Het Beleg van Breda in 1637

Kasteel van Breda 2018  HV KMA coll foto Jan Korebrits.jpg

Het kasteel van Breda. (Foto: Jan Korebrits, 2018)

Alle rechten voorbehouden

In de zomer van 1637 concentreerde prins Frederik Hendrik van Oranje (1584-1647) zijn troepen rond de stad Breda. Naar schatting waren er circa 18.000 manschappen van Staatse zijde in de weer om het verzet van gouverneur Gomare de Fourdin en zijn garnizoen van een paar duizend man te breken.

Het daadwerkelijke beleg begon op 15 augustus. Frederik Hendrik liet er geen gras over groeien. Mijngangen en galerijen werden in hoog tempo in de richting van stad en kasteel gebouwd. Een ontzettingsmacht van de Spanjaarden werd tijdig verjaagd en het werk aan de aanvalsroutes vorderde voorspoedig. In september werden de voor de vesting liggende halve manen en ravelijnen veroverd. Door dit verlies werd de situatie voor Fourdin onhoudbaar; er zou ook geen hulp meer uit Brussel komen.

Op 6 oktober 1637 bereikte Frederik Hendrik zijn doel. Breda gaf zich over, en dat slechts elf weken na het begin van het beleg. Spinola had er in 1624-1625 elf maanden voor nodig. De prins trok de met oranje vlaggen versierde stad binnen en nam met zijn gezin tijdelijk intrek in het zwaar gehavende kasteel. De markgraaf van Haulterive, François de l’Aubespine (1584-1670), werd gouverneur en kreeg het huidige Blokhuis, een buiten de kasteelgracht gelegen bolwerk, als woning toegewezen. De l’Aubespine zou 32 jaar lang gouverneur van de Breda en slotvoogd van het kasteel blijven.

Uittocht Spaans garnizoen uit Breda 1637, Hendrick de Meijer, 1625-1691, Rijksmuseum

De uittocht van het Spaans garnizoen in 1637, geschilderd door Hendrick de Meyer, 1625-1691. (Bron: Rijksmuseum)

Voor het uiteindelijke tekenen van de Vrede van Munster werd in 1640 een uiterst geheim plan opgesteld. Met 3.000 Spaanse en Italiaanse keurtroepen, veelal soldaten die Breda kende uit de periode 1625-1637, werd geprobeerd de stad weer bij de Zuidelijke Nederlanden te brengen. Het viel in duigen doordat bij toeval een Staatse patrouille uit Maastricht in de omgeving van Etten, slechts tien kilometer van Breda verwijderd, in een vuurgevecht was geraakt met deze troepen. Het Bredase garnizoen werd gewaarschuwd en versterkt. Daarop trokken de aanvallers zich terug naar Antwerpen. de aanvallers trokken zich terug op Antwerpen.

Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 werd de jonge prins Willem II van Oranje (1626-1650) erfgenaam van het Kasteel van Breda. Door diens vroege dood in 1650 regelt zijn moeder Amalia van Solms (1602-1675) het wel en wee van het kasteel. In de navolgende jaren diende het onder andere als onderkomen voor de gevluchte Engelse koninklijke familie en onderhandelingen van 1667 die tot de Vrede van Breda zouden leiden.

De Tachtigjarige Oorlog had het voltooien van de, rond 1536 begonnen, bouw van het renaissancepaleis van graaf Hendrik III van Nassau (1483-1538) verhinderd. In 1680 lukte het stadhouder prins Willem III (1650-1702) om het plan van Hendrik III grotendeels te realiseren. Als bewijs markeerde hij de kapitelen van de eerste verdieping met de initialen van hem en zijn echtgenote Mary Stuart II (1662-1694).

 

Bronnen

Brekelmans, F. e.a., Geschiedenis van Breda, Schiedam, 1977.

Fagel, R., Kapitein Julián: De Spaanse held van de Nederlandse Opstand, Hilversum, 2011.

Jurriaanse, M., De Inboedel van het Kasteel van Breda in 1567, Utrecht, 1935.

Van Goor, T., Beschrijving der Stadt en Lande van Breda, ’s Gravenhage, 1744.

Van der Hoeven, G., Geschiedenis van de Vesting Breda, Breda, 1886.

Roest van Limburg, T., Het Kasteel van Breda, Schiedam, 1903.

Rodriguez Pérez, Y., De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen, Nijmegen, 2003.