Lei Lennaerts

Theodoor Victor van Berckel

Medailleur van Brabant

Stadhuispenning Den Bosch 1761 Van Berckel, L. Lennaerts, privé collectie

Een stadhuispenning van 's-Hertogenbosch uit ca. 1761, gemaakt door Van Berckel. (Foto: L. Lennaerts, privé-collectie)

Alle rechten voorbehouden

In de achttiende eeuw werd in 's-Hertogenbosch een jongetje geboren dat uit zou groeien tot een van de beroemdste medailleurs van zijn tijd. Theodoor Victor van Berckel kwam op 21 april 1739 ter wereld in de woon/werkplaats van de zilversmid Theodoor Everard van Berckel aan de Bossche Kerkstraat.

Zijn vader en grootvader leverden sinds 1704 stadhuispenningen aan het stadsbestuur. Deze zilveren penningen dienden als beloning voor de raadsleden nadat ze een vergadering hadden bijgewoond. Van Berckel senior had een muntpers waarmee hij de penningen sloeg. De stempels maakte hij meestal niet zelf, terwijl er regelmatig nieuwe stempels nodig waren omdat het ontwerp werd aangepast of omdat stempels stuk gingen. Hij besteedde het maken van stempels uit aan een stempelsnijder, maar dat koste uiteraard veel geld.

De jonge Theodoor Victor bleek talent te hebben voor het vak van graveur en zijn vader besloot hem in de leer te doen bij een van de stempelsnijders die voor hem stempels maakte. Johann Conrad Marmé, graveur in Kleef, nam de jongen onder zijn hoede. Toen de opleiding voltooid was, kwam Theodoor Victor voorlopig in dienst van zijn vader. In 1761 maakte hij voor het eerst stempels voor een stadhuispenning.

 

Rotterdam

In 1764 trouwde de jonge Van Berckel en verhuisde hij naar Rotterdam waar hij een gezin stichtte. In de Westewagenstraat had hij een winkel met werkplaats waar zijn klanten allerlei soorten penningen konden bestellen of konden laten maken. Van Berckel adverteerde ook in kranten van naburige steden, waar zijn herdenkings- en familiepenningen werden verkocht.

Al spoedig breidde zijn klandizie zich uit tot de gehele republiek, maar daar bleef het niet bij. Opdrachten kwamen ook uit het huidige België.

Vroedschapspenning voor Rotterdam gedateerd 1770, diam. 32 mm.  Foto: L. Lennaerts/particuliere collectie

Vroedschapspenning voor Rotterdam gedateerd 1770. (Foto: L. Lennaerts, privé-collectie)

Alle rechten voorbehouden

Brussel

De zaken gingen goed, maar Van Berckel had andere ambities. Onze zuiderburen werden destijds bestuurd door Oostenrijkse machthebbers. De hoofdstad Brussel had een eigen Munt en omdat de betrekking van hoofdgraveur vanwege het overlijden van Jacques Roettiers al een tijdje vacant was, werd er gezocht naar een geschikte opvolger. Hiervoor schreef hertog Karel van Lotharingen (1712-1780), die namens keizerin Maria Theresia (1717-1780) het land bestuurde, een concours uit. Van Berckel schreef zich hiervoor in. Samen met nog enkele andere graveurs werd hij uitgenodigd om in Brussel een opdracht uit te voeren om daarmee de vakbekwaamheid aan te tonen.

Van Berckel kreeg als opdracht om een penning van de Oostenrijkse medailleur Matthäus Donner uit 1745 zo nauwkeurig mogelijk in een ander formaat in een stempel te kopiëren. Alle kandidaten vielen een voor een af en uiteindelijk voerde alleen Van Berckel de opdracht naar behoren uit.

Stempels door Van Berckel gemaakt tijdens het concours dat hem zijn betrekking tot graveur-generaal bezorgde (1776).  – Penningkabinet Koninklijke Bibliotheek van België.

