Het sacrament van Niervaart

Het retabel met daarop de lotgevalen van de wonderhostie van Niervaart. (Bron: Stedelijk Museum Breda)

Het retabel met daarop de lotgevalen van de wonderhostie van Niervaart. (Bron: Onbekende kunstenaar, omstreeks 1535, Stedelijk Museum Breda)

Sinds enkele jaren is het zestiende-eeuwse altaarstuk (retabel) van Niervaart weer terug in de Grote Kerk van Breda. Het vertelt zowel het verhaal van het wonderbaarlijke Sacrament van Niervaart als van de ups en downs in de waardering voor zulk religieus erfgoed.

Eeuwen eerder had het hier ook gestaan, maar tijdens de Beeldenstorm van 1566 raakte het ernstig beschadigd. Sommige panelen gingen verloren, andere maakten lange omzwervingen via het stadhuis, schuilkerken en musea. In 2006 besloot het Stedelijk Museum Breda het retabel − gereconstrueerd naar de oorspronkelijke toestand − weer op te stellen in de Grote Kerk.

Naarmate de laat-middeleeuwse vroomheid opbloeide, gingen op allerlei plaatsen verhalen rondzingen van wonderbaarlijke gebeurtenissen die zich daar hadden voorgedaan. Die verhalen zetten op hun beurt weer een stroom van bedevaartgangers in beweging. Zij verwachtten op zo’n plek het heilige te ervaren, wilden een aflaat verdienen of hoopten op genezing van een kwaal.

Er waren in het noorden van Brabant tientallen van dergelijke plaatsen, maar sommige staken met kop en schouder boven andere uit. Een daarvan was het dorp Niervaart in het noordwesten van Brabant, waar nu Klundert ligt. Rond het jaar 1300 had iemand er bij het graven in het veen een hostie gevonden die bij aanraking begon te bloeden. Dergelijke wonderen rond hosties en miswijn deden zich destijds op diverse plaatsen voor. De verering van het Heilig Sacrament (de Eucharistie) had vanaf de dertiende eeuw een hoge vlucht genomen en kennelijk bestond er behoefte om het mysterie van de lijfelijke aanwezigheid van Christus in brood en wijn tijdens het misoffer te bewijzen en tastbaar te maken.

Toen het water na de Sint-Elisabethsvloed steeds verder naar het zuiden kwam en ook het dorp Niervaart bedreigde, werd de wonderbaarlijke hostie in 1449 overgebracht naar Breda, waar hij onderdak kreeg in de Grote Kerk. Vanaf 1463 bevorderde een broederschap de verering van het Sacrament van Niervaart. Dat gebeurde onder meer met een jaarlijkse processie op de zondag voor Sint-Jan, 24 juni, en vanaf de zestiende eeuw ook met de jaarlijkse opvoering van een mirakelspel over het Sacrament van Niervaart, het oudste middeleeuwse mirakelspel in Nederland waarvan de tekst is overgeleverd.


Omstreeks 1535 moet de broederschap opdracht hebben gegeven voor de vervaardiging van het retabel dat op het sacramentsaltaar zal hebben gestaan en dat als in een strip vertelt van de lotgevallen van de wonderbaarlijke hostie. De opdrachtgevers hebben midden onder ook zichzelf laten afbeelden. De wonderhostie zelf is verloren gegaan, vrijwel zeker bij de Beeldenstorm van 1566, waarbij ook het retabel beschadigd raakte.

 

Bronnen

Caspers, C., “Breda, sacrament van Niervaart” in: Caspers, P. en Wingens, M., Bedevaartsplaatsen in Nederland, II, Provincie Noord-Brabant, Hilversum, 1999.

Van Leeuwen, W., De 100 mooiste kerken van Noord-Brabant, Zwolle, 2012.

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, 's-Hertogenbosch, 2014.

Van Uytven, R. (red.), Geschiedenis van Brabant, van het hertogdom tot heden, Zwolle, 2004.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, 's-Hertogenbosch, 2014.