De pest in Tilburg en Goirle

Overwinning van de dood. Breugel

De overwinning van de dood. (Bron: Pieter Breugel de Oude, 1562-1563, Museo del Prado)

In de periode 1583-1625 werd Tilburg en haar omgeving geteisterd door verschillende pestepidemieën.

Er waren verschillende redenen dat juist in de Tachtigjarige Oorlog de pest meerdere keren de kop op stak. Rondtrekkende legereenheden – en dat waren er nogal wat - namen de ziekte vaak met zich mee. De inkwartiering van soldaten en de komst van garnizoenen zorgden voor een verslechtering van de hygiënische omstandigheden, waardoor er meer kans was op een epidemie. 

Bovendien legden zij een onevenredig grote druk op de bevolking, die gedwongen werd hen van onderdak en voedsel te voorzien. Dit had tot gevolg dat voedsel schaars en duur werd. Ook misoogsten veroorzaakten voedseltekorten en stijgende prijzen. Armoede en voedselschaarste waren in deze periode dus nooit ver weg uit het dagelijks leven.

Ten slotte speelden ook de weersomstandigheden een rol bij de verspreiding van de pest. Er is een duidelijke samenhang te ontdekken tussen warme, droge zomers en pestepidemieën.

In 1587 – na het ‘hongerjaar’ 1585-1586 - sloeg de pest ook in volle hevigheid toe in Goirle. Een derde van alle inwoners stierf aan deze “aenclevende sieckte”. De overigen vluchtten, zodat er niet kon worden ingezaaid, wat weer voor voedselschaarste en hongersnood zorgde. Hierdoor had de bevolking minder weerstand en was dus kwetsbaar voor ziektes, wat een nieuwe pestepidemie bespoedigde.

Volgens het verslag van de oorlogsrampen uit 1613 durfde ook niemand het aan om, vanwege de gevaarlijke tijden voor zowel katholieke als protestantse geestelijken, de door de pest overleden kapelaan op te volgen. De maatschappij raakte dan ook vaak ontwricht na de uitbraak van een pestepidemie.

Opvallend is dat er gedurende het Twaalfjarige Bestand (1609-1621) geen sprake was van pest in Tilburg of Goirle. Na hervatting van de vijandelijkheden na 1621 stak ook de pest weer de kop op. Vooral de pestepidemie van 1624-1625 maakte veel slachtoffers: de voorgaande zomers waren droog en warm geweest, een ideaal klimaat voor de pest.

Ook het elf maanden durende beleg van Breda door de Spanjaarden onder leiding van de Italiaanse strateeg Ambrogio Spinola (1569-1630) bespoedigde de verspreiding van de ziekte. De Tachtigjarige Oorlog eiste dus ook buiten de oorlogshandelingen om de nodige levens.

 

Bronnen

Adriaenssen, L, "Hoe Tilburg de Opstand overleefde, ook ten koste van Goirle", in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur (jrg. 24, nr. 1, 2006), 3-11.

De Brouwer, L., “’De aenclevende sieckte’. De pest in Tilburg voor 1630”, in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur (jrg. 13, nr. 1, februari 1995).