Stempels door Van Berckel gemaakt tijdens het concours dat hem zijn betrekking tot graveur-generaal bezorgde in 1776. (Bron: Penningkabinet Koninklijke Bibliotheek van België)

Alle rechten voorbehouden

In augustus 1776 verhuisde hij met zijn gezin naar Brussel en aanvaarde daar de betrekking van Graveur Generaal van de Oostenrijkse Nederlanden. Hij had daarmee een positie verworven die hem aanzien en bekendheid gaf. De daaropvolgende jaren was hij verantwoordelijk voor alle munten en penningen die in opdracht van het Oostenrijks bewind geslagen werden. Dat betekende in zijn geval ook dat hij vrijwel alles zelf ontwierp en drukte daarmee letterlijk en figuurlijk een stempel op de uitvoering en stijl van de munten uit die tijd.

in 1780 overleed keizerin Maria Theresia en ze werd opgevolgd door keizer Joseph II (1741-1790). Deze eigenzinnige vorst kon vanaf het begin niet goed met de Belgen overweg. Hij nam allerlei maatregelen waarmee hij de bevolking in de lage landen tegen zich in het harnas joeg. Eind 1789 kwam het tot een grote volksopstand en riep de bevolking de onafhankelijkheid uit.

Het lukte het Oostenrijkse bewind niet om de opstand effectief neer te slaan. Terwijl de Oostenrijkers hun hielen lichtten, werd een nieuwe regering gevormd en dat resulteerde in de oprichting van de Verenigde Nederlandse Staten. Hoewel het territorium van het tegenwoordige België niet exact hetzelfde is als deze nieuwe staat, zien de Belgen het als de voorloper van hun land.

Voor Van Berckel betekende het dat hij in korte tijd een groot aantal stempels voor een hele nieuwe serie munten moest maken, die vervolgens ook nog geslagen werden. Uit deze muntenreeks sprak met name de Zilveren en Gouden Leeuw zeer tot de verbeelding en het werden daarmee geliefde verzamelaarsmunten.

Goudstuk van 25 mm. met een gewicht van ca. 8,3 gram en een waarde van 12 guldens (1790). Foto: Jean Elsen, Brussel.

Goudstuk van 25 mm. met een gewicht van ca. 8,3 gram en een waarde van 12 guldens uit 1790. (Foto: Jean Elsen)

Alle rechten voorbehouden

De muntemissie verliep redelijk voorspoedig, maar met de Verenigde Nederlandse Staten liep het minder goed af. De fracties binnen de nieuwe regering konden het niet eens worden en er ontstonden allerlei problemen. Intussen was in Wenen de gehate keizer Joseph II gestorven en opgevolgd door een jongere broer die de naam Leopold II (1747-1792) aannam.

De nieuwe keizer startte onderhandelingen met de vertegenwoordigers van de falende staat en op die manier kon het ancien régime binnen een jaar en zonder slag of stoot het bewind herstellen. Er werden overeenkomsten getekend, amnestie verleend en alles kwam weer bij het oude. Ook de positie van Van Berckel was niet in gevaar en hij produceerde alsof er niets aan de hand was munten en penningen met het beeld van de nieuwe heerser.

Leopold II overleed echter al kort daarna. Zijn zoon nam in 1792 het bewind over en uiteraard kwamen er nieuwe munten en penningen. Toen hij in april 1794 als Frans II (1768-1835) voor het eerst voet zette in de Nederlanden en zich liet inhuldigen als hertog van Brabant en graaf van Vlaanderen, stonden de Fransen al op het punt om binnen te vallen. In juni 1794 stonden de Franse legers voor de poorten van Brussel en werden alle ambtenaren voor de keuze gesteld om te blijven of naar Oostenrijk te vluchten.

 

Keizer Frans II, hertog van Brabant en graaf van Vlaanderen (1794), diam. 39 mm. Foto: Jean Elsen, Brussel

Keizer Frans II, hertog van Brabant en graaf van Vlaanderen op een penning van Van Berckel uit 1794. (Foto: Jean Elsen)

Alle rechten voorbehouden

Wenen en ’s-Hertogenbosch

Bijna het voltallige personeel en ook Van Berckel besloot om in het kielzog van de terugtrekkende Oostenrijkse troepen richting het oosten te vertrekken, een onzekere toekomst tegemoet. Zijn vrouw en inmiddels volwassen kinderen maakten de lange reis richting Wenen echter niet. Zij vestigden zich voorlopig in Anholt, een kleine heerlijkheid in het tegenwoordige Westfalen, waar de Fransen nog niet aan de macht waren.

