Kasteel Bouvigne

2010-05-15-breda-bouvigne-CC BY NC ND-Ralf Roletschek-05.jpg

Kasteel Bouvigne. (Foto: Ralf Roletschek, 2010, Wikimedia Commons)

Officieel is kasteel Bouvigne helemaal geen kasteel. Een eis aan een kasteel is namelijk dat het een verdedigende functie heeft. De muren moeten daarvoor dik zijn en de openingen daarin zo klein mogelijk. Kasteel Bouvigne werd waarschijnlijk gebouwd in de tijd dat buskruit al was uitgevonden en de klassieke belegeringen door ridders niet meer zo veel plaatsvonden. Het kon daarom gebouwd worden met dunne muren en grote vensteropeningen.

Oorsprong van het kasteel

het is niet helemaal duidelijk wanneer kasteel Bouvigne gebouwd is. Het wordt voor het eerst vermeld in het testament van jonker Jacob van Brecht (?-1599) in 1554, waar het beschreven wordt als een statig stenen huis met grachten. De familie Van Brecht was verwant aan de hertogen van Brabant en stond daarom waarschijnlijk in hoog aanzien. Ze gebruikten kasteel Bouvigne als zomerresidentie en brachten de winter door in Breda.

Het kasteel heette toentertijd nog niet Bouvigne maar werd Boeverijen genoemd. Het zou kunnen dat deze naam kwam van de familie Boverien die rond de veertiende eeuw in Breda woonde, maar dit kan niet met zekerheid gezegd worden. De familie Van Brecht verkoopt het kasteel in 1611 voor 12.000 gulden aan Jan Baptist Keermans, een van de adviseurs van Philips Willem van Oranje (1554-1618). Keermans liet het kasteel uitbreiden tot ongeveer zijn huidige gedaante en verkocht het al in 1614 aan Philips Willem.

portret Filips Willem van Oranje

Portret van Filips Willem van Oranje. (Bron: Johannes Pieter Arend, 1857, British Library)

 

Prinsen van Oranje

Het kasteel was nu in handen van de Oranjes, maar deze keken niet veel om naar hun nieuwe bezit. Philips Willem had van het kasteel een jachtslot willen maken maar overleed vier jaar na de koop. Het kasteel kwam in handen van zijn broer Maurits (1567-1625) maar die deed er niet veel mee. Tijdens de Belegering van Breda in 1624 en 1625 werd het kasteel zelfs gebruikt als verpleeghuis voor Spaanse soldaten die leden aan de pest, wat door een tijdgenoot omschreven werd als:

"onse huysinge Bouverijen, waeropp tegenwoordich den vijant is gelogeert"

Na de belegering van 1624/1625 werd het kasteel door diverse personen bewoond, met toestemming van de prinsen van Oranje. Tijdens het beleg van Breda van 1637 deed het kasteel dienst als logement voor diverse afgevaardigden van de Staten-Generaal, dichtbij Frederik Hendrik (1584-1647) die zijn hoofdkwartier tijdens het beleg had ingericht in de Grote Hoeve van Boeverije. Tot 1775 was het kasteel in handen van de prinsen van Oranje, die er verschillende edellieden lieten wonen.

FrederikHendrik

Frederik Hendrik van Nassau, gravure van Gerard van Honthorst uit 1651. (Afbeelding: Rijksmuseum)

In deze periode kwam het kasteel flink in verval te raken. Van 1775 tot 1930 volgde een periode waarin het kasteel vaak van eigenaar wisselde. Deze eigenaren verbouwde hier en daar maar verkochten het kasteel vaak weer na enkele decennia. In deze periode kreeg kasteel Bouvigne ook haar Franse naam. Eigenaar George Adriaan Willem Ruysch verfranste de naam van het kasteel in 1802, rond de tijd van de Franse bezetting.

  

Een nieuwe bestemming voor het kasteel

In 1920 werd het kasteel gekocht door de projectontwikkelaar Emmanuel Zoetmulder (1888-1969). Hij had het plan om het gebied tussen het kasteel en de bebouwde kom volledig vol te bouwen met villa’s. Hier werd door de burgemeester Van Ginneken een stokje voor gestoken, waarna het kasteel en de bijbehorende grond in handen van de gemeente kwam. Deze verhuurde op haar beurt het kasteel aan de ‘Catechisten van de Eucharistische Kruistocht’ (EK) die gesticht was door Franciscus Frenken (1886-1946). Hiermee begon voor het kasteel een nieuw tijdperk.

Op het kasteel kwamen jonge ongehuwde vrouwen te wonen die religieuze verdieping in het leven zochten. Ze legden geen kloostergelofte af maar leefden wel samen vanuit religieuze overtuiging. Deze vrouwen hadden als doel om de ‘rooms-katholieke normen en waarden’ hoog te houden.

Kasteel Bouvigne 2, RCE, Commons

Kasteel Bouvigne in 1975. (Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Wikimedia Commons)

Dit was een reactie op de groeiende zorg in de katholieke kerk over zedenverwildering van jonge meisjes aan het begin van de twintigste eeuw. Dat meisjes uit de fabriek gingen dansen of naar de bioscoop gingen was volgens vele gelovigen geen goede zaak. De EK wilde zich dan ook richten op wat ze zagen als de maatschappelijke problemen van de “zwakkere meisjes”.

In de periode dat het kasteel verhuurd werd aan de EK werden er diverse dingen opgericht zoals een vakantieverblijf, een vormingsinstituut, een sociale school en opleidingen tot dienstbode of gezinsverzorgster. In 1971 werd het kasteel door de gemeente verkocht aan het Waterschap West Breda. Op het landgoed Bouvigne is dan ook sinds 2010 het hoofdkantoor van dit waterschap gevestigd.

 

Tuinen

Op het landgoed zijn drie verschillende tuinen te bezichtigen; de Franse, Engelse en de Duitse. De Franse tuin werd in 1913 op initiatief van toenmalige eigenaar Leopold de Bruyn aangelegd. De stijl van deze tuin werd gebaseerd op het werk van de tuinarchitect van Lodewijk XIV, die onder andere werkte aan de tuinen van Versailles. Symmetrie speelt een belangrijke rol in de inrichting van de Franse tuin.

Kasteel Bouvigne 1, Gijs Leusink, Commons

De Duitse tuin van Kasteel Bouvigne. (Foto: Gijs Leussink, 2009, Wikimedia Commons)

De Engelse tuin werd enkele jaren later aangelegd, rond 1920. De blikvanger van deze tuin is de mariakapel die hier in 1932 werd aangelegd door de EK. In de Duitse tuin, aangelegd in de jaren dertig, is de voormalige grafkapel van Frencken te bezichtigen. In de drie tuinen samen staan wel honderd verschillende soorten fuchsia's.

 

Bronnen

Becx, E. e.a., Kastelengids van Noord-Brabant, Utrecht, 1999.

Caspers, T., Landgoederen in Noord-Brabant: Het lief en leed dat landgoed heet, Haaren, 2012.

Dessing, R. en Holwerda, J., Nationale gids historische buitenplaatsen, Wormer, 2012.

Van Oirschot, A., Middeleeuwse kastelen van Noord-Brabant: hun bewoners en bewogen geschiedenis, Rijswijk, 1981.

https://www.landgoedbouvigne.nl/index.html.