenen. Gids van cijnsregisters betreffende Noord-Brabant, 14de-20ste eeuw, ‘s-Hertogenbosch, 2000.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. Van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 47.