Aangekomen in Wenen kreeg Van Berckel de betrekking van Eerste Graveur aan de Weense Munt aangeboden. Helaas pakte dat ongunstig uit omdat zijn voorganger de functie had uitgekleed en het in feite een soort kantoorbaantje was. Van Berckel mocht in Wenen geen stempels ontwerpen en ook het salaris was een stuk lager dan hij gewend was. Hij richtte zich in brieven rechtstreeks tot de keizer en deed zijn beklag over zijn onfortuinlijke situatie. Dat hielp bitter weinig, maar hij kreeg wel voor elkaar dat hij enkele keren verlof kreeg om naar Anholt en ’s-Hertogenbosch te reizen. Helaas was zijn vrouw terwijl hij in Wenen was overleden, maar Van Berckel kon zich wel min of meer permanent in zijn geboorteplaats ’s-Hertogenbosch vestigen waar hij op 19 september 1808 overleed.

 

De nalatenschap van Van Berckel

Van Berckel had gedurende zijn hele carrière, zelfs toen hij in Oostenrijkse dienst was, stempels gemaakt voor penningen die hij in eigen beheer uitgaf. Al deze stempels bleven in bezit van zijn familie in ’s-Hertogenbosch totdat een nazaat ze halverwege de negentiende eeuw aan de Belgische Munt verkocht.

Stempel van de stadhuispenning van ’s-Hertogenbosch uit 1785 – Penningkabinet Koninklijke Bibliotheek van België.

Stempel van de stadhuispenning van ’s-Hertogenbosch uit 1785. (Bron: Penningkabinet Koninklijke Bibliotheek van België)

Alle rechten voorbehouden

In België was grote belangstelling ontstaan voor het werk van de Bossche stempelsnijder. Hij werd bewonderd, er verschenen allerlei publicaties over zijn werk en zowel zijn munten als zijn werk werd volop verzameld. De stempels die hij niet voor zichzelf maar voor het Oostenrijkse bewind had gemaakt bevonden zich toen echter nog in Wenen.

Na de Eerste Wereldoorlog, die voor België rampzalig verliep, werd Oostenrijk veroordeeld tot herstelbetalingen. In het verdrag van Saint-Germain-en-Laye, dat onder meer de restitutie van de Belgische staat regelde, werd één paragraaf opgenomen die de teruggave eiste van alle stempels die door Van Berckel zijn gemaakt. Dat gebeurde en de gehele stempelverzameling bevindt zich momenteel in Brussel in het penningkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België.

Van Theodoor Victor van Berckel zijn honderden stempels bekend waarop duizenden penningen en miljoenen munten zijn geslagen. De geldstukken van de Verenigde Nederlandse Staten worden gezien als het eerste geld van België en vele verzamelaars beschouwen ze verder als de mooiste Belgische munten. In ’s-Hertogenbosch is er bovendien een straat naar hem genoemd. In de Sint-Jan bevindt zich zijn laatste rustplaats.

 

Bronnen

Palier, H., "De drie stempelsnijders of medailleurs Theodorus van Berckel, vader, zoon en kleinzoon, van ’s Hertogenbosch", in: Noord-Brabantsche volks-almanak (1841), 131-141.

Cumont, G., Les Monnaies des États-Belgiques-Unis, Brussel, 1885.

Von Ernst, K., Les dernières quinze années de Theodore van Berckel, Brussel, 1895.

De Witte, A., Le graveur Théodore-Victor van Berckel. Essai d'un catalogue de son oeuvre, Leuven, 1909.

Ebeling, H., De medailleur Theodoor Victor van Berckel, Amsterdam, 1930.

Jean Bingen, Les Roettiers, Graveur en Médaille des Pays-Bas Méridionaux, Brussel, 1952.

Duquenne, X., Theodore van Berckel, Graveur General des Monnaies des Pays-Bas Autrichiens, Brussel, 1972.

Lennaerts, L., "De slagletters van Theodoor Victor van Berckel", in: Jaarboek voor Munt- en Penningkunde (jrg. 98, Amsterdam, 2011).

Lennaerts, L., "De omzwervingen van een verzameling", in: De Beeldenaar (2014-2015).

Lennaerts, L., "Van Brunswijk wenst geen feest. Toch een cadeau voor gouverneur", in: Bossche Bladen (nr. 2, 2008).

Staatsvertrag von Saint-Germain-en-Laye von 10. September 1919, VIII. Teil. Wiedergutmachungen, Abschnitt II. Besondere Bestimmungen, Anlage II – IIc.

www.theodoorvanberckel.nl.