Een glazen kanon

De inname van Breda (bron: Rijksmuseum)

Een kanon is natuurlijk een uitstekend symbool voor de Tachtigjarige Oorlog. In Breda vond men een glazen kanon als herinnering aan een van de meest spraakmakende verhalen uit de Brabantse geschiedenis.

Een glas als dat uit Breda kun je niet neerzetten: als ze gevuld worden moeten ze dus in één teug worden leeggedronken. ‘Drinkuit’ worden ze dan ook genoemd. Ze passen in de overmoedige en luidruchtige sfeer van drinkgelagen en drinkliederen, waar men zich in de zestiende eeuw bij thuis voelde.

Dit glazen kanon werd bij archeologisch onderzoek opgediept uit een beerput in de Catharinastraat in Breda. Dit exemplaar van maar liefst veertig centimeter is echter veel groter en zwaarder dan andere drinkuiten. Het Bredase kanon zal daarom eerder een siervoorwerp zijn geweest. Een waar pronkstuk van de glasblazer en zonder twijfel heel kostbaar.

Portret van Charles de Héraugière (bron: Rijksmuseum)

Portret van Charles de Héraugière. (Bron: Anoniem, 1590, Rijksmuseum)

Het bijzondere van deze vondst is dat het glas met zekerheid kan worden toegeschreven aan zijn vroegere eigenaar. In de tijd dat het gemaakt moet zijn, rond 1600, werd het grote huis in de Catharinastraat waar de beerput bij hoorde, bewoond door Charles de Héraugière (1556-1601).

Zijn naam is voor altijd verbonden aan de list met het Turfschip waardoor Breda in 1590 werd ingenomen door Staatse troepen, een gebeurtenis die tot de canon van de Tachtigjarige Oorlog behoort. De Héraugière was de aanvoerder van de 75 soldaten die in het ruim van de turfschuit van Adriaen van Bergen (1552-1601) de vesting Breda binnengesmokkeld werden. Hierna wisten zij redelijk eenvoudig de bezetting van het kasteel te overrompelen. Van Bergen, de bedenker van de list, had op het laatste moment besloten niet mee te gaan.

De inname van Breda (bron: Rijksmuseum)

De inname van Breda. (Bron: Bartholomeus Willemsz. Dolendo, 1619, Rijksmuseum)

De verrassende, schijnbaar moeiteloos bevochten val van Breda was voor de Republiek een opsteker van jewelste. De stadhouder en kapitein-generaal, prins Maurits (1567-1625), trok een dag later met een grote troepenmacht Breda binnen. Ook voor hem was het een belangrijke overwinning. Het was namelijk zijn eerste grote succes als veldheer. Dat hij als Nassau-telg het vaderlijk erfdeel weer heroverde, gold natuurlijk evenzeer als een grote morele overwinning.

De Héraugière werd voor zijn aandeel beloond met een aanstelling als gouverneur van Stad en Land van Breda. In het Rijksmuseum wordt een portret van hem bewaard. Om zijn hals draagt de gouverneur een keten met daaraan een gouden penning, die de Staten-Generaal hadden laten slaan om de inname van Breda te gedenken. Het Noordbrabants Museum en het Breda’s Museum hebben in hun collectie ook een exemplaar van deze penning.

 

Bronnen

Kolman, C. e.a., Noord-Brabant, Zeist, 1997.

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 112.